Geen bloed, geen dood, bijna een mop

Zelf zag Harry Peters toen hij opgroeide nooit films, hij keek alleen naar Dappere Dodo op de televisie van een rijke buurvrouw....

Tuinpakken en leesmoeders branden op het netvlies als Harry Peters (50) over de vroege jaren zeventig spreekt. Hij geeft, in die dagen, les aan kinderen op een basisschool, en verzorgt in zijn vrije tijd de programmering van een bioscoop.

Dan krijgt hij plotseling een idee. Wat in het filmhuis kan kan op school ook: hij zal zijn leerlingen een film laten zien, Hugo en Josefin, een intiem Zweeds portret van een jongen en een meisje die hun grote steun en toeverlaat zien vertrekken. Open einde, triest verhaal. 'Zelfs de meest harde jongen van de klas was tot tranen toe geroerd. Die stoere knaap die normaal gesproken onbenaderbaar was gaf zich emotioneel prijs.'

Kinderen bleken ontvankelijk voor film! Zo bevoorrecht was Peters zelf niet geweest. Toen hij opgroeide, in het Noord-Hollandse Bergen, zag hij nooit films, er was niet eens televisie - 'alleen bij een rijke buurvrouw waar we met z'n dertigen naar Dappere Dodo keken.'

Hugo en Josefin bleek een keerpunt. Peters liet zijn leerlingen voortaan zelf films maken, en hij stortte zich, voor Teleac en de NOT, op audiovisuele vorming. Tegenwoordig richt hij zijn leven in met kinder- en jeugdfilms. Als stafmedewerker van het LOKV, Nederlands Instituut voor Kunsteducatie, en als programmeur van Cinekid, het film- en televisiefestival voor de jeugd waarvan morgen de tiende editie begint in de Amsterdamse Meervaart. 'Kwaliteit lijkt voorbehouden aan het getto van art houses, maar kwaliteit zit overal - óók bij Walt Disney.'

Cinekid opent met een groots opgezette Disney-productie, James and the Giant Peach. Verder zijn er, als bij de vorige edities, vooral veel kleine films te zien, uit landen met belabberde distributiekanalen. 'Ooit was er een plan om een ontbijt met Donald Duck-poppen te organiseren. Dat was me te gemakkelijk. Kinderen die Peppi en Kokki willen zien moeten dat vooral doen - maar ik heb geen zin in Donald Duck als middel om kinderen binnen te slepen.'

Peters husselt met termen. Uitgangspunten moeten helder en herkenbaar zijn. Als kinderen bij het horen van de naam Cinekid de schouders ophalen denkt hij: 'Ik weet wat jullie missen. Een positieve ervaring in het donker die anderen wél hebben.' Maar let op: 'Ik ben geen kruisvaarder of moraalridder die ijvert voor het beste in het kind.'

Is dat wel zo? Zelf loopt hij het liefst een trauma op. 'Een positief trauma, een litteken zonder schade. Gevolg van een ontmoeting met een film die zo bijzonder is dat je je die film voor altijd zult herinneren.'

Hij beschrijft een scène uit Slaughterhouse Five, naar het boek van Kurt Vonnegut. Een jonge Amerikaanse soldaat belandt, in het kapotgeschoten Dresden, onder een Friese staartklok en kan niet meer overeind komen. 'Geen bloed, geen dood, bijna een mop - maar deze absurde situatie verbeeldt de waanzin van de oorlog veel overtuigender dan een groots opgezette scène met dertienduizend slachtoffers. Het is de kunst van film om het niet te gek te maken. Zodat toeschouwers in staat worden gesteld het aangeboden verhaal te ontdekken en er in mee te gaan. Dat wil ik, dat wil een kind ook.'

Volgt een beschrijving van een scène uit Breaking the Waves, de film van Lars von Trier waarvan hij zo onder de indruk is. In een hoekje van een kamer zit de ongelukkige Bess hartstochtelijk te huilen, de camera lijkt er nauwelijks acht op te slaan. 'En dat maakt veel meer indruk dan wanneer er ingezoomed zou zijn op haar betraande gezicht.'

Een bekentenis: 'Veel kinderfilms begeven zich op glibberig terrein. Ze zijn te expliciet, ze willen te veel vertellen. Ze barsten van de clichés: vijf kinderen in de hoofdrol, van alle soorten één: een slim, een dom, een dik, een dun kind, en tegenwoordig ook nog een allochtoon kind.'

Maria Peters, regisseur van de bekroonde jeugdfilm De tasjesdief, bereidt op dit moment een film voor naar Kladwerk, een boek van Anke de Vries. 'Al op pagina 1 is het raak: het geleerde jongetje draagt een brilletje - hoezo brilletje, denk ik dan. En waarom meteen een discussie over links en rechts in de politiek? De kleur en het etiket zitten er al op, het zal voor Maria Peters een hele toer zijn om het verhaal te ontstijgen. Filmmakers kiezen soms te gemakkelijk voor boeken waarin alles al kant en klaar is.'

In het buitenland vallen hem af en toe de schellen van de ogen. Hij bezoekt festivals en congressen, van Iran en India tot Cannes en Berlijn, ziet zo'n negentig procent van alle nieuwe kinder- en jeugdfilms, en merkt dat goede bedoelingen soms heer en meester zijn. 'Te veel vermeende deskundigheid, geen relativering van de keuzes. Waar ik me aan erger is dat de kwaliteit van de films afgemeten wordt aan hun inhoud. Goede films kunnen ook over etters van kinderen gaan zonder dat die meteen becommentarieerd worden: verbazing is vaak interessanter dan een duidelijk standpunt.'

Cinekid presenteert kwaliteit, cinematografische kwaliteit, Cinekid is geen leerschool of podium voor therapie. Peters kent de vooroordelen wel, bij collega's en journalisten: kinderfilms zijn geen films, die doe je even tussendoor, ze zijn een randverschijnsel. Het filmblad Skrien publiceerde eindelijk, voor het eerst, een piepklein artikel over Cinekid; in de kranten worden nauwelijks inhoudelijke discussies over het festival gevoerd. 'Desnoods verwijten ze ons dat we de verkeerde keuzes hebben gemaakt.' Fijntjes: 'In het advies van de Raad voor Cultuur wordt met name de cinematografische kwaliteit van het festival geroemd.'

Maar kent hij de praatjes over jolige jeugdfilmtypes die altijd een petje dragen? Peters haalt de schouders op, verwoordt zelf de domme opmerkingen. 'Ga je weer met je pedofiele koffertje naar een kinderfilmfestival?' En: 'Enge oude man doet kinderfilm.' Wat moet hij daarmee? 'Bij de term pedofilie zakt de moed mij zo in de schoenen dat ik niet eens wil slaan.' Hij grinnikt. 'Het gaat me niet om het kind. Het medium interesseert me.' Dan, lichtelijk geïrriteerd: 'Die opmerkingen getuigen van een misplaatst soort superioriteit. Ze worden gemaakt door dezelfde mensen die roepen dat er te weinig bioscoopbezoekers zijn. Ik zou dus zeggen: wek die belangstelling op op het moment dat mensen daar nog ontvankelijk voor zijn en ze hun keuzes nog niet bepaald hebben, in hun kindertijd.'

Zo'n constatering past Peters beter dan ergernis of agressie. Hij formuleert bedachtzaam, hij is de ex-onderwijzer die zich niet snel uit zijn tent laat lokken. Het liefst koestert hij een aardige gedachte als deze: 'Cinekid haalt het jaar 2000 wel. En ik geloof niet dat ik van plan ben het veld te ruimen voor de jonge generatie.'

Zijn jongste zoon studeert film- en televisiewetenschap, die ontdekte de magie van het witte doek al op jonge leeftijd. Peters zag zijn eerste film pas toen hij een dagje Amsterdam deed. 'Ik schrok me het lazarus. Ik wist niet dat een film meer kon zijn dan de Dikke en de Dunne, ik wist niet dat die ook een verháál kon vertellen.' Bedaard: 'Er is een contingent aan prachtige ervaringen die ik niet heb gehad. Jammer dat ik het positieve trauma niet eerder heb opgelopen.'

Het gemis uit het verleden als drijfveer voor zijn huidige werkzaamheden: had hij in zijn jeugd maar een film als Mitt liv som hund gezien, de ontroerende film van Lasse Hallström die hij tien jaar geleden voor Nederland ontdekte en die tijdens Cinekid opnieuw in roulatie gaat. Heel die film is prachtig, Peters volstaat met de beschrijving van één briljante scène: 'Ingemars vriendinnetje vraagt of hij al heeft opgemerkt dat haar borsten beginnen te groeien. Maar dat kan hem niet schelen, hij is helemaal niet met meisjes bezig. Alleen: dat zégt hij niet, hij trekt een elastiekje steeds weer opnieuw over zijn neus en lippen naar beneden. Dat beeld zegt: dit is een mannetje dat zich verveelt.'

Het is Peters' passie voor de kracht van het detail. Daarom ook houdt hij zo van schaken, ook daar bepaalt de finesse het spel. 'Midden in het geweld gebeurt er iets heel subtiels. Schaken lijkt over rekenen te gaan, maar het koestert juist het onberekenbare. Het is kunst. Je bouwt aan iets dat er zo prachtig mogelijk moet uitzien, en dan blijkt dat kasteel ten slotte toch weer in te storten. Je begint steeds weer met een schone lei, het is een permanent uitgesteld 1 januari-gevoel.' Schaken is voor hem een uit de hand gelopen hobby. 'Ik ben bepaald geen speler van wereldniveau.'

Gelukkig maar. Voor je het weet staat de ene passie de andere in de weg, 'omdat je over te veel kennis beschikt'.

Ooit zag hij de film Schwarz und weiss wie Tage und Nächte, waarin Bruno Ganz een wereldkampioen schaken speelt. De grootmeester dekt het schaakbord af, nog niet duidelijk is hoe de razend ingewikkelde partij verloopt. Maar dan zwenkt de camera naar boven, en Harry Peters ziet wat de regisseur over het hoofd heeft gezien: Bruno Ganz doet nodeloos ingewikkeld, zijn tegenspeler is in twee zetten mat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden