Geelrietmiasma en ruggenspijkeren

HET Zuid-Chinese dorp Maqiao kent een woord dat in de standaardtaal niet bestaat: 'stadsvrees'. Het is een aandoening die lijkt op zeeziekte maar die alleen optreedt als je naar de stad gaat....

Of neem het woord 'nuchter'. In de vele Chinese woordenboeken heeft dat nooit een kwalijke betekenis. Nuchter betekent: tot inzicht gekomen, helder. Zo niet in Maqiao. Daar is een 'nuchterling' een domoor. Misschien gaat die betekenis terug op een legende van zo'n 2300 jaar geleden, denkt de auteur. Toen besloot, in de buurt van Maqiao, een vooraanstaand ambtenaar die bij het hof in ongenade was gevallen zich in een rivier te verdrinken. De historische optekeningen zeggen dat hij dat deed omdat hij nuchter was, tot inzicht gekomen.

De inwoners van Maqiao hebben niet veel op met zulke verheven zelfopoffering, gewoon omdat ze niks ophebben met de staat, de ambtenarij, het weidse rijk dat hun dorp omgeeft. Ze vinden de staat dom. Deze betekenis van 'nuchter' is in Maqiao door de mazen van de taal heen geglipt.

Han Shaogong heeft vele jaren in Maqiao doorgebracht. Het dorp is op geen kaart te vinden, maar het bestaat wel, als prototype met duizenden variaties op het hele Chinese platteland. Han werd er tijdens de Culturele Revolutie, eind jaren zestig, tewerkgesteld als stadsjongere die 'van de boeren de revolutie moest leren'. Later ging hij er vaak naar terug. En hij begon aantekeningen te maken over de plaatselijke taal, die niet zomaar een dialect is maar een heel eigen begrippenstelsel heeft. Als Han een bijzondere vis op de markt ziet liggen, vraagt hij de verkoper hoe die vis heet. Dat is, eh, een vis, zegt de verkoper. Ja, maar wat voor vis? Een zeevis! Maar wát voor een zeevis? De verkoper, geïrriteerd: nou een gróte vis. Han vertelt dat verhaal aan zijn vrienden als een grappige anekdote.

Maar dan ziet hij het grote duistere gebied erachter. In de waarneming van de dorpelingen is er zoveel dat zich niet in standaard-Chinees laat uitdrukken. Of breder geformuleerd: de intriges van het echte leven zijn ingewikkelder dan wat zich in welke roman ook laat vangen. Over een dorp als Maqiao kun je eigenlijk alleen maar een verklarende woordenlijst opstellen.

Dat deed Han, in ruim honderd trefwoorden. Sommige daarvan gaan over de taal, over begrippen als 'Edel leven', 'Geelrietmiasma' en 'Ruggenspijkeren'. Andere gaan over personen die je in Maqiao aantreft, zoals ene Ma Ming die 'de luiheid heeft verheven tot een zuivere staat van zijn' en die liever vlinders en insekten eet dan een potje rijst kookt.

Weer andere trefwoorden geven aanleiding tot filosofische beschouwingen, bijvoorbeeld over de universele angsten van de immigrant die terechtkomt in een taal die hij niet beheerst en die krampachtig probeert zijn minderwaardigheidsgevoel te maskeren.

Het Woordenboek van Maqio is door Chinese en westerse critici onthaald als misschien wel de belangrijkste roman die de laatste decennia in de Volksrepubliek is verschenen. Eindelijk lijkt de Chinese literatuur volwassen te worden en op het niveau te komen van wereldliteratuur. De afgelopen jaren hebben veel Chinese schrijvers de trucs overgenomen van grote voorbeelden als Gabriel García Márquez of Milan Kundera. Maar Han Shaogong is misschien wel de eerste die zich de nieuwe technieken ook werkelijk eigen heeft gemaakt. Zijn boek wordt gedragen door echte ironie, niet door de vaak nogal gemakkelijke parodieën van zijn Chinese collega's. In zijn roman probeert hij zich oprecht rekenschap te geven van die vreemde eigenheid van het immense land en verder te gaan dan de gebruikelijke opsomming van primitieve gruwelen en botte stupiditeit waarvan andere schrijvers zo lijken te genieten.

Dat het woordenboek een literaire prestatie van formaat is geworden, dankt het zowel aan de Chinese geschiedenis als aan de Chinese taal. De geschiedenis van keizerrijk en Volksrepubliek heeft onophoudelijk een dikke laag vals bewustzijn uitgesmeerd. Confucius pleitte al voor een 'herstel van de namen' en bedoelde daarmee vooral dat alles wat werd gezegd en zelfs gedacht moest voldoen aan de hoogste politiek-correcte normen. De taal heeft flink meegewerkt. Het Chinees is een blokkendoos van korte kernwoordjes, die door de eeuwen heen verhardden in hun opgelegde betekenis. Bovendien bleef het schrift tweeduizend jaar nagenoeg onveranderd, waardoor het gewicht van de traditie steeds drukkender werd. Han Shaogong gooit dat af. En in deze vertaling van het Woordenboek, de eerste ter wereld, volgt Mark Leenhouts hem meesterlijk. Zoals Han de standaard plaatste voor de nieuwe Chinese literatuur, zette Leenhouts die voor het vertalen. Hij gooide alle sinisismen weg en benut het hele repertoire van Nederlandse registers: streektaal, bargoens, populaire zegswijzen, levensechte dialoog, quasi-geleerde boekentaal.

Het Woordenboek besluit met een lemma getiteld 'Ambtsweg'. Dat is een weg zoals een rijksbeambte die liet aanleggen naar zijn geboortedorp, meestal met dwangarbeid van gevangenen. Maqiao heeft ook zo'n weg, maar die is in de loop der eeuwen een modderpoel geworden. Over die weg nadert de auteur, op de laatste pagina, voor het eerst het dorp. Een medereiziger wijst hem de twee esdoorns die het plaatsje markeren. 'Waarom heet die vlek Maqiao?, vroeg ik. Niemand wist het. En met een moedeloos gevoel liep ik stap voor stap het onbekende in.' Het is een prachtig en veelzeggend einde van een boek dat in de microkosmos van een kleine gemeenschap het geheim van het hele menselijk bestaan probeert te ontwarren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden