GEEN ENKELE BOER IN DEN HAAG

In hoog tempo is Nederland op weg een land te worden zonder boeren, een 'ontboerde natie'. Sietse van der Hoek schetst die ontwikkeling in een reeks reportages....

tekst sietse van der hoek ; fotografie martijn steiner lovisa

Varkensboerinnen zijn het en als varkensboerinnen maken ze zich, waar en in welk gezelschap dan ook, met trots kenbaar. Want doen ze het niet hartstikke goed? Zo jammer en treurig daarom dat de Nederlandse burger er niets van snapt.

Tien vrouwen aan een tafel in het gemeenschapshuis van Odilia peel: Lianne, Joke, de twee Francienen, Mariëlle, Marion, Marga, Miriam, Gemmy en Ellen. Samen goed voor 3500 zeugen, 2500 opfokvarkens, 4000 vleesvarkens. En samen studieclub De Peel vormend. Die in wintertijd zes keer bijeenkomt om iets praktisch te bespreken en eens in het jaar om op excursie te gaan.

Waarde er geen mond- en klauwzeer door Europa, dan zouden ze vandaag een varkensbedrijf-met-groepshuisvesting hebben bekeken. En anders bij een van hen in een grote boerenkeuken een onderwerp bij de kop hebben genomen. Maar ze zijn 'as de dood' een besmetting van elkaar over te nemen.

De varkenspest van vier jaar geleden zit bij hen nog boven in de kop en diep in het hart. Ze zijn allemaal geruimd toen, zoals dat heet, heel Odiliapeel is geruimd. Hier werd de pest voor het eerst vastgesteld. Voor de televisie zitten ze nu met tranen in de ogen te kijken naar beelden van brandend vee in Engeland. Ze weten nog precies de data dat hun varkens werden weggehaald en dat, anderhalf jaar later, hun stallen zich weer vulden met rose geknor. De vlag hing twee dagen uit. Bij de geboorte van de eerste biggetjes hadden de kinderen beschuit met muisjes getrakteerd op school.

Voor maar vijf van de 53 varkensboeren van Odiliapeel was de pest het moment te besluiten er niet opnieuw mee te beginnen.

De boerinnen van de studieclub zijn allen rond de 40, de tweede generatie van het nog maar zeventig jaar oude dorp Odilia peel in Noord -Brabant. Het dorp is niet veel meer dan een rechte landweg met aan weerszijden varkensschuren en een pleintje met kerk, school, winkels, Rabo bank en het gemeenschapshuis Terra Victa.

Marco van de Landbouwvoorlichting leidt het gesprek. Aan de hand van stellingen op geplastificeerde kaartjes, waaraan te zien valt dat hij en zijn dienst al vele malen ermee de boer op zijn geweest. Een stelling als: 'Mestplan, het komt wel goed!!!' En: 'We kunnen geen veilig voedsel garanderen.' En: 'Tussen nu en 2008 zal het aantal varkensbedrijven gehalveerd zijn.'

'Niet bij ons in Odiliapeel', meent Lianne zeker te weten. 'Als we het de afgelopen vier jaar financieel en emotioneel hebben kunnen bolwerken, dan maken ze in elk geval mij niet meer bang.'

Marga zou niet te vroeg juichen, zegt ze. 'Het gaat nou effe goed. Zo goed dat je in één jaar het gat kunt wegwerken van de pest. Maar daarop kun je geen bedrijfsplan voor de komende vijftien jaar bouwen. Straks komt er ineens een dolle minister van wie alles weer anders moet.'

'Maar we hebben laten zien dat we het kunnen', zegt Lianne. 'Twee jaar geleden zou ik me hebben doodgeschaamd als ik had moeten zeggen dat we gingen stoppen. Dan heb je als boer gefaald, zo voelde ik dat. Nou helemaal niet meer.'

Miriam had dezelfde ervaring: 'Ik vond het een mokerslag toen ze van de bank huis aan huis langskwamen om te zeggen dat we beter konden stoppen. We wilden dat per se niet, allemaal hebben we hier de hakken in het zand gezet. Maar nu ligt dat anders, denk ik. Dit jaar hebben we goed verdiend, de nieuwe opkoopregeling is goed. Ik kan nu zakelijker redeneren...'

'Ja', zegt Lianne, 'bedrijfsmatig kan ik nu ook nuchter besluiten of het verstandig zou kunnen zijn te stoppen ja of nee. Niet dat het zou meevallen, natuurlijk.'

En dan de burger, de relatie boer en burger, en hoe die twee in verschillende werelden zijn komen te leven, en de stelling van de discussieleider: 'Van de consument moeten we ons niets aantrekken.'

Miriam wil nog even de link leggen met het eerdere punt van de veiligheid en stelt vast dat 'we in Nederland toch veel bereikt hebben'. Na de bse en de mond- en klauwzeer is de Nederlandse consument gewoon vlees blijven eten. 'Die vertrouwt ons dus.'

'Goed en wel', zegt Marco, 'maar dierenwelzijn, biologische productie - de roep wordt sterker. En is het imago van de varkenshouderij wel zo goed?'

'Ze zeggen iets anders dan ze doen, die burgers', beweert Mariëlle. 'Op feestjes hoort ge ze zeggen: we willen best een paar gulden meer betalen. Maar komt het vrouwke in de winkel, dan vraagt ze niet welk vlees in welzijn uit de stal is gekomen. Ze wil gewoon 't goedkoopste.'

Lianne snapt het fundamenteel niet, zegt ze. 'Scharrelvarkens en zo, dat hadden we vroeger toch? We zijn nu toch verder in de reguliere varkenshouderij, schoner en veiliger en efficiënter? Moeten we dan terug in de ontwikkeling?'

'Wat weet de burger eigenlijk van de varkenshouderij', vraagt Joke retorisch. 'Niks. Hij kent alleen de spookbeelden van de televisie.'

Gemmy valt haar bij: 'Varkens in grijpers, altijd maar weer die beelden van '97. En de gierton die altijd maar weer verschijnt op tv. Maar die ziet ge helegaar niet meer op het land, een gierton.'

'We moeten er wat tegen doen', zegt Joke. 'We moeten niet erin berusten dat de consument niks weet over hoe wij het doen met de dieren. Anders zijn we verloren.'

'Was jij het, Marion?', vraagt de discussieleider, 'die faxte: in welvarende tijden zal intensieve veehouderij altijd ter discussie staan?'

Marion weet het niet meer, maar ze is het wel ermee eens. 'Het gaat goed in Nederland en dan worden steeds meer mensen lid van milieu en natuur. En vooral aan hen geeft de politiek dan gehoor. Vroeger zaten op het ministerie mensen die feeling hadden met een boer.'

'Nu zit er geen enkele boer meer in Den Haag', zegt Joke. 'Eigenlijk hebben we de laatste jaren meer last gehad van ministers dan van burgers in de maatschappij.'

'Nou', twijfelt Lianne. 'Als zij niet zouden denken dat de maatschappij zo erover dacht, zouden ze het niet zeggen.'

'In de tijd van de varkenspest waren er geen rottiger criminelen dan varkenshouders', zegt Joke. 'Het was de minister die met zijn boodschap die indruk wekte.'

'Toen konden we het niet goed weerleggen', zegt Lianne. 'We waren er emotioneel te slecht aan toe. En nu met die mond- en klauwzeer... Maar we doen het hartstikke goed als ondernemers.'

'En dat', zegt Joke, 'moeten we als vrouwen veel meer naar buiten stralen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden