Geef Oswaldo Payá de Nobelprijs voor de Vrede

Het is zover: Cubanen dienen het Geef ons heden ons dagelijks brood te richten aan de Verenigde Staten...

Alex Burghoorn

Cuba importeert jaarlijks voor een miljard dollar aan voedsel en de grootste leverancier is met ingang van 2003 Amerika, óndanks het handelsembargo. De directeur van het staatsbedrijf Alimport zei deze week in de Spaanse krant El País dat Havana dit jaar van de VS voor zo'n 320 miljoen dollar aan maïs, soja, kip en dergelijke koopt. Klap op de vuurpijl: Fidel Castro heeft deze maand voor 450 duizend dollar 241 koeien en negen stieren aangeschaft in Florida, de lap grond met de meeste Castro-haters per vierkante meter ter wereld.

Het mag duidelijk zijn: Cuba is niet meer wat het geweest is. En dat is een goede zaak.

De Amerikaanse senator Evan Bayh, afgevaardigde van de landbouwstaat Indiana, onderbrak dinsdag zijn handelsmissie in Havana voor een bezoek aan dissident Oswaldo Payá. 'Hij is een moedig man', zei de senator, 'ik bewonder zijn werk.'

Oswaldo Payá (51) heeft de nationale assemblee vorige week een lijst met 14.384 namen gepresenteerd van Cubaanse burgers die oproepen tot een referendum waarin wordt gestemd over hun voorstel om democratie, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid in de grondwet op te nemen. De opsomming van namen is niet vrijblijvend: ze gaan vergezeld van de adressen en identiteitskaartnummers van de ondertekenaars. De oproep tot een referendum is evenmin een losse flodder: de grondwet staat een volksraadpleging toe wanneer tienduizend mensen daartoe oproepen.

Fidel Castro moet flink hebben gevloekt, toen zijn medewerkers hem van de petitie op de hoogte brachten. Niet dat daar direct iets van te merken was. Minister van Buitenlandse Zaken Felipe Pérez Roque, een van Castro's belangrijkste woordvoerders, deed de actie maandag onderkoeld af als 'niets anders dan een flauwe grap'.

Maar een lichte vorm van wanhoop moet zich op zijn minst meester hebben gemaakt van de top van het communistische regime. Immers, Oswaldo Payá heeft met zijn Project Varela ook in 2002 al eens 11.020 handtekeningen afgeleverd bij het parlement. Castro antwoordde toen eerst sluw met een eigen referendum, waarin de bevolking zich uitsprak voor de 'onveranderlijkheid' van de grondwet - zoals gewoonlijk op de huid gezeten door de Wijkcomités ter Verdediging van de Revolutie. Maanden later, in maart en april van 2003, kwam echter de grote slag: lange gevangenisstraffen voor 75 dissidenten, onder wie 42 ijveraars voor het Project Varela.

Maar de harde hand van Fidel Castro heeft het verzet niet kunnen breken. Met fikse afrekeningen houdt de leider zijn volk tegenwoordig nog geen half jaar meer rustig - en dat was vroeger wel anders. 'Geloof ons maar: de Cubaanse lente houdt aan', stond in juni in de Volkskrant boven een reportage over de dissidentengemeenschap in Havana. De wens leek toen nog de vader van de gedachte, inmiddels hebben de dissidenten hun gelijk bewezen.

Voedsel importeren uit de VS doet Castro tegen zijn zin. Hij moet wel. De Cubaanse landbouw is zo verroest en de staat zit zo aan de grond dat de goedkope Amerikaanse import een zegening is: het voorkomt - vooralsnog - voedselrellen.

De regels van het handelsembargo staan al enkele jaren toe dat Amerikaanse boeren 'om humanitaire redenen' voedselproducten mogen exporteren naar Cuba, mits Havana contant betaalt. Schoorvoetend maakte Castro gebruik van die uitzondering op het embargo, nadat orkaan Michelle in 2001 oogsten op het Caribische eiland had verwoest. Het is een teken van zijn zwakte dat hij nu bootladingen vol uit de VS moet laten overkomen.

In de wankele toestand waarin het land zich bevindt, wint het initiatief van Oswaldo Payá aan momentum - hij strijdt al sinds 1988 met zijn Christelijke Bevrijdingsbeweging voor verandering. In twee jaar tijd hebben 24.404 Cubanen zich uitgesproken voor verandering van het staatsbestel, terwijl ze weten dat daar een gevangenisstraf op staat. Het is ongehoord in een land waar de dissidentenbeweging altijd voornamelijk uit moedige eenlingen heeft bestaan.

Het is een weergaloze prestatie van Oswaldo Payá en zijn kompanen dat ze zoveel mensen ervan hebben kunnen overtuigen hun vrees te overwinnen voor de toekomst van het land. Zónder dwang en zónder geweld. Het is niet voor niets dat een comité Oswaldo Payá heeft voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede, die vrijdag wordt toegekend.

Oswaldo Payá verdient de Nobelprijs. Het geeft de Cubaanse dissident de steun die hij in deze wankele tijden nodig heeft. En passant is het dan van een fijne ironie, dat zijn feestmaal Made in the USA is.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden