Nieuwsgeschiedenisonderwijs

Geen aandacht voor slavernij en kolonialisme? Uit de schoolboeken blijkt dit niet

Bijna tien procent van de lesstof voor het vak geschiedenis op de middelbare school heeft betrekking op het kolonialisme, schrijft het Historisch Nieuwsblad. ‘De Holocaust is niet meer het morele ijkpunt van de geschiedenis.’

Europese mannen te midden van een groep arme Antillianen, omstreeks 1888. Beeld Hollandse Hoogte / Koninklijk Instituut voor de Tropen

Het is onderhand een cliché: scholieren worden niet, of slechts mondjesmaat, geïnformeerd over de ‘schaduwzijden’ van de Nederlandse geschiedenis. Dan gaat het over kolonialisme, uitbuiting, slavernij, de oorlog in Indonesië en andere duistere episoden. Maar zijn die verwijten terecht?, vroeg de redactie van het Historisch Nieuwsblad zich af. Om die vraag te kunnen beantwoorden, onderwierp ze de zeven meest gebruikte lesmethodes in het voortgezet onderwijs aan een lakmoesproef. Ze becijferde onder andere welk percentage van de lesstof over geschiedenis in vmbo, havo en vwo wordt besteed aan kolonialisme, slavernij en de Holocaust.

De uitkomst van het onderzoek, onderdeel van het vandaag verschenen nummer, lijkt de redactie wel te bevallen: met die tekortschietende aandacht voor lastige thema’s valt het – vanuit haar perspectief – namelijk reuze mee. ‘De toonzetting van de lesstof over beladen thema’s is in het algemeen zakelijk’, zegt redacteur Bas Kromhout. ‘De auteurs mijden adjectieven als ‘gruwelijk’ of ‘onmenselijk’ – al ontkomen zij daar met betrekking tot de slavernij niet aan. Ze voorzien de leerlingen van vaak zeer gedetailleerde informatie, die hen in staat moet stellen een eigen oordeel te vellen. Zedenpreken zijn we nergens tegengekomen.’ Soms wordt de Nederlandse geschiedenis gebruikt om het verzet tegen het koloniaal gezag te kenschetsen. In dat verband schrijven de auteurs van Sprekend verleden ‘dat veel volken hun eigen Willem van Oranje (hebben)’.

Van de totale lesstof in het voortgezet onderwijs heeft 9 procent betrekking op het kolonialisme, 4 procent op slavernij en (slechts) 2 procent op de Holocaust. ‘Het morele ijkpunt is verschoven van de Holocaust naar kolonialisme en slavernij’, zegt Kromhout. Per lesmethode lopen die percentages wel sterk uiteen. Sprekend verleden, de methode van Walburg Pers voor havo en vwo, besteedt relatief veel aandacht aan het kolonialisme (16 procent van de lesstof), Bronwijzer, de methode van Driestar Educatief voor vmbo, havo/vwo, relatief weinig (6 procent). Bij het thema ‘slavernij’ lopen de percentages per lesmethode op het vwo uiteen van 8 procent (Forum, de lesmethode van Boom) tot 1 procent (Feniks, Thieme Meulenhoff ).

Mitchell Esajas, medeoprichter van The Black Archives (archief van zwart erfgoed), toont zich ‘heel erg verrast’ over de uitkomst van het schoolboekenonderzoek. ‘Ik vang andere geluiden op uit het onderwijs, zowel van leerlingen als docenten. In het algemeen weten mensen nog heel weinig van kolonialisme en slavernij.’ Hoe zich dit verhoudt tot de bevindingen van het Historisch Nieuwsblad weet hij nog niet. ‘Ik moet alles eens rustig lezen.’

Figurantenrol

Vrouwen spelen nog altijd een figurantenrol in de leerboeken, met een aandeel van gemiddeld 10 procent in de lesstof. ‘Gezien de eeuwenlange onderschikking van vrouwen is het logisch dat zij (…) sterk zijn ondervertegenwoordigd’, schrijft de redactie van het Historisch Nieuwsblad – die zelf overigens door een vrouw (Annemarie Lavèn) wordt aangevoerd. De auteurs van alle lesboeken hebben geprobeerd dit euvel enigszins te ondervangen met teksten over de rol van de vrouw in verschillende tijdvakken en samenlevingen. De auteurs van vijf leerboeken houden de lezer voor dat de vrouwenemancipatie nog lang niet voltooid is.

De makers van Tijd voor Geschiedenis vragen zich in verband daarmee af of ‘Monniken en ridders’ niet een veel te masculiene omschrijving is van het derde tijdvak dat geschiedenisdocenten worden geacht te behandelen. En de gebruikers van Memo (de vwo-methode van Malmberg) worden uitgenodigd met elkaar in debat te gaan over de bekende foto van de Amerikaanse matroos die op de dag van de Japanse capitulatie in 1945 nogal uitbundig een verpleegster zoent op Times Square in New York: zou zij dit wel hebben gewíld?

De wereldgeschiedenis is in het bestek van een leerboek niet te schrijven, stelde het Historisch Nieuwsblad ten overvloede vast. Bijna een kwart van de lesstof heeft betrekking op Nederland, 36 procent op overig West-Europa. Oost-Europa, Noord-Amerika, het Midden-Oosten en het Verre Oosten moeten het doen met percentages van om en nabij de 5 procent, Afrika en Latijns Amerika met 2 procent. Australië en Oceanië ontbreken vrijwel volledig in de leerboeken. Aan de geschiedenis van Turkije en Marokko, en aan de islamitische expansie in de Middeleeuwen wordt relatief veel aandacht besteed.

De vraag is: hebben de critici van de Nederlandse lesboeken ongelijk, of laat het onderzoek van het Historisch Nieuwsblad zien dat de auteurs van de lesboeken de kritiek ter harte hebben genomen? Volgens Henk de Koning, uitgever van Sprekend verleden (de oudste lesmethode), ligt de waarheid ergens in het midden. ‘Natuurlijk gaan aan elke herdruk van onze boeken discussies vooraf over thema’s die meer of minder moeten worden benadrukt. Moeten we meegaan met een maatschappelijke tendens, of moeten we terugduwen? Er zijn thema’s waar je niet onderuit komt, maar ook thema’s die wat aan belang hebben ingeboet. Het is een kwestie van wikken en wegen.’

Geen ‘u vraagt, wij draaien’

Maar zelfs als educatieve uitgevers dat zouden wíllen, kunnen zij veranderende opvattingen niet ogenblikkelijk omzetten in nieuwe methodes. ‘Vroeger bedroeg de levensduur van een methode hooguit vijf jaar. Tegenwoordig, onder invloed van de lumpsumfinanciering, gaat een methode eerder langer mee dan korter. Van ‘u vraagt, wij draaien’ is dus geen sprake. Nog afgezien van het feit dat we niet willen dat een nieuwe versie van een methode te radicaal afwijkt van oudere versies. Er moet een zekere continuïteit zijn.’

De makers van lesmethoden hebben overigens niet alleen te maken met critici die aandacht opeisen voor ‘verzwegen thema’s’, maar ook met een overheid die heeft bepaald dat de Canon van Nederland het uitgangspunt is van het geschiedenisonderwijs. En dan is er ook nog de docent die, binnen de ruime marges van het systeem, zijn eigen invulling kan geven aan een lesmethode. ‘Hij kan besluiten de pagina’s 8 tot 16 over te slaan’, zegt De Koning. ‘Of hij kan juist een thema toevoegen of zwaarder aanzetten onder invloed van de actualiteit.’ Met andere woorden: wat scholieren leren, is maar tot op zekere hoogte afhankelijk van de inhoud van de lesboeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden