Geen bloemen

PETER MIDDENDORP

Ik zat op de tribune van de Tweede Kamer toen plotseling mijn aandacht naar de toegangsdeuren linksachter mij werd gezogen, want daar trad Eerste Kamerlid Roger van Boxtel (D66) binnen, met werkelijk een adembenemend mooie sjaal.

De sjaal was felgeel, zacht, glanzend, en ongetwijfeld uit de fijnste zijde, satijn of kasjmier vervaardigd. De sjaal was enorm. Als twee vorsten lagen de helften over het kostuum op de borst en buik van Van Boxtel. In mijn hele leven had ik nog nooit zo'n prachtige, doorluchtige, belangrijke sjaal gezien.

Ach, dacht ik, had ik maar zo'n sjaal. Bij verdriet zou de sjaal mij troosten. Bij ontstemming wierp ik de rechterhelft over mijn linkerschouder, en draaide mij om met een ruk - ha! Met zo'n sjaal stelde ik het maandenlang moeiteloos zonder vrouwelijke vrijwilligheid, durfde ik mij eindelijk aan te melden bij het improvisatietoneel.

Van Boxtel daalde de trap af en legde zijn handen op de reling, die moet voorkomen dat mensen, die voor de publieke tribune langslopen, in de vergaderzaal beneden vallen. 'Psst!', riep hij. 'Pssst!! Boris! Hee! Boris!! Hee!!'

Van Boxtel doelde op het Kamerlid Boris van der Ham, bekend van zelfgemaakte internetfilmpjes, waarin hij intelligente boeken laat zien. Boris keek verward omhoog. Het gebeurde niet iedere dag dat iemand van de tribune naar je begon te roepen - eigenlijk had ik zoiets in vier jaar niet één keer eerder gezien, ja, of ik moest twee malle demonstranten meerekenen - en dan had je dus ook nog die verrukkelijke sjaal.

'Waar waren de bloemen?!', riep Van Boxtel. 'Wij zijn net geïnstalleerd als nieuwe Eerste Kamerleden, en wij kregen geen bloemen! Waar zijn mijn bloemen!?!'

Het was wel gewaagd wat Van Boxtel hier deed. Op de tribune bij de vergaderzaal dient alles stil en ordelijk te verlopen, daar zien Kamerbodes en agenten streng op toe. Mensen die aan de reling hun stem denken te kunnen verheffen, worden zonder pardon verwijderd, eventueel met wat passend, proportioneel politiegeweld. Het is ook wel terecht natuurlijk. De volksvergadering is ons hoogste orgaan. Niemand is groter dan het parlement. Je zag de Kamerbodes en agenten ook al kijken, maar ja, neerknuppelen ging niet natuurlijk. Niet met de heer Van Boxtel. Niet met die sjaal.

Wat je wel had kunnen doen, zat ik later te denken, als de heer Van Boxtel bijvoorbeeld zou protesteren of tegenstribbelen, is hem eerst vragen de sjaal in verzekering te stellen - er liep vast wel een medewerker rond die speciaal met de bewaardoos was belast - en pas dan de lange lat erover leggen. Anders kwam er allemaal bloed op.

Boris wist niet waar de bloemen waren. 'Vraag het anders aan Pechtold!', riep Van Boxtel. Hij begon te schreeuwen: 'Heer Pechtold! Heer Pech-told!! Héér Pèèèch-toold!!'

In de zaal en op de tribune keek iedereen nu met open mond naar de heer Van Boxtel onder zijn wonder van Indiase vingerarbeid. Links en rechts, jong en oud - even waren wij in bewondering verenigd. Hierdoor werd wel zichtbaar dat de Kamerbodes en agenten tot nu toe een beetje klassenjustitie hadden bedreven. Aarzelend kwamen zij dichterbij.

Pechtold keek naar Van Boxtel omhoog, een vonkje in de ogen - ook weerloos natuurlijk. Van Boxtel riep: 'Waar waren de bloemen!?! Wij zijn net geïnstalleerd! Waar zijn mijn bloemen!?!' Pechtold wees naar zijn borst, vlak onder de kin, en begon 'nee' te schudden. 'Ja', wuifde Van Boxtel nu, 'Het maakt niet uit hoor. Maar het viel wel op.'

Dit vond ik klasse. Als mij zoiets was overkomen, ik zou, zodra de plichtplegingen het toelieten, terstond uit de Eerste Kamer naar de Tweede Kamer zijn afgereisd, het Binnenhof over, het Plein, de Statenpassage in en de roltrap op naar de tweede verdieping, om daar, staand aan de reling van 's lands vergaderzaal, misbaar te gaan maken, maar Van Boxtel, uit ander hout gesneden, stapte er gewoon overheen.

Onder toeziend oog van agenten legden drie Kamerbodes de armen over de schouders van Van Boxtel, en zij begonnen hem vlug, professioneel, en met de waardigheid die daarmee gepaard dient te gaan, naar de uitgang te werken.

Ik bleef achter met droefheid in de schouders, zoals wel vaker gebeurde als men met schoonheid is geconfronteerd. Ik kon mij niet meer op mijn werkzaamheden concentreren, zag daar ook even totaal het nut niet meer van in, pakte mijn boeltje bij elkaar en liep tijdelijk zielloos de publieke tribune af.

Op de gang was Van Boxtel het middelpunt van een grote groep toegestroomde belangstellenden. Met de armen in de lucht legde hij uit dat hij weliswaar geen bloemen had gekregen, en dat zoiets niet mooi was - oh, nee - maar dat zulks natuurlijk altijd een keer kon gebeuren, en er dus geen reden was om daar nu een punt van te gaan maken.

Ach, dacht ik, doet u voor ons toch niet zoveel moeite. Zwijg liever. Uw sjaal vertelt ons alles wat wij moeten weten.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden