Geen drank, wel het dak eraf

Wie zich aan de wetten van de Koran houdt, drinkt niet. Maar feest wel. Daar kan menigeen nog wat van leren, want: feestvieren zonder alcohol, hoe doe je dat?...

Dit artikel gaat over de bruiloft van Erkan en Elmas, en over een Turks dansfeest in een discotheek. Op de bruiloft werd nauwelijks alcohol geschonken, in de discotheek waren de meeste jongens en meisjes níét dronken. Toch werd er gedanst, gelachen, geroddeld, geflirt en gezongen. Hoe dat kan? Een les in drie bedrijven, met één kanttekening.

Eén: het podium beklimmen (mét microfoon) Op de honderdvijf tafels in feestzaal Aladdin ligt een goudgeel kleed met kreukpatroon. Daaroverheen een oranje sjerp met biesjes. Daaroverheen een goudgele ruit. En daaroverheen een vierkant stuk plastic zodat het goudgele kleed met kreukpatroon, de oranje sjerp met biesjes en de gele ruit niet vies worden. Onder het logo aan de muur staat: ‘Partycentrum Aladdin: de feestzaal in Oosterse Sferen van de Beverwijkse Bazaar.’ ‘Ik zeg altijd maar: in Aladdin komen alle culturen samen’, zegt mede-eigenaar Hüseyin Bozkurt. Hij werkt hier negen maanden, en plant een renovatie: ‘Die puien moeten goud, ik wil rode doeken aan het platfond, de vloer opnieuw bekleed, blauwe lampen – nog meer sfeer. Het wachten is op de ramadan, want dan trouwt er even niemand.’ Hoewel: ‘We doen ook bruiloften voor Nederlanders. Die nodigen bijna geen mensen uit. Dan hang ik doeken op, lijkt de zaal wat kleiner. Vinden ze gezellig. Nederlanders zeggen altijd: ‘We willen bitterballetjes’, maar die hebben we niet. Wel hebben we vijftienhonderd parkeerplaatsen en een bar met bier, want zonder bier vinden Nederlanders het niet gezellig.’ Gisteravond was hier nog een bruiloft, waarschijnlijk Surinamers: ‘Ze waren niet heel zwart, maar dat zijn ze in Suriname ook niet allemaal. En ze dronken alleen Fernandes. Het eten was goed, ik heb even geproefd. De muziek was oké, maar dansen: nee. Ik denk dat het soennieten waren. Die dansen niet, die bidden alleen maar. Ze hadden een eigen imam bij zich, zaten de hele avond stil aan tafel.’ De week daarvoor: een groep Marokkanen. ‘Ik zou niet snel met een Marokkaans meisje trouwen. Ben ik al op voor het feest begint, want die bruiloften duren dagen. En ze stellen hogere eisen. Mannen en vrouwen in aparte ruimten. Gouden doeken om de puien, zilver op de tafels; alles moet luxe, net als bij de Afghanen. Afghanen willen vier soorten rijst, drie soorten vlees, drie soorten vis. 22 euro catering per persoon! Da’s toch die cultuur, hè? Altijd het beste willen.’ Het cateringbudget van vandaag ligt rond de 3 euro. Daarvoor krijgt iedere gast: een bord rijst met kip, Turkse koekjes, zakje Croky-chips, Cola, Fanta, Spa. Erkan en Elmas komen uit Hilversum, hun ouders uit Turkije. Hüseyin: ‘Turken van vlakbij de Egeïsche zee zijn streng gelovig, maar deze mensen komen uit Konya; medium moslims dus. Ze dansen wel – ze dansen het dak eraf – maar drinken geen alcohol.’ Het bruidspaar stapt uit een BMW X5 en gaat de marmeren hal door, de trap op, langs de gehalveerde hoepels die hun vrienden omhoog houden. ‘Ja, leuk hoor, die hoepels’, zegt Hüseyin, ‘maar ik wil spuitende fakkels aanschaffen. Koud vuur. Poef moet het doen: poef, poef, poef, poef!’ Elmas (witte jurk) en Erkan (witte smoking) gaan de dansvloer op, om hen heen vier digitale camera’s, zes mobiele telefoons en de Sony HD van cameraman Hakan. Hüseyin: ‘Door de week maakt hij orthopedische helmen voor mensen met epilepsie.’ Hakan filmt dat de band speelt en het bruidspaar danst. Vroeger, ‘heel lang geleden’, zat Hüseyin zelf in een band. Hij was drummer bij El Arab. ‘Turkse liedjes, maar dan in het Marokkaans.’ Ze speelden in Ahoy’ en Paradiso, toerden via Barcelona en Berlijn naar Casablanca. ‘Niets zo mooi als op een podium staan.’ El Arab speelt nog steeds. Zonder Hüseyin. Zijn drumstel staat op zolder. ‘Ik kreeg een baan bij een groot Amerikaans cosmeticabedrijf.’ Hüseyin bemiddelde bij de verkoop in Turkije en het Midden-Oosten, totdat zijn bedrijf vorig jaar werd overgenomen. Moest-ie opeens in Hannover gaan wonen. ‘Maar die Duitse cultuur, hè? Niets voor mij.’ Via kennissen kreeg Hüseyin partycentrum Aladdin aangeboden. ‘Toch weer een podium.’ Later die avond, na de rijst met kip en taart van vijf lagen, pakt Hüseyin de microfoon. Hij roept: ‘En nu alle handen in de lucht!’, neemt een slok Red Bull en doet: ‘Brabantse nachten zijn lang. Brabantse nachten zijn laaang.’ En daarna: ‘Hava Nagila Hava, Nagila Hava, Nagilala’. En dáárna, terug bij de bar: ‘Hoorde je dat? Partycentrum Aladdin is er echt voor ons allemaal.’

Twee: Je man de dansvloer op krijgen Zeynep zit rechts achter in Partycentrum Aladdin. Ze is blond maar niet van zichzelf. Zeynep heeft een Nokia N73, waarmee ze haar man Kukilay belt. ‘*’ ‘Neemt-ie weer niet op, hoor.’ Kukilay staat te roken, met de mannen op het balkon. De vrouwen roken ook, zegt Zeynep. ‘Maar dan op het toilet. De mannen mogen het niet zien, maar ze weten het wel want je ruikt het.’ Zeynep heeft altijd Fisherman’s Friend bij zich. Mint sugarfree extra fresh. ‘Die zijn het best.’ Drinken doet ze niet vandaag. ‘Alcohol past niet bij een bruiloft.’ Eigenlijk drinkt ze nooit. ‘Ik heb het niet nodig, want ik ben al leuk en mijn man ook. Ik bedoel, niemand drinkt hier, en kijk dan.’ Zeynep knikt de zaal in. ‘Brabantse nachten zijn laaang.’ De gasten zijn gaan staan, stelletjes schuifelen, de vader van de bruid heeft zijn jasje uitgedaan. Twee jaar geleden trouwde Zeynep zelf. ‘Geen idee meer in welke zaal dat was. Ik vergeet altijd alles.’ Wat ze nog wel weet: het was nét iets gezelliger. ‘Ja, sorry dat ik het zeg hoor, maar op mijn bruiloft waren meer mensen, iets van zevenhonderd. Dit zijn er driehonderd, vierhonderd maximaal. Weinig. Ik snap wel waarom. De familie van de bruidegom woont nog in Turkije. Die komen niet helemaal naar Nederland voor een feest, dat is niet praktisch.’ De Nokia gaat af, op het scherm een foto van Zeyneps voorhoofd en Kukilay’s kaak. ‘Waar ben je dan?’ ‘*’ ‘Ik wil dansen.’ ‘*’ ‘Schiet op dan, straks is het voorbij.’ Ze kennen elkaar nu zes jaar. Zeynep was 19, Kukilay 25. Zij werkte op de fotoafdeling van V & D, hij zei dat-ie iets wilde kopen. Maar Kukilay kocht niets en ging ook niet op de foto. Wel vroeg hij haar telefoonnummer. ‘Dus dat heb ik toen gegeven. Zomaar. Op het eerste gezicht.’ Kukilay staat voor de tafel, hij leunt op een Spafles en Zeynep zegt: ‘Ja, en nu ben je dus te laat.’ ‘Maar we kunnen toch dansen?’ ‘Nee want nu is de slow voorbij en komt er weer een snel liedje en daar wil ik niet op dansen want dat kan ik niet en dat weet je best.’ Kukilay zegt o ja en sorry: ‘Als er weer een slow komt, gaan we meteen. Oké?’

Drie: Da-haag zeggen Ebru heeft een glazen kastje op haar kamer. In dat kastje staan een fles Malibu, Passoa, Goldstrike en Pisang. ‘Gewoon om naar te kijken’, zegt Ebru, ‘ik vind ze mooi, ze passen bij m’n muur. Ik heb ook een blikje baco – zwart-rood-wit – ik denk dat die inmiddels bedorven is.’ Een paar keer zegt Ebru: ‘Ik kan drinken wanneer ik wil. Wakker worden en meteen een slok nemen uit een van de flessen bij m’n bed. Maar dat doe ik niet. Ik heb nog nooit alcohol gedronken en ik ga het ook nooit doen.’ Ebru’s oom drinkt wel. Hij heeft een eigen café en nam de flessen voor haar mee. Als Ebru’s oom dronken is, gaat hij steeds langzamer praten. En nog voor het café dicht is, zegt-ie: ‘Ik wil slapen.’ Ebru: ‘Dat is wat alcohol doet: het maakt je moe. Ik wil niet moe zijn, ik wil dansen. Dus waarom zou ik drinken dan?’ Die avond – het einde van de Turkse middag in de Rotterdamse club Risque – bestelt Ebru dus een cola (één muntje) en geen wodka-jus (drie muntjes). Ze draagt haar witte hoofddoek met parelmoer motief, want die past het best bij haar lakpumps en tailleriem. Ebru hurkt wanneer de MC daar in het Turks om vraagt en springt wanneer de black lights aangaan. Uren achter elkaar. ‘Dankzij cola. Cola en Red Bull. Ja, en natuurlijk de muziek; daarvan krijg ik ook energie.’ Soms zet Ebru die muziek vóór het uitgaan alvast op. Dan danst ze in haar kamer. ‘Met de juiste liedjes blijf ik de hele avond in de stemming.’ Voor het podium ligt een jongen. Hij staat op, lacht en loopt naar Ebru: ‘Hé, hé, hoe heet jij dan?’ Ebru kijkt van haar pumps naar haar riem naar haar vriendinnen naar de jongen, die net nog op de grond lag. Ze zegt: ‘Daa-haaag.’ Later, op het toilet, tussen het lipglossen en mascara doen: ‘Kijk, dat is dus ook waarom ik niet drink. Met meisjes die drinken loopt het slecht af, want die zeggen ‘ja’ in plaats van ‘dag’. Jongens maken misbruik van ze. Ze vragen of ze even mogen ruiken welk parfum zo’n meisje op heeft en proberen haar zo te zoenen. En dan gaan hun vriendinnen weer roddelen.’ Dit is hoe Ebru een dronken meisje herkent: ‘Ze gaat soms zomaar zitten. Midden op de dansvloer. Omdat ze zo moe is.’ Zonde, vindt Ebru: ‘Echt, ik heb nog nooit gedronken en ik ga het ook nooit doen.’

Kanttekening: Satan fucken En de toiletmevrouw riep nog: ‘Hé, je gaat helemaal de verkeerde kant op!’ Maar Ahmet liep door en zei: ‘Ja, ja, vergissing, kan gebeuren, toch?’ Om half negen trekt Ahmet een damestoilet door. Ebru loopt weg. Had ze dat niet gedaan, dan had Ahmet waarschijnlijk gevraagd hoe ze heette. Had ze hem haar naam verteld, dan had-ie gevraagd waar ze vandaan kwam. En had ze Rotterdam geantwoord, dan had Ahmet gezegd: ‘Ik kan me niet herinneren wat ik vanavond gegeten heb, maar weet je waar ik trek in heb? In jou!’ Ahmet draagt een geel T-shirt met het blauwe logo van de Free Record Shop. In de witte logoletters staat: ‘Free Blow Job.’ Meisjes vertelt hij dat-ie ‘in de zwarte handel’ zit. En als ze ‘vijf minuutjes’ voor hem hebben, belooft hij dat-ie een ring voor ze zal kopen. ‘Werkt altijd’, zegt Ahmet. Of, nou ja, bij nader inzien: misschien werkt het wel niet bij dat meisje van net: ‘Ze had een hoofddoek, dus waarschijnlijk drinkt ze geen alcohol.’ Ahmet drinkt al sinds z’n 13de. Het mocht niet van z’n ouders, ‘maar ik had veel vrienden en die hadden rake’. Zijn ouders zijn moslim, Ahmet ‘niet écht’. De Koran leest hij niet. ‘Satan? Fuck dat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden