ontwikkelingshulp in cash 100Weeks

Geef geen graan of een koe, maar gewoon geld: dat is het nieuwe credo in de ontwikkelingshulp

De eerste Ghanese 100Weeks-groep ontvangt hun mobiele telefoons. Beeld 100Weeks

Direct geld overmaken, zonder voorwaarden: dat is in de ontwikkelingshulp het nieuwe credo. Omdat mensen zelf het beste weten waar zij behoefte aan hebben. Al weet nog niemand hoe het op de lange termijn uitpakt.

Zoals veel vrouwen in arme landen hield de Rwandese weduwe Providence jarenlang het hoofd boven water als straatverkoper. Met de verkoop van mais wist ze eens per dag een karige maaltijd op tafel te toveren, maar schoolgeld voor haar twee kinderen had ze niet. Haar leven kreeg een radicaal andere wending toen ze werd geselecteerd voor het hulpprogramma 100Weeks en twee jaar lang via haar mobiele telefoon 8 euro per week kreeg overgemaakt. Zomaar. Geld dat ze niet hoefde terug te betalen en mocht besteden zoals ze wilde.

De 34-jarige Providence renoveerde haar huis en kreeg een elektriciteitsaansluiting, waardoor ze een kamer kan verhuren en een vaste bron van inkomen heeft. Haar straathandeltje heeft ze uitgebreid met geroosterde maiskolven en suikerriet, ze kocht een stuk land, geiten en een varken. De kinderen gaan weer naar school en krijgen drie keer per dag een maaltijd. 

Vijfhonderd vrouwen ontvangen geld via het programma 100Weeks in Ghana en Rwanda. Eind dit jaar moeten al duizend families zijn bereikt.

Geef mensen geld in plaats van een zak graan of een koe, luidt het nieuwe credo in de ontwikkelings- en noodhulp. Mensen weten zelf het best waar ze behoefte aan hebben. En het is een stuk goedkoper en minder ingewikkeld dan het organiseren van hulpprogramma’s of het distribueren van voedsel. Geld overmaken is dankzij de mobiele telefoon een fluitje van een cent en kan tot in de verste uithoeken van de wereld. Dure hulpverleners en Toyota’s zijn niet meer nodig, de kans op fraude of verspilling van hulpgoederen door corrupte overheden verdwijnt en het geld stroomt ook nog eens de lokale economie in met een potentieel vliegwieleffect.

Waar Nederland en de rest van de ontwikkelde wereld nog worstelen met het idee van gratis geld – unconditional cash relief in hulpjargon – wordt het in arme landen al langer en steeds vaker toegepast. Brazilië zette onder oud-president Lula da Silva in 2003 de toon met het ­uitermate succesvolle programma Bolsa Familia, een soort basisinkomen dat miljoenen Brazilianen uit de armoede haalde. Andere Latijns-Amerikaanse en Aziatische landen volgden met soortgelijke programma’s, vaak met steun van internationale donoren of de Wereldbank, waaraan miljoenen gezinnen in tientallen landen deelnemen.

Bij die eerste programma’s werden nog voorwaarden gesteld – conditional cash transfers (CCT’s) – zoals de eis dat kinderen naar school gaan of worden gevaccineerd. Nu zijn de gelddonaties steeds vaker ‘onvoorwaardelijk’, zegt Marleen Dekker van het Afrika-Studiecentrum in Leiden, waar zij met het kennisplatform Include onderzoek doet naar de effectiviteit van hulpverlening. ‘Aanvankelijk bestond de vrees dat mensen geld zouden uitgeven aan genotsmiddelen zoals alcohol of niets meer zouden doen, maar het tegendeel blijkt waar. Alle onderzoek wijst uit dat mensen productiever worden, investeren in betere zaden of andere productiemiddelen en hun kinderen naar school sturen.’

In 2016 verkocht de Rwandese weduwe Providence nog maïs op straat.

Over de balk

Het idee voor 100Weeks komt van de Nederlandse oud-diplomaat en econoom Jeroen de Lange. Hij werkte ­jaren in Rwanda en Oeganda voor het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Wereldbank, waar hij zag hoe ‘honderden miljoenen aan ontwikkelingsgeld’ over de balk werden gegooid zonder bevredigend resultaat. Dat kon en moest anders en vooral efficiënter. Zou het niet beter zijn het geld rechtstreeks aan arme mensen te geven in plaats van aan vaak corrupte of slecht functionerende overheden? Kunnen arme mensen niet beter zelf bepalen wat ze nodig hebben?

Geïnspireerd door ervaringen die elders zijn opgedaan met ‘cash transfers’, zoals het Amerikaanse GiveDirectly, kwam De Lange tot 100Weeks. De vrouwen worden geselecteerd en begeleid door een lokale hulporganisatie, terwijl ze honderd weken lang 8 euro per week krijgen gestort via hun mobiele telefoon. Studenten van de plaatselijke universiteit bellen de vrouwen via callcenters na om te kijken hoe het ze vergaat en verzamelen de gegevens in een databank om de effecten te meten – tot De Langes verbazing gebeurde dat zelden in ontwikkelingshulp ‘oude stijl’. Donateurs kunnen zo bovendien het resultaat van hun giften direct volgen via het online­platform van 100Weeks, hetgeen de betrokkenheid bevordert. 

Waarom honderd weken? De ervaring leert dat dit de periode is waarin iemand kan opkrabbelen uit armoede, schulden kan saneren, de rust kan vinden om een nieuw idee voor een zaak te bedenken en dit tot uitvoering te brengen, zegt De Lange. ‘Zolang iemand alleen maar bezig is met overleven en ’s nachts wakker ligt over hoe de kinderen naar school kunnen of een maaltijd kunnen eten, komt hij of zij tot niets.’

GiveDirectly bereikte al meer dan 125 duizend huishoudens, zoals hier in Kenia via mobiele betaaldienst M-Pesa. Beeld GiveDirectly

100Weeks is met vijfhonderd vrouwen in Rwanda en Ghana nog een kleine speler. GiveDirectly bereikte met een vergelijkbare tijdelijke geldinjectie gedurende twee jaar al meer dan 125 duizend huishoudens in Kenia, Rwanda en Oeganda sinds de start in 2013. Uit diverse studies naar dit programma blijkt dat het mentale en fysieke welzijn van mensen meteen vooruitgaat zodra ze geld krijgen. Na negen maanden worden de eerste constructieve investeringen zichtbaar, zoals de aanschaf van vee en andere zaken om een inkomen te genereren, meubels of een golfplaten dak .

De effecten op de lange termijn van een ‘tijdelijk’ basisinkomen zijn nog nauwelijks onderzocht. Critici vrezen dat gezinnen makkelijk terugvallen in armoede bij tegenslag, als dieren doodgaan door droogte, oogsten mislukken of een gezin wordt getroffen door ziekte of echtscheiding. De Lange geeft toe dat ook bij 100Weeks mensen zijn uitgevallen. Training en coaching is volgens hem cruciaal gebleken om het geldprogramma daadwerkelijk ‘als trampoline uit de armoede’ te laten dienen.

‘Cash is geen wondermiddel’, zegt ook Marleen Dekker. ‘Geld overmaken is geen vervanging voor alle mogelijke hulpinterventies. Soms moet je mensen trainen en begeleiden. En er blijft altijd behoefte aan algemene basisvoorzieningen zoals schoon water of wegen. Je hebt niets aan geld om je kinderen naar school te sturen als er geen school of leerkracht is.’

Maar geld overmaken is wel degelijk een instrument waarmee mensen zichzelf een inkomen kunnen verschaffen en aan de armoede kunnen onttrekken, heeft het succes van microfinanciering laten zien. Met kleine leningen kan een groep vrouwen bijvoorbeeld naaimachines aanschaffen om kleding te maken. Dankzij het microkrediet hebben miljoenen vrouwen een bestaansminimum kunnen opbouwen. Maar ook dat had zijn beperkingen. De leningen zijn te klein om echt succesvolle ondernemingen op te bouwen en de lokale economie aan te jagen. Ook nam de schuldendruk toe naarmate de kredietverschaffing vercommercialiseerde.

Een ontvanger (rechts) in Rio de Janeiro van Bolsa Familia, een soort basisinkomen waarmee Brazilië de toon zette. Beeld Getty

Volgens Dekker valt daarom meer te verwachten van een soort basisinkomen; sociale beschermingsprogramma’s van de overheid, waarin ‘onvoorwaardelijke cash’ een belangrijk onderdeel vormt. Ethiopië pionierde al in de jaren tachtig tijdens de grote droogten en hongersnoden met een dergelijk programma. Inmiddels krijgen miljoenen burgers in Ethiopië een soort basisinkomen als de regens weer eens uitblijven. Dergelijke programma’s worden in rap tempo over Afrika uitgerold. Zo’n 10 procent van alle leningen die het IMF en de Wereldbank verstrekken aan arme en ‘middeninkomenslanden’ gaat naar zulke programma’s.

De resultaten van studies in onder meer Kenia, India en Malawi zijn zonder uitzondering goed: minder sterfte, minder tienerzwangerschappen en -huwelijken, hoger schoolbezoek en een betere gezondheid. Ook voor de langere termijn zijn de perspectieven goed. ‘Er is voldoende bewijs dat mensen geprikkeld worden tot ondernemerschap als ze gedurende een langere periode een vast inkomen krijgen’, zegt Dekker. ‘Dan moeten de omstandigheden wel goed zijn. Er moeten mogelijkheden zijn voor mensen om te ondernemen of hun producten te vermarkten. Het positieve ­effect van cash transfers op lokale economische ontwikkeling is duidelijk kleiner in zeer afgelegen gebieden.’

Humanitaire hulp

Ook in de humanitaire hulpverlening – bij natuurrampen, oorlogen en vluchtelingenstromen – wordt vaker gebruikgemaakt van cashtransfers. In 2014 werd het nog nauwelijks gebruikt, nu wordt al 10 procent van de 27 miljard dollar die in 2018 aan noodsituaties in de wereld werd uitgegeven, uitgekeerd in de vorm van geld of vouchers. Dat blijkt uit cijfers van Ocha, het coördinatiecentrum van VN-noodhulporganisaties. Grote noodhulporganisaties als IRC hebben hun cashdoelen voor 2020 al bijgesteld tot 25 procent.

Dat cash zo’n hoge vlucht heeft genomen, komt vooral door de Syrië-crisis, zegt Thea Hilhorst, hoogleraar humanitaire hulpverlening aan het Institute of Social Studies van de Erasmus Universiteit. ‘Omdat de meeste Syrische vluchtelingen in steden in ­Libanon of Griekenland wonen, bereik je ze niet met hulpgoederen.’ 

Ook in de VN-vluchtelingenkampen wordt steeds vaker geld uitgekeerd. Vluchtelingen verblijven vaak jaren in kampen. Het is niet alleen een hoop ­gedoe om mensen dagelijks van voedsel te blijven voorzien, het geeft vluchtelingen ook weer een gevoel van eigenwaarde als ze zelf in hun dagelijkse ­levensbehoeften kunnen voorzien.

In de humanitaire hulpverlening heeft cash vrijwel alleen maar voor­delen, zegt Hilhorst. ‘Je kunt in de Verenigde Staten graan kopen om in Congo uit te delen als voedselpakketten, maar dat is duur en traag. Bovendien loop je het risico dat het graan ergens verdwijnt of voor het dubbele wordt verkocht op de lokale markt, waarmee je de marktprijzen verstoort en verdeeldheid binnen gemeenschappen zaait.’

Maar cash is niet overal en altijd de ­oplossing, waarschuwt ook Hilhorst. ‘In conflictsituaties of bij natuurrampen werkt het bijvoorbeeld soms niet. Soms is er geen functionerende lokale markt meer waar spullen kunnen worden gekocht en verhandeld, en is er voedsel, benzine of drinkwater nodig.’ De discussie over cash relief wordt te ideologisch gevoerd, vindt Hilhorst. ‘Je bent voor of je bent tegen, maar je moet gewoon per situatie kijken waaraan behoefte is.’

Misverstand om cash voor Syrische vluchtelingen

In Griekenland krijgen vluchtelingen al enige jaren cash-assistentie. Het begon als een uit noodzaak geboren initiatief om gevluchte Syriërs hulp te kunnen bieden die in Griekenland zijn gestrand nadat de grenzen in de rest van Europa op slot waren gegaan. Het geldbedrag, variërend van 90 euro tot 550 euro voor een groot gezin, geeft vluchtelingen meer zeggenschap over hun eigen leven, en dat is goed voor het gevoel van eigenwaarde.

De vluchtelingen krijgen hun maandelijkse geld via een prepaid-betaalkaart, waarmee ze de basisboodschappen kunnen betalen. De kaarten kunnen alleen in Griekenland en niet voor online-aankopen worden gebruikt. Ook moet een vluchteling boven de 18 zijn en na 1 januari 2015 in Griekenland zijn gearriveerd. Meer dan 70 duizend vluchtelingen hebben profijt gehad van deze Greece Cash Alliance, een samenwerking tussen de VN, Caritas en het Rode Kruis, die de Europese Unie medefinanciert.

Het succesvolle project kwam ineens negatief in de schijnwerpers toen Hongaarse autoriteiten in december 2018 een 27-jarige Syriër arresteerden. De Syriër zou lid zijn geweest van de terroristische organisatie IS en met vervalste documenten reizen. Hongaarse media sloegen aan op het feit dat hij een prepaid-betaalkaart bij zich zou dragen waar maandelijks 500 euro op werd gestort. De opgepakte Syriër kreeg cashassistentie, omdat hij in Griekenland een erkende vluchtelingenstatus had.

Het geld op de betaalkaart van de Syriër was volgens de Hongaarse media afkomstig van de EU. De conclusie door rechtse media was snel gemaakt: vluchtelingen zouden de assistentie gebruiken om door te reizen naar West-Europa. Oftewel: de EU subsidieerde mensensmokkel Europa in. In maart 2019 reageerde de Europese Commissie op de beschuldigende berichten uit Hongarije. ‘Humanitaire hulp van de EU bevordert niet de migratie, maar assisteert alleen de vluchtelingen die al in Griekenland zijn.’

Andere media wezen erop dat de Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros via de organisatie Humanity Ventures betrokken was bij de vermeende ‘smokkelsubsidie’. Soros speelt geen rol bij de Greece Cash Alliance. Wel zei de miljardair in 2016 dat hij bereid was om 448 miljoen euro te investeren in nieuwe bedrijven van vluchtelingen die zich in Europa vestigen. 

Castor van Dillen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden