'Geen enkel kind kíést voor oorlog'

Gabriela was 11 toen ze zich aansloot bij de guerrilla in Colombia. Alles beter dan thuis blijven, waar ze werd mishandeld. Ze is niet de enige. Bijna de helft van de strijders is jonger dan 18.

Het besluit om toe te treden tot de guerrilla was niet weloverwogen. 'Ik wilde alleen maar mijn lichaam beschermen. Dat niemand me meer aan zou raken. Koste wat het kost.' Over de consequenties, de risico's of de wetten van het land had de Colombiaanse Gabriela (25) geen moment nagedacht. Hoe kon het ook? Ze was 11.


Ze koos ervoor weg te lopen van mishandeling, maar werd daardoor een strijder. 'Geen enkel kind kíést ervoor deel te nemen aan een oorlog', is haar overtuiging. 'De oorlog is altijd van de hogergeplaatsten, de leiders, de volwassenen. Nooit van de kinderen.'


Toch spelen juist de kinderen een steeds grotere rol in het conflict in Colombia, dat al meer dan een halve eeuw voortwoekert. Het land kent volgens Human Rights Watch het hoogste aantal kindsoldaten na Burma en de Democratische Republiek Congo. Ze vechten bij de linkse guerrilla's, paramilitaire groepen, drugskartels en bij stedelijke milities.


De laatste jaren is het aantal kindsoldaten gestegen, zeggen onderzoekers van de Colombiaanse universiteit Jorge Tadeo Lozano in een recent onderzoek, waarvoor zij 500 ex-kindsoldaten interviewden. Inmiddels is zo'n 42 procent van de gewone strijders in de FARC onder de 18 jaar, bij de andere grote linkse guerrilla ELN is dat 44 procent en bij de paramilitaire AUC 40 procent, schatten zij.


De laatste vier jaar zouden 18 duizend kinderen zijn toegetreden tot een illegale gewapende groepering, berekenden zij. In 2003 schatten de VN dat aantal nog op 14 duizend.


Soms treden de kinderen vrijwillig toe, gelokt door het vooruitzicht van eten of om te ontsnappen aan hun huidige leven. Vooral in arme, afgelegen regio's is dit voor veel kinderen een aantrekkelijk alternatief voor een anders uitzichtloos bestaan.


'Op het platteland zijn de guerrillero's deel van het leven, ze zijn er altijd, houden bijeenkomsten in het dorp en zien er ontspannen uit', zegt Gabriela, die deze week in Nederland is voor een actieweek van radio 538 voor War Child. Zij nam in Colombia deel aan projecten van deze ngo.


Om veiligheidsredenen wil ze niet zeggen voor welke linkse guerrilla ze heeft gevochten en haar achternaam niet noemen. Ze heeft inmiddels een nieuw leven opgebouwd als verpleegster en heeft een zoontje van 6.


'Je ziet de guerrillero's relaxen en denkt: het is een heerlijk leven in het kamp, waar je niet veel grote dingen hoeft te doen zoals op het platteland. Je beseft niet hoe het echt is in die groepen.' Ieder kind heeft andere redenen om toe te treden, benadrukt Gabriela. Sommigen hebben problemen thuis, zoals zij. Anderen zien het als een makkelijkere optie dan een leven op het platteland, waar soms geen water, geen school en geen werk is.


Soms voelen kinderen zich aangetrokken door de strijd of willen ze wraak nemen. 'Maar soms worden kinderen ook verplicht en met geweld gerekruteerd.' Nu de FARC in de laatste jaren in gevechten veel strijders heeft verloren, is deze gedwongen rekrutering toegenomen, zeggen de onderzoekers uit Bogotá en verschillende mensenrechtenorganisaties. Hoewel ze vaak officieel een leeftijdsgrens van 15 jaar hanteren, richten guerrilla's zich op steeds jongere kinderen. Tussen 2002 en 2009 zakte de gemiddelde leeftijd van gerekruteerde kinderen van 14 naar 12 jaar.


Ook in de tijd van Gabriela, die tien jaar geleden de guerrilla verliet, was de guerrilla jong. 'Veel kinderen logen over hun leeftijd om erin te komen; dat heb ik ook gedaan. Bijna iedereen was dertig jaar of jonger, er waren bijna geen volwassenen, alleen de commandanten.'


De minderjarigen deden dezelfde taken als de volwassenen en meisjes dezelfde als jongens. Koken, wacht lopen en na het volgen van een militaire training ook vechten en ontvoeringen. 'Geef een kind een geweer en het verandert. We kregen zo veel ideologie te horen dat je niet meer gaf om de pijn van anderen, het lijden van de burgerbevolking, een leven. De ideologie gaat in je hoofd zitten.'


Een keer had Gabriela de mogelijkheid te ontsnappen, samen met een ander meisje. 'Maar we waren bang. Kinderen die ontsnapten en werden gepakt, kwamen voor de krijgsraad en werden soms gedood, om anderen af te schrikken.' Uiteindelijk werd ze opgepakt door de politie.


Om daarna een gewone burger te worden is een lang en moeilijk proces. 'De oorlog zit altijd in je. Het is als een vogel die wil vliegen, maar in een kooi zit. Veel jongeren willen wel hun leven opnieuw opbouwen, maar als je niet gesterkt wordt, dan lukt het je niet. Voor veel mensen blijf je een crimineel en het opvangprogramma van de overheid houdt op als iemand 18 is. Daarna is er geen vervolg.' Verschillende ngo's proberen dat gat op te vullen.


Op de vraag waar ze zelf de kracht vandaan haalde om niet terug te keren naar de guerrilla antwoordt ze: 'Mijn kind en God.' Als verpleegster is ze nu de schade die ze toebracht aan het 'repareren'. 'Vroeger maakte ik levens kapot, nu probeer ik ze te redden. De patiënten weten het niet, maar in mijn hart voelt dat alsof ik het aan het goedmaken ben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden