Geef mij maar een scharrelkind

Thema van de kinderboekenweek is 'van rijm tot rap'. Kinderpoëzie was vroeger moraliserend en betuttelend. Tegenwoordig zijn kindergedichten lekker stout....

Gebakken scheetjes, ontsnapt uit knuffelreetjes, smerige sabbelsnoepjes, jullie zijn nooit meer bange poesjes. Dorothée (9).

Zij draagt haar gedicht voor in groep vijf van basisschool Het Ooievaarsnest in Hoorn. Als voorbereiding op de kinderboekenweek - met als thema Van Rijm tot Rap - stoeien de leerlingen met begrippen rijm, poëzie en gedichten.

Ook al zijn ze zich daar misschien niet van bewust, kinderen gebruiken dagelijks rijm. Van 'dag meneer de Koekepeer' tot 'ik zag twee drollen de hoek omrollen'. Tegenwoordig is er de rap bijgekomen die op rijm een maatschappelijke boodschap overbrengt.

De kinderen van Het Ooievaarsnest vinden het niet moeilijk om flauwe rijmpjes te verzinnen, maar dichten is van een andere orde. Volgens Bianca (11) uit groep acht gaat een gedicht over gevoel en juist dat is lastig te verwoorden. Zij schreef 'Ik ben anders', een gedicht over pesten. Dat eindigt zo: Maar nu gaat het weer goed./ Mijn klas geeft me weer moed./ Ik voel me weer normaal./ Bedankt. . ./ Bedankt allemaal.

Kinderpoëzie is de afgelopen eeuw sterk veranderd. 'Poëzie voor kinderen bleef lange tijd, tot de jaren vijftig, moraliseren, betuttelend en conventioneel van vorm', aldus Bärbel Dorweiler van de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). Tegenwoordig zijn kindergedichten meestal lekker stout. Annie M.G. Schmidt zorgde voor de doorbraak met haar eigenzinnige personages vol durf en humor.

Naast ieder kinderbed moet een gedichtenbundel liggen, stelt hoofdredactrice Jet Manrho van Boekie Boekie, een krant voor kinderen over kunst, literatuur en wetenschap. 'Een gedicht maakt het hoofd ruimer en de wereld groter. Een kind dat gedichten leest, zal zich nooit vervelen omdat het zelf plaatjes kan maken bij gedachten. Ze hebben altijd hun eigen film bij zich.'

Een kind moet een bundel niet van de bibliotheek lenen maar hebben, vindt Manrho. Eigen bezit is waardevoller en vaak moeten gedichten meerdere malen gelezen worden. Zoals het gedichtje 'Een Visje' van Mensje van Keulen. Daarin wil een visje de wijde wereld rondtrekken maar belandt uiteindelijk in een vissenkom. 'Kinderen vinden dat in eerste instantie heel moeilijk te begrijpen. Ze denken: ''Een vis hoort toch thuis in een kom?'' Totdat ze beseffen dat het ook op een andere manier kan worden opgevat. Zo kunnen kinderen tot diepgaande filosofische gedachten worden gedreven.'

Daarnaast vindt Manrho het belangrijk dat gezinnen samen gedichten lezen. 'Als kind hoor je de stem van je vader of moeder, je voelt de warmte van het gedicht. Dat heeft iets intiems. De televisie is zo leeg. Je kijkt niet samen en het is al helemaal niet interactief.' Ze vindt het 'wanstaltig' dat kinderen in de crèche voor het programma Teletubbies worden gezet. 'Zo creëer je toch een legbatterij kinderen. Geef mij maar een scharrelkind.'

Ivo de Wijs, een van de populairste liedjesschrijvers van Nederland, denkt dat kinderen via rijm vooral willen ontsnappen aan 'deze smalle wereld waarin kinderen alles moeten. Schrijfsels brengen kinderen in een andere wereld: én buiten wonen de auto's.'

Volgens De Wijs is rijm het middel om een nieuwe gedachte te creëren. Kinderen raken vaak gefascineerd door woorden die zij nog niet kennen. Voor de film Pipi Langkous schreef hij een tekst waarin de vader zegt: 'Met z'n bei-en glijen naar de zonnigste contreien.' 'Contreien is een moeilijk woord, maar elk kind snapt wat het in deze context betekent.'

De Wijs heeft niet de illusie dat de juiste dosis gedichten op jonge leeftijd op latere leeftijd echte taalliefhebbers kweekt. Pubers zijn sowieso voor de kunst verloren. Jongeren hebben hun eigen kunstvormen, bijvoorbeeld in de muziek. 'Vooral nu het Nederlandstalige lied weer terug is. Zoals die jongen van het Drentse bandje Skik dat doet, is toch prachtig.' De Wijs citeert uit het hoofd: Wie döt mij wat, wie döt mij wat, wie döt mij wat vandage/ 'k heb de banden vol met wind/ Nee ik heb ja niks te klagen'. Uit 'Op fietse'.

De kinderen van Het Ooievaarsnest vinden ook dat liedjes gedichten kunnen zijn. 'De meeste dromen zijn bedrog' van Marco Borsato', roept Kelly (11). 'Want een gedicht zeg je ook niet normaal op.' Sander (12): 'Een gedicht kun je in alle gevoelens oplezen.'

De Wijs' favoriete kindergedicht is van Daan Zonderland. Hij kent het nog steeds uit zijn hoofd: Wanneer ik ooit verliezen zal/ mijn hartstocht voor de bitterbal/ dan zal ik mij uit vrije wil/ beperken tot de batterbil/. 'Het ging natuurlijk om het woord 'bil'. Dat was nogal wat in mijn tijd. Een beetje taboe.'

Vooral kleuters zijn uitermate geïnteresseerd in poep- en pies-gedichten. Kinderdichter Hans Kuyper begint altijd met een 'vies gedichtje' als hij 'dichtles' geeft aan kleuters. (. . .) Ik let op/ en ik zie dat hij schoon is en nat./ En nu opeens zie ik hem persen. . ./ Mijn broer poept een smerige drol in het bad!/ Kijk 'm eens drijven! Een echte! Uit 'Aardbeien op brood' (Leopold, 1998).

'Dat is altijd een lekkere binnenkomer', zegt Kuyper. 'Kleuters uit groep drie en vier zijn continu bezig met het ordenen van de chaos. Snoep rijmt op poep. Het is totaal het tegenovergestelde, maar heeft humor en schept de ultieme ordening.'

Hij schrijft vooral gedichten die aan het alledaagse familieleven appelleren. 'Dat vinden kinderen leuk omdat het aanknopingspunten geeft. Als ik een gedicht voorlees over geklungel met bestek tijdens het eten, is er altijd een kleuter die roept: ''Kip mag wel met je handen.''

Oudere kinderen, vanaf een jaar of tien, beginnen zich te interesseren voor gedichten over liefde of hun eigen seksualiteit. Zoals voor de bundel: Meisjes hebben grotere borsten dan jongens van Herman Brusselmans. Het gedicht 'Herman en Tania' eindigt met: Nog diezelfde dag wist Herman:/ Meisjesborsten zijn klein, maar mooi en heel plezant/ En Tania had ontdekt:/ Wat jongens tussen hun benen hebben/ ligt lekker op mijn hand. (Fontein, 1997).

De Amsterdamse rapper Def P. van de formatie Osdorp Posse vertolkt 'De Pruimenboom' en 'De onbedachtzaamheid' die Hiëronymus van Alphen al eind achttiende eeuw schreef.

Hiëronymus is volgens Def P. niet alleen de eerste kinderdichter maar ook de eerste rapper. 'Hij is een van de weinige dichters van wie de teksten zo rijmend en ritmisch kloppend in elkaar zitten. Ik leerde hem kennen via literatuurlessen op de middelbare school. Toen ging ik 'm al rappen en we hebben 'De Pruimenboom' ook op ons repertoire.'

Def P. is het bewijs dat een mens zich ook tot een taalvirtuoos kan ontpoppen zonder met literatuur en poëzie op te groeien. Sterker, daar vindt hij geen 'fuck aan'. 'Vroeger kende ik liedjes van kinderseries als Tita Tovenaar en Wicky de Vicking uit m'n hoofd, meer niet.'

Menig literair criticus heeft Def P. tot modern poëetprofeet bestempeld. Een nummer als 'Abstract met tact' vinden veel poëzie-liefhebbers een hoogstandje. Abstract en met tact/ heb ik mijn stijl gepakt/ en verkapt en vertakt/ zodat mijn pijl niet zakt,/ dus pak je shit maar in,/ daar zit geen pit meer in,/ want als ik dit begin,/ komt er geen shit meer in,/ Het gebied van taal,/ ik houd niet van kaal/ maar sta niet voor paal/ als ik mijn lied verhaal.

'De laatste tijd wordt de link tussen rap en poëzie vaak gelegd, terwijl die elkaar maar gedeeltelijk overlappen', vindt Def P. 'Een goede rap kan poëzie zijn, maar goede poëzie valt niet te rappen.'

Voor Def P. is rijm het belangrijkste. Aangezien poëzie niet altijd rijmt, moet hij er niets van hebben. 'Dichters zijn zo vaag. Lopen ze een half uur te raaskallen over hoe mooi de maan in de zee glinstert, terwijl ze eigenlijk gewoon willen neuken. Zo saai. Kindergedichten zijn tenminste straight to the point.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden