Geen gemekker of nostalgische prietpraat

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: geen gemekker of nostalgische prietpraat en een steeds groter wordende biotoop.

Beeld Courtesy Lumen Travo

Amsterdam, 21 februari

Herinneringen laat ik graag waar ze horen: in de imaginaire verhuisdoos die iedereen met zich meesleept. Aangevreten door muizen, onuitgepakte spullen kriskras door elkaar. De deksel laat ik wijselijk dicht. Soms valt er iets door de wrakke bodem. Betreft dat iets aangaande een gewezen echtgenoot, dan negeer ik het.

Zo niet de herinneringen van Atousa Bandeh. De Iraanse kunstenares, ooit opgeleid als scheikundige, kwam lang geleden uit Teheran naar Groningen - u denkt wellicht sinds het televisieprogramma Onze man in Teheran dat het in Iran een feest is van prachtige beeldspraak en elegante omgangsvormen, maar laat ik zeggen: er waren en zijn ook andere geluiden.

In galerie Lumen Travo hangen haar tekeningen en schilderijen, van handzaam klein tot formaat tapijt, in een kleine trio-presentatie. En Atousa Bandeh blijkt de kunst van het opwekken van het verleden zonder gemekker en zonder nostalgische prietpraat wél machtig. Haar tekeningen zijn een weerslag van opdwarrelende herinneringen die geordend in nieuwe en prachtige patronen op het papier vallen. Ik was onder de indruk van de grootste tekening, waarop zij zichzelf tegen een azuurblauwe achtergrond tweemaal heeft afgebeeld, als meisje en als vrouw, in hetzelfde badpak. Ze worden verbonden door een geschulpte rand die bij nader inzien uit Nederlandse baksteenhuizen blijkt te bestaan. Het veld is bezaaid met patronen van ongelijksoortige dingen: doucheputjes, salamanders, stanleymessen, tanks.

Beeld Charles Avery/GRIMM Gallery

Wandelend langs de andere tekeningen vloeit geurig en kleurig alles door elkaar: geglazuurde tegels, elektriciteitsmasten, papieren vliegtuigjes, veel fladderende vogeltjes - ik kon ze bijna horen. Op een ander werk: een stralenkrans van cipressen om het hoofd van een bruid, haar jurk bezaaid met klappende handen en vliegtuigen, haar voeten op - alweer - die rode steentjes. Zou dat het zijn wat zich bij aankomst in Groningen in het geheugen prentte? Bakstenen en doucheputjes? Op elke tekening wordt de boel bij elkaar gehouden door peinzende, amandelvormige ogen.

Een mooie groepstentoonsteling (bravo Lumen Travo, ik zie het niet vaak in galeries) met ook foto's van een vervallen filmstudio in India van Monali Meher en tekeningen van Kathe Burckhart. Die laatste tekent sinds 1982 de filmster Elizabeth Taylor, die een ideaal vehikel blijkt voor allerlei gevoelens. Hier wordt ze omhelsd door een man, terwijl de tekst in beeld vermeldt: zakkenwasser. Of: eikel. Een verwensing die jamais over mijn lippen zou komen, maar die aangaande bepaalde personen - denk aan gewezen echtgenoten - best eens het verleden in geslingerd mag worden.

Den Haag, 24 februari

En toen was ik weer terug op The Island. Het was er vertrouwd merkwaardig. De eenwielers reden op hun eenwielertjes, Joseph Beuys oreerde in het auditorium en overal klommen katachtige wezentjes zonder oren. Een maand of wat geleden nog (zoek maar na) zag ik Charles Avery's gestaag uitdijende fantasiewereld in de Grimm Gallery. Nu had hij het GEM in Den Haag bezet.

Op het gevaar af in herhaling te vallen: het gaat hier om een geheel fictionele, maar in sommige facetten bedrieglijk op de onze lijkende wereld, met een complete stoffering van goden, gebruiken, modes, populaire cultuur en andere eigenaardigheden; een biotoop, zo vertelde de kunstenaar aan Kunstbeeld, die inmiddels te groot is om nog in zijn hoofd te passen. Hij krijgt vorm in beelden, designobjecten, rare hoofddeksels en wandvullende tekeningen.

Daarin valt veel te zien, te verkennen, en ook te herkennen; figuren waarover je las of die je op een tekening trof, kun je in een andere setting opeens in drie dimensies tegenkomen. En dat is leuk. Zo had ik al een paar keer gelezen over - en gekeken naar - de Noumenon, een mythisch dier dat eruit ziet als twee vechtende roofdieren waarvan de koppen met elkaar zijn versmolten, levend in het Magische Bos (over sommige namen moet Avery misschien iets langer nadenken). Maar toen ik de benedenzaal van GEM inliep en daar - pas op voor de glazen palingen! - onverwacht een life-size exemplaar aantrof, kon ik een vreugdekreetje niet onderdrukken. Die gespannen vechthouding, die pezige poten, die scherpe klauwen - zo wonderlijk, dit bronzen gevaarte, echt een beest uit je dromen. Of uit je nachtmerries.

In diezelfde benedenzaal trof ik een kennis en al snel kwamen we tot de conclusie dat de talrijke achtergrondverhalen bij Avery's wereld niet nodig zijn: dat het eigenlijk leuker is zelf invulling te geven aan wat je ziet. Waar we het ook over eens waren: dat Avery's schepping meer beklijft naarmate die groeit. Avery werkt nu tien jaar aan The Island; stel je daar nog eens twintig jaar aan werk bij voor. Tegen die tijd is die wereld groot genoeg om een museum te vullen, of om te kijken naar passender behuizing. Een klassieke white cube moet dat niet worden. Hier past een excentrieker decor.

Info

Atousa Bandeh, Kate Burckhart en Monali Meher: Stills Galerie Lumen Travo, Amsterdam, t/m 7/3.

Charles Avery: What's the matter with Idealism GEM, Den Haag, t/m 7/6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden