Geen familiegevoel

Met Toneelgroep Amsterdam wil Ivo van Hove zowel groot repertoiretoneel spelen, alsook voortdurend op zoek zijn naar een nieuwe theatertaal....

Nog nooit eerder heb ik de behoefte gevoeld over een voorstelling in 'discussie te gaan. Dit keer lijk ik door een inktmug te zijn gestoken.'

Dat schreef Ivo van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam (TA) onlangs in een ingezonden brief in het theatervakblad TM. De voorstelling waarover Van Hove in discussie ging, was Othello, de inktmug werd veroorzaakt door collega-theatermaker Oscar van Woensel die bij het stuk een paar kritische kanttekeningen had gemaakt.

Van Hove toonde zich in zijn brief óók ontstemd door de toon van de theaterkritiek, die in grote lijnen zijn Othello had omarmd als eindelijk weer een 'ouderwets' mooie Van Hoveproductie, na enkele diffuse experimenten. 'Toneelgroep Amsterdam wil niet één visie op theater tonen. Wij willen niet dogmatisch doordenken op een artistieke lijn om zo het grote gelijk te halen', schreef Van Hove. Waarmee hij aangaf dat zijn groep zowel groot repertoiretoneel wil spelen, alsook voortdurend op zoek moet zijn naar een nieuwe theatertaal.

Het grote gelijk of niet, op dit moment verkeert het gezelschap in een interne crisis. Vorige week werd bekend dat het voltallige acteursensemble in een brief een aantal bezwaren heeft

geuit tegen de manier waarop het gezelschap wordt geleid. Het uitblijven van grote publieksuccessen, de artistieke koers, de persoon van Van Hove en zijn nevenactiviteiten, het feit dat hij zowel zakelijk als artistiek directeur is, het gemis aan een 'familiegevoel' – de door de acteurs gesignaleerde problemen kwamen kennelijk zo hard bij Van Hove aan dat hij is gevlucht naar zijn geliefde Antwerpen om daar op verhaal te komen. De repetities van Rouw siert Elektra, de nieuwe TA-productie (regie Ivo van Hove) die op 13 november in première moet gaan, werden een week stilgelegd.

Problemen bij Toneelgroep Amsterdam – what's new. Er is altijd wel wat aan de hand bij ' s lands grootste theatergezelschap, zo lijkt het. Een aantal acteurs verlangt misschien terug naar de tijd dat Gerardjan Rijnders nog artistiek leider was, maar ook in de laatste jaren van Rijnders' bewind maakte TA een tamelijk lamlendige indruk.

Rijnders heeft het gezelschap dertien jaar lang geleid, vanaf de oprichting in 1987 toen het Publiekstheater en Toneelgroep Centrum in Toneelgroep Amsterdam opgingen. Onder het motto 'Zeker is dat niets zeker is' heeft hij er zijn grote montagevoorstellingen gemaakt (Bakeliet, Ballet), het klassieke repertoire afgestoft (Andromache, Richard III) en gastregisseurs binnengehaald. Hij maakte van Toneelgroep Amsterdam een stadsgezelschap met een landelijke uitstraling, dat zowel de culturele elite als het naar de klassieken hongerende, bredere toneelpubliek bediende.

Maar er was ook voortdurend gedoe: de openingsproductie flopte, regisseurs als Jan Ritsema, Lidwien Roothaan en Sam Bogaerts verlieten na korte of langere tijd de groep, acteurs vertrokken, er was ruzie met schouwburgdirecteur Cox Habbema, waarna men gepikeerd naar het terrein van de Westergasfabriek trok, een speelplek die Rijnders prefereerde boven het door hem verfoeide gouden lijsttoneel van de schouwburg. Intussen was er wel sprake van een hecht collectief; de acteurs van TA waren maar wat trots dat ze bij deze groep mochten spelen. Een trots die neigde naar arrogantie, alsof er buiten TA niet of nauwelijks op niveau theater werd gemaakt.

Met de benoeming in 2001 van Ivo van Hove als opvolger van Rijnders haalde het bestuur van TA een van de meest bejubelde theatermakersin huis. Van Hove had in acht jaar tijd als leider van het Zuidelijk Toneel naam gemaakt met groots en meeslepend theater, vaak gebaseerd op het wereldrepertoire. Hij ontpopte zich als een regisseur die brutaal morrelde aan de geldende theaterwetten: producties als Splendid's (met de stoute jongens van Genet) en Koppen naar een film van John Cassavetes (het publiek lag op bedden, de spelers kropen ernaast) spraken een jong en avontuurlijk publiek aan.

Theu Boermans, de andere kandidaat om TA te gaan leiden, genoot de voorkeur van (een deel van) de acteurs, maar eiste dat zijn eigen groep De Trust met TA zou fuseren. Dat was voor het bestuur net een stap te ver, en bovendien: Van Hove was een grote vis, die in Amsterdam alle vrijheid kreeg te gaan zwemmen.

Daar zit nou net het probleem: het ontbreekt Toneelgroep Amsterdam aan een duidelijk omlijnde taakopvatting. Wil de groep hét repertoiregezelschap van het land zijn, met als standplaats Amsterdam? Of wil men experimenteren met choreografen (Sonic Boom, Teorema), popgroepen (Carmen) en beeldend kunstenaars als Aernout Mik? Moet de artistiek leider koers en sfeer bepalen, of is het een komen en gaan van een bont gezelschap gastregisseurs en spelers? Het is nu van alles een beetje.

Ronald Klamer van Het Toneel Speelt is duidelijk in zijn opvatting over wat TA zou moeten zijn: een breed programmerend repertoiregezelschap voor een breed publiek. 'Als ze in de schouwburg staan, moeten ze een zaalbezetting van 80 procent halen. Dat idee van: ”wij maken grote kunst, al is het maar voor honderd man” moeten ze dan maar even laten varen.' De cijfers laten zien dat dat vooralsnog niet lukt: in 2002 haalde TA in de Amsterdamse Stadsschouwburg een gemiddelde zaalbezetting van 337, tegenover 541 voor alle theatergroepen samen, inclusief de hit Cloaca.

Van Hove begon bij TA met The Massacre at Paris, waarin vooral het peperdure toneelbeeld van Jan Versweyveld opviel, draafde energiek door in de spetterend-theatrale orgie True Love, liet Carmen uit haar dak gaan en etaleerde het non-leed van een groep uitgebluste jongelui in Con Amore. Gerardjan Rijnders, Ola Mafaalani en Pierre Audi deden gastregies. Een aantal acteurs verliet de groep, Pierre Bokma speelde bij Orkater en Het Toneel Speelt, Halina Reijn ging een weekje naar Amerika om auditie te doen, Marieke Heebink trok zich terug uit Rouw siert Elektra, technici klaagden omdat Van Hove's vormgever Jan Versweyveld over alles mee praat, van een lampje dat vervangen moet worden tot wat de spelers aantrekken.

De warmte is weg bij het gezelschap, wordt gezegd. Los van het feit dat het in de buurt van Toneelgroep Amsterdam nooit echt behaaglijk heeft aangevoeld, is dat inherent aan het feit dat Van Hove er zoveel naast doet, en van zijn bestuur kennelijk ook mág doen. Hij is, om maar wat te noemen, artistiek leider van het Holland Festival, en reist daartoe regelmatig naar de grote wereldsteden om voorstellingen te zien. Een gastregie bij de Nederlandse Opera werd goed ontvangen; vanaf 2006 regisseert hij in Antwerpen Wagners Ring des Nibelungen. Rijnders woonde zo'n beetje boven de zaak en kennelijk kon iedereen bij hem terecht. Van Hove zegt: mijn deur staat altijd open. Maar degene die achter die deur hoort te zitten, is vaak elders.

Van Hove is deze week weer met zijn spelers aan de slag gegaan. Alles wordt op alles gezet om Rouw siert Elektra, zoals gepland, op 13 november in première te laten gaan. Dat is tenminste positief: wellicht dat werkende weg een vorm van eenheid wordt gevonden. Misschien komt zelfs het plezier in theatermaken weer terug. Want zoals Gerardjan Rijnders het zegt: 'Je moet het ook leuk hebben met elkaar, anders komt er niets creatiefs uit.'

Rouw siert Elektra wordt door TA omschreven als een 'magistrale trilogie over de ondergang van een aloude dynastie'. Aan het eind van dit seizoen regisseert Van Hove A perfect wedding: 'Feesten met het hele gezelschap'. Dat lijkt er meer op. & bullet;

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden