Geen dotcom te bekennen

Voor vergane glorie moet je in Porto zijn. De Portugese stad heeft de impuls van Culturele Hoofdstad hard nodig. Een goed excuus voor verbetering van de infrastructuur....

DE ENTREE van Teatro Sá da Bandeira werkt als een tijdscapsule. Een duikeling naar 1893, toen dit theater in het centrum van Porto werd geopend. Houten klapstoelen en lambrisering, rood pluche. Loges voor de elite. Twee niveaus met balkons, van elkaar gescheiden door ivoorkleurige, gewelfde balustrades die overdadig zijn befrutseld.

Dan de kater. De glazen vitrines in de gang zijn leeg. Van een bar rest slechts het geraamte. Op deze zondagavond zit het theater nog niet voor eentiende vol. Het publiek lacht om 2001 Odisseia do Carago, een revue met veel liedjes, misverstanden en dubbelzinnigheden.

Het kan nog deprimerender. De rest van de week schuifelen hier eenzame mannen langs de kassa. Dan vertoont het theater louter harde porno. Deze week draait Taradas por Animales, vrij vertaald als 'Dierenliefhebsters'.

Als het om vergane glorie gaat, bevindt Teatro Sá da Bendeira zich in goed gezelschap. Het nabijgelegen 'monument van de café's in de stad', A Brasileira, is gesloten. Café Imperial op het Praca da Liberdade is nu een McDonalds. En om de hoek, in de Rua Santa Catarina, spreekt een bijna lege ontbijtzaal van het uit 1880 daterende Grande Hotel do Porto boekdelen. 'Nick Cave houdt erg van Porto', zegt Carla Morais, medewerkster van het filmprogramma voor Porto Culturele Hoofdstad 2001. 'Als hij in Europa op tournee is, doet hij altijd Porto aan. Zijn concerten zijn meteen uitverkocht.'

We lopen langs de donkere gewelven van de middeleeuwse wijk Ribeira, aan de oevers van de Douro rivier. Links doemt de Ponte Luis I op, de stalen brug met twee niveaus. Aan de overkant liggen de portmagazijnen. Het is rond middernacht. In het oude centrum is al uren niets meer te beleven, in Ribeira begint het leven nu pas. In vochtige spelonken wordt dope gerookt. Tussen twee en vier is het hier spitsuur.

Porto en Nick Cave. Het is niet moeilijk je iets voor te stellen bij die wederzijdse liefde. De ex-junk en romanticus schrijft fatalistische liedjes over liefde en de dood, vol religieuze symboliek. Porto is een stad van grijstinten: mist, regen en graniet. Vergeven van gotische en barokke kerken. In en rond de kronkelstraten van het oude centrum is geen dotcom te bekennen.

Porto heeft de impuls van Culturele Hoofdstad hard nodig. De politieke, economische en culturele hoogtijdagen liggen ver achter ons, in de negentiende eeuw, toen de bewoners een beleg van achttien maanden doorstonden en het liberalisme zegevierde. Dankzij de industrialisatie en de handel ging het Porto daarna voor de wind.

Het culturele leven moet rijk geweest zijn, getuige ontmoetingspunten als Café Majestic en boekhandel Lello & Irmao. Beide zijn volledig gerenoveerd en doen de bezoeker naar adem happen. Majestic met zijn art-deco interieur en oude spiegels waarvan het tin door het zuur is aangevreten. Het goed gesorteerde Lello uit 1869 met zijn neogotische façade, glas-in-loodplafond en uitwaaierende trap.

De euforie was van korte duur. In 1926 namen de militairen met een staatsgreep de macht over in Portugal. Zeven jaar later legde Antónia de Oliveira Salazar de dictatuur grondwettelijk vast. De censuur deed zijn intrede en zou tot de Anjerrevolutie van 1974 blijven bestaan. Macht en geld werden geconcentreerd in Lissabon. Porto kwijnde weg. Waar collega Culturele Hoofdstad Rotterdam de afgelopen vijftig jaren vooral fysieke gaten had te dichten na het bombardement in 1940, kampt Porto met een cultureel gaat van een halve eeuw.

De organisatie van Porto 2001 wil 37 procent van de begroting van 420 miljoen gulden gebruiken voor verbetering van de culturele infrastructuur, met als kroon het Casa da Musica, een door Rem Koolhaas ontworpen muziektempel waarvan niemand weet wanneer die af komt. Bijna veertig procent van de begroting gaat naar de renovatie van de oude binnenstad. Slechts twaalf procent is voor het culturele programma.

'Het culturele leven speelt zich al lang niet meer af in Café Majestic', zegt Sergio Andrade, chef kunst en cultuur van de kwaliteitskrant Público. Net als de meeste inwoners van Porto heeft hij grote twijfels over de renovatiecampagne. Onder het mom van nu of nooit heeft de gemeente de hele binnenstad in een keer opengegooid.

Nu al lopen de werkzaamheden maanden achter op schema. Van enige coördinatie lijkt geen sprake. Iedereen vreest dat het budget verre van toereikend is, en niemand weet waar het geld vervolgens vandaan moet komen.

'Het grote probleem is dat het centrum leeg is', zegt Andrade. 'Vroeger had je er tien bioscopen, nu nog maar twee. Buiten de stad heb je inmiddels enorme shopping malls met soms wel twintig bioscoopdoeken. Daar gaan de mensen heen. Daar heb je alles bij elkaar en kun je je auto makkelijk kwijt. Als er historische gebouwen worden opgeknapt, behouden we alleen de façade. Zoals met Café Imperial, waar we dan vervolgens McDonalds in zetten.'

Andrade bladert door de uitgebreide 'Porto 2001'-bijlage van zijn krant. De kunstenaars die er in Porto werkelijk toe doen, zijn veelal oud. Wereldberoemd is de 73-jarige architect Alvaro Siza, die onder meer het sierlijke Serralves Museum voor Hedendaagse Kunst heeft ontworpen. Volgens de verhalen is hij een knorrige man die regelmatig in het museum komt kijken wat ze nu weer hebben opgehangen en daar dan luidkeels over moppert.

Net zo vermaard is de 92-jarige filmregisseur Manoel de Oliveira, die in Porto steevast in een adem wordt genoemd met Joris Ivens. 'Sinds 1980 maakt hij een film per jaar', zegt Andrade. 'Een man met uitzonderlijke energie. Hij was dandy, auto-coureur en trapezewerker. Hij heeft ontzettend veel voor de stad betekend.'

Als eerbetoon aan de cineast is in de gewelven van Ribeira een bar Aniki-Bobo genoemd. Naar zijn film Aniki-Bobo uit 1942. 'Een verhaal over de naïviteit van kinderen', had Andrade gezegd. Carla weet de weg. Bij de ingang krijgen we een knipkaart waarop wordt bijgehouden hoeveel je verbruikt. Niks drinken kost vijf gulden, verlies van de kaart kost honderd gulden. Het interieur oogt zoals men in de sixties dacht dat het jaar 2000 eruit zou zien. Het publiek is jong en hip, de muziek jazzy hiphop en lounge. Dit zou overal kunnen zijn.

'Wat wil je nog meer zien?' Carla rijdt door de nachtelijke stad, langs de rivier richting zee, over een nieuwe witte brug, langs uitgaansgelegenheden voor de rijken, door armoedige straten die aan Tanger en Algiers doen denken, langs de villa's van Boavista, over de brede boulevards van het nieuwe centrum. Tot ze in een doodstille straat de auto dubbelparkeert.

Tegen drieën gaan we Labirintho binnen. Weer zo'n knipkaart. Beneden is een stamvolle bar met tuin waar ondanks het late uur en de kou nog mensen zitten. Veel kunstenaars en journalisten. Labirintho is een 21ste eeuws vervolg op Café Majestic. Boven is een galerie met borrelende installaties à la Damien Hirst. Elders hangen schilderijen en heeft iemand, indachtig Tracy Emin, een besmeurd laken tot kunstwerk gemaakt.

De isolatie is voorbij. De invloed van de jonge Britse kunstenaars is groot, vertelt de volgende dag Marina Costa (36), die Artes em Partes beheert. Eenzelfde publiek hier als in Labirintho. Sinds twee jaar herbergt Artes em Partes drie galeries, een kapper, een café en een aantal bizarre winkeltjes waar je onder meer muziek kunt kopen van de lokale band ZZZZZZZZZZZZZZZP!.

Zojuist is op de eerste verdieping een tentoonstelling geopend. Dames met bontjassen bekijken de miniatuurtjes aan de wand. De 31-jarige kunstenares noemt zich Alice Cruel. Ja, cruel als in wreed. Waarom? Ze lacht, spreekt geen Engels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden