POSTUUM

Geen componist in Nederland was zo invloedrijk als Louis Andriessen (1939-2021)

Louis Andriessen. Beeld Joost van den Broek
Louis Andriessen.Beeld Joost van den Broek

Louis Andriessen, Nederlands bekendste componist, is overleden. Dat hebben vrienden en collega’s bevestigd aan de Volkskrant. Hij leed aan de ziekte van Alzheimer en is donderdagnacht ingeslapen in een verzorgingstehuis in Weesp. Hij is 82 geworden.

Met Louis Andriessen had Nederland voor het eerst sinds Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) een componist die internationaal niet alleen meetelde, maar ook iets te vertellen had. Het aantal buitenlandse muziekstudenten dat speciaal om bij hem te studeren naar Nederland trok, moet tegen de honderd lopen, en verder gaf Andriessen menig cursus in het buitenland. Die wereldfaam dankte hij allereerst aan zijn eigen baanbrekende stijl, die zijn beslag vond in grootschalige composities als De Staat, De Tijd en De Materie en opera’s als Writing to Vermeer en La Commedia.

In eigen land was hij ook bekend als componist van kleinschaliger werk en theater-, ballet- en filmmuziek. Hij gold als de centrale figuur, zo niet de grondlegger, van wat sinds de jaren tachtig de Haagse School genoemd werd.

Andriessen werd op 6 juni 1939 in Utrecht geboren als jongste zoon van de gerenommeerde componist Hendrik Andriessen. ‘Ik heb nog steeds het gevoel dat mijn vader meekijkt over mijn schouder als ik componeer’, zei hij in 1992, toen hij zelf al over de vijftig was.

Eigen weg

In zijn eerste gepubliceerde compositie, een op 18-jarige leeftijd gecomponeerde fluitsonate in Franse neoklassieke stijl, is de invloed van zijn vader nog overheersend, maar binnen een jaar, met Séries voor twee piano’s, liet Louis Andriessen horen dat hij zijn eigen weg wilde gaan. Die weg leidde langs het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij studeerde bij Kees van Baaren, en vervolgens naar Italië, waar hij lessen volgde bij Luciano Berio.

In de jaren zestig ontpopte Andriessen zich meer en meer als politiek geëngageerd componist. Daarmee werd hij een sturende kracht bij de ontwikkeling van de latere Nederlandse ensemblecultuur. In 1969 was hij een van de vijf componisten die verantwoordelijk was voor de antikapitalistische, collectief gecomponeerde opera Reconstructie (de anderen waren Misha Mengelberg, Peter Schat, Reinbert de Leeuw en Jan van Vlijmen). Ook maakte hij deel uit van de Notenkrakers, de actiegroep die zich in die tijd verzette tegen het volgens hen te conservatieve programmabeleid van het Concertgebouworkest.

Voorbereidingen voor de opera Reconstructie in 1969, met van links naar rechts Hugo Claus, Louis Andriessen, Misha Mengelberg, Reinbert de Leeuw, Peter Schat, Harry Mulisch en Jan van Vlijmen. Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/ANP
Voorbereidingen voor de opera Reconstructie in 1969, met van links naar rechts Hugo Claus, Louis Andriessen, Misha Mengelberg, Reinbert de Leeuw, Peter Schat, Harry Mulisch en Jan van Vlijmen.Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/ANP

Andriessen kwam tot de conclusie dat je het muziekbestel alleen kon veranderen door ook de muziek en het musiceren te veranderen. Uit zijn nauwe samenwerking met musici ontstonden de intussen opgeheven, maar even roemruchte als luidruchtige gezelschappen De Volharding en Hoketus, beide vernoemd naar de werken die Andriessen voor hen schreef.

Andriessens muziek uit die tijd was een repliek op de Amerikaanse minimal music, waarin hij om te beginnen afrekende met het zoetgevooisde oppervlak van die muziek. De repetitieve, maar hoekige en dissonante klanken van zijn werk werden al snel beschouwd als wezenskenmerken van de Haagse School, de groep componisten aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag waartoe naast Andriessen ook Cornelis de Bondt, Diderik Wagenaar en Gilius van Bergeijk gerekend worden.

Uitleven

Met het grote stuk De Staat uit 1976 brak Andriessen internationaal door. Daarop volgde een reeks monumentale en steeds minder minimalistische composities die eveneens de aandacht trokken. Tegelijkertijd componeerde Andriessen diverse kleinere werken, waaronder verschillende muziektheaterstukken in samenwerking met toneelgroep Baal. In die muziek kon hij zich, net als zijn grote voorbeeld Stravinsky, uitleven in muzikale mimicry en allerlei stijlpastiches waaraan hij toch steeds weer een eigen draai gaf.

Een schoolvoorbeeld is de tegendraadse Mattheus Passie uit 1976, waarin hij een fusie tot stand brengt tussen Bach, Weill en smartlappen, maar niet zonder er zijn eigen vingerafdrukken aan toe te voegen. Die twee lijnen kwamen samen in het muziektheaterwerk De Materie uit 1989, een vierluik waarin vrijwel alle hoofdpersonen afkomstig zijn uit de vaderlandse geschiedenis, zoals Hadewych en Piet Mondriaan.

Vanaf de jaren negentig nam Andriessens roem snel toe, waar zijn samenwerking met theater- en filmmakers als Bob Wilson, Peter Greenaway en Hal Hartley zeker aan heeft bijgedragen. Hoewel zijn leerlingen van heinde en verre kwamen, heeft zijn werk vooral weerklank gevonden in Angelsaksische landen.

Een van zijn laatste grote werken was de opera Theatre of the World, dat in 2016 zijn doop kreeg door het Los Angeles Philharmonic onder leiding van Reinbert de Leeuw. Andriessen combineerde stilistische uitbundigheid met een voorkeur voor gewichtloze klanken en etherische schoonheid, die in zijn latere werk steeds meer op de voorgrond trad.

Zijn allerlaatste stuk was May, een requiem voor zijn boezemvriend, de blokfluitist en dirigent Frans Brüggen (1934-2014), naar het gedicht Mei van Herman Gorter. Toen het Orkest van de Achttiende Eeuw en kamerkoor Cappella Amsterdam May het op 5 december 2020 in première brachten, woonde de componist al in een zorginstelling. Andriessen leed aan de ziekte van Alzheimer. Zijn leerling Martijn Padding had hem geholpen de instrumentatie te voltooien.

Louis Andriessen (rechts) krijgt pianoles van zijn vader Hendrik in 1950. Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo
Louis Andriessen (rechts) krijgt pianoles van zijn vader Hendrik in 1950.Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo

Andriessen woonde vrijwel zijn hele volwassen leven in Amsterdam en deelde dat bijna vijftig jaar lang met zijn grote liefde Jeanette Yanikian, die in 2008 overleed. In 2012 hertrouwde hij met de violist Monica Germino. Zijn ochtenden besteedde hij doorgaans aan componeren. ’s Middags gaf hij dan les, waarop hij steevast tussen 5 en 6 een gezondheidsslaapje deed. De volgende morgen hield hij dan allereerst de productie van de vorige dag tegen het licht, want zoals hij zei: ‘Goede noten, daar moet een nachtje overheen gaan.’

Die zelfkritiek heeft geleid tot een veelvormig, maar kwalitatief hoogstaand oeuvre, dat getuigt van een niet aflatend geloof in de zeggingskracht van de muziek, of het nu gaat om een complete opera of een als verjaarscadeautje geschreven pianostukje van luttele minuten.

Meer over Andriessen

Toen Louis Andriessen begon aan May, werd hij op de hielen gezeten door de ziekte van alzheimer. Hoe wist hij het stuk te voltooien?

In 2016 was de Volkskrant bij de wereldpremière van Theatre of the World, in Los Angeles.

Voor de 125ste verjaardag van het Concertgebouworkest deed Louis Andriessen iets wat hij had afgezworen: schrijven voor groot symfonieorkest. De weg naar de première was er een vol hobbels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden