GEEN BALLETSCHOENTJES MEER

Choreografe Nanine Linning heeft Scapino Rotterdam verlaten. Ze staat op eigen benen. Maar soms gaat ze nog kijken. 'Probeer niet te veel danser te zijn.'..

Door ROB GOLLIN

Ze gingen goed. Knuffel. Zoenzoen. Nanine Linning omhelst de dansers Bryndis Brynjolfsdottir en Lucas Jervies. Bryndis, een IJslandse, kijkt haar verwachtingsvol aan: 'Heb je veranderingen gezien?'

Natuurlijk heeft ze die gezien. Endless Song of Silence, een duet in 4x20 Waterproof, is haar choreografie. Het was de laatste voorstelling die Linning (Amsterdam, 1977) voor Scapino Rotterdam maakte. Twee dansers verbeelden op een lopende band het gevecht over hun verscheurde relatie. Ze pakken elkaar vast in verstikkende grepen, om vervolgens elkaar te negeren met stoïcijnse blikken naar het oneindige. Het drama stuwt voort op slepende fragmenten uit de derde symfonie van Henryk Górecki.

Ze was al een tijdje niet wezen kijken. Het afscheid als huischoreografe van Scapino was immers al genomen, half februari bij de première, toen de bossen bloemen het podium opvlogen, en artistiek leider Ed Wubbe nog zelf met een boeket kwam aanzetten.

Maar deze avond, verderop in de tournee, wilde ze zeker meemaken. De Stadsschouwburg is een speciale plek. Hier zat ze geregeld als kind, meegenomen door haar ouders, zich gelukzalig wentelend in de wondere wereld van het theater. Geen idee nog, dat achter de gebeurtenissen op het toneel ook makers schuilgingen. Nu, na een carrière die op haar zeventiende al begon, kent ze er zo'n beetje elke spelonk.

Achter in de zaal absorbeert ze de bewegingen van Bryndis en Lucas, die soms versmelten met videobeelden. Ze wiegt mee in haar stoel, de accenten en wendingen op het podium volgend. 'Ik heb het nu zo'n twintig keer gezien. Het raakt me nog altijd.'

Haar vertrek bij Scapino, na vijf jaar, kwam als een verrassing. Ze zat er toch goed? Een gezelschap met reputatie. Budgetten van formaat. Ruime expertise. Riante faciliteiten. Fantastische dansers. Zekerheid en artistieke vrijheid. Ze kon ernaast nog eigen, kleinschaliger producties maken - in 2005 kreeg haar voorstelling Bacon de Zwaan voor de beste dansproductie van het seizoen.

Maar het gevoel bekroop haar dat ze weg moest, uiteindelijk in elke vezel, al heeft ze de gedachte aan vertrek nog lang verdrongen, weggestopt onder het kussen. Ze dacht aanvankelijk aan een burnout.

Bij nader inzien was er juist nog energie te over. Maar ze wilde persoonlijker gaan werken, intiemer, diepgravender, 'de dansers meer mensen laten zijn'. Dat vereist langere voorbereiding, research, zoeken naar andere vormen. 'Ik ga installaties bedenken, ik zou graag opera willen doen, met acteurs samenwerken, film maken. Bruggen slaan naar wetenschap, filosofie, psychologie, anatomie. Het moet niet alleen maar over dans gaan, maar alle lagen van het intellect aanboren. Visueel, auditief, cognitief. Ik besefte: hé, ik ga een andere richting uit.'

Het was verstrengeld, zegt ze in een koffiekamertje van de schouwburg, met een verlangen dat ze als kunstenaar alleen maar beter kon worden door een leven te leiden dat zich niet uitsluitend afspeelt voor de spiegels van de studio, wat zeker de eerste jaren bij Scapino wel het geval was. Ze wist: dáár gaat ze het niet meemaken. Het was tijd om 'op te groeien, te beleven'. 'Ik was te onbeschreven. Als je een tralala-leven leidt, is het moeilijk het over zware onderwerpen te hebben.'

Het werk moet, vindt ze, voortaan meer over haar gaan, over wat zich in haar leven aandient. Vreugde, verdriet, verlies. 'Ik was klaar om mijn vleugels uit te slaan. Nu heb ik de inhoud en de kracht.'

Ze heeft er haar huis voor opgegeven, haar auto, haar motor. 'Het voelde prettig om een nieuwe start te maken. Het werpt je terug op jezelf. Zo van: verdomme. En dan?'

Het baarde destijds opzien dat Wubbe haar al op 23-jarige leeftijd inlijfde. Ze had tot dan toe slechts solo's en duetten gemaakt. Het was een sprong in het diepe, blikt ze terug. Ze weet nog dat ze voor het eerst voor de groep van twintig stond, jong en onervaren. Een danser zei dat hij het wat rustiger aan wilde doen, hij had die avond nog een voorstelling. Ze had scherp gereageerd. Je gaat voluit, of maar helemaal niet meer. Onterecht hard, zegt ze nu, maar het doel was in een oogwenk bereikt: acceptatie en respect.

Maar dit is waar ze aan toe was.

Een tl-balk in de nok zet de dansstudio aan de rand van een bedrijventerrein in Amsterdam-Noord in een schemerig licht. De spiegel is dichtgeplakt. Aan de wanden hangen knipsels met foto's van schreeuwende gezichten. Op tafels liggen boeken opengeslagen met afbeeldingen van opengewerkte lichamen. Drie dansers, in interlockjes en slobberbroeken, schuifelen snuivend over het zeil, op klanken van een omfloerste percussie en pregnante flageoletten. Marijn Roelofsen, Sébastien Mari en Igor Bacovich grijpen elkaar bij het hoofd, sissen elkaar toe. Linning volgt ze op de voet. 'Niet haasten om het sneller te maken. Beter zo. Nice, guys.'

'Dit is meer atelier dan studio. Het is zoeken naar emoties, naar lagen. Hier wil ik een ruige taal creëren. Indringende dans. Die je van je stoel blaast. Deze omgeving stuurt dat.'

De connotaties met die ene discipline moeten dan ook weg. Geen balletschoentjes meer, weg met de spiegel. 'Wat moet je met een spiegel? Dat is slechts buitenkant, esthetiek. Dan ga je toch weer kijken naar vorm. Ik wil het helemaal niet over vorm hebben. De inhoud moet de vorm creëren. Het slaat nérgens op om acht uur naar een spiegel te kijken.'

Cry Love is de titel van de voorstelling die ze hier voorbereidt voor het Holland Festival, première op 9 juni. 'Het gaat over de mens en zijn driften. Het gaat over polariteit. Ik ben geraakt door tegengestelde emoties die zich tegelijkertijd kunnen voordoen. Huilen tijdens het vrijen. Zo dicht bij elkaar en dan toch denken: o, dit gaat stoppen. Woedend zijn op je allergrootste liefde. Iets bewust doen, en er toch spijt van hebben. Ik dacht eerst dat pijn en schoonheid uitersten waren, maar ze gaan juist hand in hand. Ik wil op het randje gaan zitten van waar ze in elkaar overgaan.'

Dan zoekt ze bijvoorbeeld naar houdingen waarin het lichaam het conflict illustreert. Waar alles naar voren wil, reikt toch nog een hand naar achteren. Dan volgen opdrachten. Geef de ander een duwtje. Til hem op. Zorg ervoor dat hij nooit de grond raakt. Of ga als een aapje op zijn rug zitten. Speel maar. Ontdek welke performer bij welke emotie past. Of zoek juist de keerzijde van hun uitstraling. Waarom zou de frêle danseres, de Spaanse Iratxe Ansa, niet met al haar energie tegen die stoere kerels kunnen opknallen? Gisteren hebben ze voor filmopnamen hun lichamen - Linning danst zelf ook - ingesmeerd met vaseline en suikerglazuur. Eerst nog gaaf en glanzend, en later louter schilfers. 'Een transformatie van leven naar dood.' Ze wil de beelden in de voorstelling integreren. Stellig: 'Ja, ik heb het gevoel dat ik nu op het goede spoor zit.'

Nee, andersom had ze het niet willen doen. Scapino heeft haar geleerd stevig in de schoenen te staan. Ze heeft een publiek opgebouwd. Ze heeft zich vakmatig kunnen ontwikkelen. Maar is de schaduwzijde niet dat ze met het stempel van wonderkind zit opgescheept? 'Ik vind het best als dat wordt geschreven. Maar als ik bezig ben met een voorstelling, en ik kom er niet uit, dan ervaar ik het wel heel anders.'

In het gangetje van de Stadsschouwburg gaat het tussen choreograaf en dansers over de details in The Endless Song of Silence. Kijk niet nadrukkelijk achterom als je op de lopende band staat - nou ja, onlangs is er een danser afgetuimeld, dan zit de schrik er wel in. En na die arabesk, moet het been van Bryndis om dat van Lucas heen? Nee, nee. Zo. Erlangs strekken, dat is beter.

Dan blijkt dat in haar afscheidsstuk ook al iets van haar nieuwe aanpak schuilt. 'Probeer niet te veel danser te zijn', houdt Linning het duo voor. Het idioom zit ze natuurlijk in de genen, maar, gelooft ze, het publiek zal zich makkelijker kunnen identificeren met de spelers als ze van vlees en bloed blijken.

Kom je morgenavond weer, vraagt Lucas. Natuurlijk zal ze er zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden