Geen dokter in de nacht

Deze week is de tweede huisartsenstaking. Zware diensten in de nacht breken hen op. Centrale diensten geven lucht, veel lucht....

DE HAAGSE huisartsen zijn erom verguisd. Collega's elders in het land vonden die Haagse artsen maar ontaarde wezens. Huisarts ben je immers uit roeping, het hoort bij de beroepsethiek dat een huisarts dag en nacht klaar staat.

Maar dit roepingsidee begint achterhaald te raken. En ineens is wat Den Haag al sinds de Tweede Wereldoorlog doet dé oplossing om het huisartsenvak aantrekkelijk te houden: avonddiensten draaien vanuit één centrale dokterspost. Dat kan het aantal nachturen in een jaar voor de dokter terugbrengen van acht- naar tweehonderd diensdoende uren.

Een zieke Hagenaar weet niet beter. Als hij na zeven uur 's avonds een dokter nodig heeft en het kan niet telefonisch worden afgehandeld, moet hij naar de Vondelstraat in het centrum van de stad komen. Eén dokterspost voor de hele stad. Je moet wel heel ziek zijn, wil je die tocht ondernemen. En je moet nóg zieker zijn voordat de dokter daadwerkelijk bij je aan bed komt. Want die service verleent de dokterspost ook.

De doktersnachtdienst in Den Haag is een overblijfsel uit de oorlog. De Duitse bezetter hield na het ingaan van de Sperrtijd op straat erg veel mensen aan die zich onder de regels van de avondklok probeerden uit te praten door te zeggen dat ze dokter waren en op weg naar een patiënt. De Duitsers voelden aan hun water dat er iets niet klopte. Ze eisten duidelijkheid. Dus kwam er een centrale dokterspost en alleen de dokters die dienst hadden mochten 's nachts door de stad rijden.

Na de oorlog is het systeem gebleven. Huisarts M. Goense weet nog dat hij achttien jaar geleden voor het eerst waarnam in Den Haag. 'Ik dacht meteen: hier wil ik blijven. Want wat maakt het vak van huisarts zo zwaar? Dat zijn de bereikbaarheidsdiensten. Dat je 's nachts uit je bed wordt gebeld. Na zo'n gebroken nacht moet je de volgende dag gewoon weer aan de slag.'

De Maldense huisarts J. Schreuder weet er alles van. 'Ik ben nu 25 jaar huisarts en al 25 jaar vind ik die diensten erg zwaar. Maar ik heb jarenlang gedacht dat het er bij hoorde. Ik zag geen uitweg.' Typisch, want Schreuder is opgegroeid in Den Haag en wist van de doktersnachtdienst daar. 'Ja, maar dat had een slechte naam.'

De Haagse huisarts Goense kan daar nu om lachen. 'Het is nog maar acht jaar geleden dat wij enorme herrie hebben gehad met de LHV (Landelijke Huisartsen Vereniging - red.). Die vond dat op elke tien praktijken er één huisarts dienst moest doen. Dat halen wij niet. Dat klopt. Wij hebben 's nachts na twaalven twee huisartsen die aan het werk zijn, voor ruim 400 duizend patiënten. Maar zij zijn dan ook écht aan het werk en niet alleen vanuit hun bed bereikbaar. De ruzie met de LHV liep zo hoog op, dat wij bijna zijn weggelopen. Wij hebben de nachtdienst hier uitgevonden, we weten dat het werkt en laten ons niet door anderen de wet voorschrijven.'

Dat de doktersnachtdienst moeilijk lag, weet ook de Nijmeegse huisarts G. Busser. 'Toen ik zes jaar geleden probeerde wat te veranderen, merkte ik dat alleen al het praten over een andere opzet bij veel collega's taboe was.' Busser nam twee zorgwekkende ontwikkelingen waar. 'Ook ik vond de traditionele bereikbaarheidsdiensten zwaar. Ik zag oudere collega's er op afknappen of het huisartsenvak verlaten. Bovendien merkte ik dat de aankomende artsen een andere beroepsopvatting hebben. De nieuwkomers willen het liefst in deeltijd werken, in een groepspraktijk én geen bereikbaarheidsdiensten doen zoals tot nu toe gewoon was. Ik dacht: als er niks gebeurt, zijn er straks helemaal geen huisartsen meer.'

Bussers aanvankelijke enthousiasme om te vernieuwendreigde om te slaan in berusting. Totdat hij van collega Schreuder hoorde van de problemen tussen de ambulancediensten en de huisartsen in de regio Nijmegen.

Wat bleek: de mensen op de ambulance zien hun nachtdienst als echt werk, vinden het 'leuk' als ze uit mogen rukken en gaan na hun dienst naar bed, terwijl de dienstdoende huisarts het niet leuk vindt eruit te moeten omdat hij weet dat hij de volgende dag gewoon om acht uur 's morgens zijn spreekuur heeft. Dit verschil zat een goede samenwerking tussen ambulancedienst en huisarts in de weg. Het leek alleen te kunnen worden opgelost als ook de huisarts zijn werk buiten kantooruren zou kunnen zien als dienst waarna hij recht heeft op rust.

'Hoe we dat daadwerkelijk moesten gaan organiseren, wisten we toen nog niet', weet Schreuder nog. Toen kwam Rotterdam met wat het ei van Columbus bleek: doktersnachtdiensten voor een grote regio vanuit één centrale post. Maar waarom werd Rotterdam wél een lichtend voorbeeld en Den Haag niet? De Haagse huisarts Goense kan het verklaren: 'Onze oorspronkelijke opzet van de dienst, dat relikwie uit de oorlog, moet je vergelijken met een mooie oldtimer. Iedereen kijkt ernaar, maar uiteindelijk schaffen ze zelf toch liever een Ferrari aan met de modernste snufjes. Daar leren wij overigens weer van.'

Schreuder beaamt dat. 'Den Haag werkte aanvankelijk zonder doktersassistentes en zonder de ondersteuning van een goed computernetwerk, zodat de eigen huisarts niet direct de volgende ochtend wist welke patiënt van hem met welke klacht bij de doktersnachtdienst is geweest.'

Den Haag heeft inmiddels zijn oude wagen aangepast aan de eisen van de moderne tijd. Dat het die snufjes lang moest ontberen, had een eenvoudige oorzaak: geldgebrek.

Dit is dan ook het grootste struikelblok bij het opzetten van nieuwe doktersnachtdiensten. Het kost geld, want er komt veel bij kijken: huisvesting, ondersteuning, doktersassistentes, computerisering en auto's met chauffeurs waarmee de dokters 's nachts snel op hun bestemming kunnen zijn en niet langdurig naar een parkeerplaats hoeven te zoeken.

Huisarts Busser werkt in Nijmegen inmiddels ruim een jaar met de doktersnachtdiensten. Tevreden? 'In de oude situatie had ik ongeveer achthonderd uur per jaar dat ik bereikbaar moest zijn na kantooruren. Nu is dat zo'n tweehonderd uur per jaar. In die uren is het heel hard werken. Maar ik merk dat ik het met meer plezier doe. Laatst moest ik bij voorbeeld naar een vrouw toe. Vroeger vond ik het vreselijk als ik weer eens uit bed werd gebeld met een warrig verhaal. Nu stuurt mijn collega op de post me bij haar langs. Ik merk dat ik het nu wel leuk vind om eens in haar thuissituatie met haar over haar toestanden te praten.'

Busser weet dat hij niet de enige is die baat heeft bij de nieuwe opzet van de diensten. 'Toen wij met ons plan kwamen, waren er collega's die écht kwaad werden. Ze vonden dat wij het huisartsenvak uitholden. Maar na ruim een jaar worden ook zij enthousiast.'

Nu de overheid nog, vinden zowel Goense, als Schreuder en Busser. Die moet over de brug komen met geld. Veel geld. Busser: 'Borst moet eens uitrekenen wat de huisartsen de gezondheidszorg aan kosten besparen. Ik vind een bedrag van tenminste 150 tot 200 gulden per uur redelijk.' Veel geld? 'Als je de huisartsenzorg wilt bewaren, dan moet je ervoor betalen', zegt Schreuder uitdagend. Busser: 'Want we hebben het alleen gehad over de onkosten, nog niet over het inkomen van de huisarts buiten kantooruren. Dat is zo'n achtduizend gulden per jaar. Dat is zo'n veertig gulden per uur vóór belasting. Daar komt een loodgieter 's nachts ook niet voor langs.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden