Geef gedroomde winst niet nu al uit

De open brief over de pensioenen die vorige week in de bijlage Vonk verscheen, kreeg veel bijval en lof van lezers. Maar er klonk ook behoorlijk wat kritiek. Ter afronding gaat Yvonne Hofs daarom nog één keer in op de belangrijkste kritiekpunten.

Pensioenverlaging is contractbreuk. Er waren nogal wat lezers die erop wezen dat de pensioenfondsen hun een gegarandeerd en waardevast pensioen hebben toegezegd. Het breken van deze belofte zou dus neerkomen op contractbreuk, en juridisch aanvechtbaar zijn. In werkelijkheid is deze belofte niet hard. De regels bepalen immers dat de pensioenen verlaagd kunnen worden als er tekorten zijn. Sommige fondsen, waaronder het ABP, hebben ooit wel een gegarandeerd waardevast pensioen beloofd, maar die garantie is al vele jaren geleden zonder veel ophef uit de pensioenvoorwaarden geschrapt.


Dat veel mensen desondanks de indruk kregen dat de pensioenen gegarandeerd zijn, is te wijten aan de gebrekkige publieksvoorlichting van de pensioenfondsen. De fondsen deden het voorkomen alsof de pensioenen wel degelijk gegarandeerd waren. Ze gingen uit van rooskleurige beleggingsrendementen van 8 à 9 procent per jaar. Omdat de beurzen in de jaren tachtig en negentig bijna alleen maar omhoog gingen, werden de pensioenen in de praktijk vrijwel altijd met de inflatie verhoogd. Daardoor zijn fondsdeelnemers deze indexatie als een verworven recht gaan beschouwen. Maar dat recht bestaat dus niet.


De fondsen zijn hier niet eerlijk over geweest. Gepensioneerden zijn misleid, maar werkenden ook. Ook de werkenden dachten tot voor kort dat ze een pensioengarantie hadden. Waarom dan bij het wegwerken van de tekorten de gepensioneerden ontzien ten laste van de werkenden?


Elke euro die in een situatie van pensioentekorten aan een gepensioneerde wordt uitgekeerd, wordt van een werkende afgepakt. Zo simpel is het.


Meer sparen, verwende kinderen!


Veel oudere lezers schrijven dat dit rechtvaardig is, omdat werkenden zich nog kunnen voorbereiden op een lager pensioen en gepensioneerden niet. Ze hebben het over verkwistende jongeren die al hun geld uitgeven aan verre reizen en iPads. Dat die generatie eerst maar eens moet leren sparen, want dat hebben zij in hun jeugd ook gedaan. Afgezien van die vooroordelen over de jeugd van tegenwoordig, is het een gegeven dat veel werkenden door de koopkrachtdalingen nauwelijks ruimte hebben om te sparen. Wie wel wat geld opzij kan zetten, wordt daar niet wijzer van omdat de vermogensbelasting en de inflatie hoger zijn dan de spaarrente. Dat vermogen slijt langzaam weg. En niet alleen gepensioneerden, maar ook werkenden vragen zich af hoe ze later op hun oude dag de stijgende zorgkosten moeten betalen.


Overigens valt er op de veelvuldig aangehaalde spaarzaamheid van de ouderen wel wat af te dingen. Briefschrijvers verwijten werkenden dat ze dure huizen hebben gekocht, zonder eerst te sparen voor een aanbetaling. Uit CBS-cijfers bleek een paar maanden geleden dat 60-plussers in doorsnee vaker een aflossingsvrije hypotheek hebben dan jongere huiseigenaren. 'Mogelijk hebben veel 60-plussers een nieuwe hypotheek afgesloten om bijvoorbeeld de overwaarde van hun huis te verzilveren, waarbij zij vooral voor een aflossingsvrije hypotheek hebben gekozen', schrijft het CBS. Met andere woorden: een deel van de 60-plussers heeft de overwaarde van zijn huis verjubeld toen het nog goed ging met de economie. Krantenberichten uit medio jaren negentig bevestigen dit. Daarin wordt er gewag van gemaakt dat Nederlanders op grote schaal een hypotheek nemen op hun huis om de overwaarde te kunnen spenderen aan consumptieve uitgaven als vakanties, campers en verbouwingen. Die veertigers en vijftigers van toen zijn de zestigers en zeventigers van nu. Slechts iets meer dan eenderde van de 60-plussers leeft hypotheekvrij.


Ik zei toch: de rekenrente is te laag!


Voorzitter Martin van Rooijen van de Koepel Nederlandse Verenigingen van Gepensioneerden en Jesse Frederik van het journalistieke blog Follow the Money beweren dat de 'rekenrente' waarmee de pensioenfondsen berekenen hoe hoog hun buffers moeten zijn, wel degelijk te laag is (in tegenstelling tot wat ik in het Vonk-artikel betoog). Frederik schrijft op FTM dat de huidige pensioentekorten geen probleem zijn, omdat die vanzelf verdwijnen als de rente stijgt. De rente is nu immers zo laag, dat die alleen maar omhoog kan. Dus zullen ook de dekkingsgraden van de pensioenfondsen wel weer omhoog gaan. Vasthouden aan een lage rekenrente en hoge buffers is daarom onzin, want het komt binnenkort vanzelf goed met de fondsen, aldus Frederik. Zowel Van Rooijen als Frederik verwijzen daarnaast naar de rekenrentes die in buitenlandse pensioenstelsels worden gebruikt. Die zijn hoger dan in Nederland, wat zou aantonen dat men hier veel te voorzichtig is.


Frederik heeft gelijk dat de dekkingsgraden van de pensioenfondsen verbeteren als de marktrente stijgt, maar dat is het punt niet. Het gaat erom dat de ouderenbonden die toekomstige verbetering van de dekkingsgraden nú al willen incasseren via een hogere rekenrente. Waarom niet even wachten tot de marktrente is gestegen en de dekkingsgraad weer op peil is? Volgens het parool: je geeft pas geld uit wanneer je dat verdiend hebt en niet eerder. Waar is die spaarzame instelling nou gebleven waar zoveel oudere critici prat op gaan?


Het is altijd zo geweest dat de pensioenen pas achteraf werden verhoogd op basis van gerealiseerde beleggingswinsten, niet op basis van gedroomde winsten. Nu de pensioenfondsen voor het éérst in de geschie- denis met tekorten kampen, waardoor de pensioenen niet meer met de inflatie meestijgen, willen de ouderenpartijen het ineens omdraaien en de pensioenen verhogen op basis van toekomstige rendementen. De werkenden worden dan opgescheept met de risico's van tegenvallers, bijvoorbeeld als de marktrente toch lang laag blijft of als de beurzen opnieuw onderuit gaan. En die risico's stijgen natuurlijk als je nog niet gerealiseerde winsten bij voorbaat uitdeelt aan gepensioneerden. Dit is niets anders dan het veranderen van de spelregels tijdens de wedstrijd, waarbij ouderen via een kunstmatig hóge rekenrente zwaar worden bevoordeeld.


De ouderengroepen onderbouwen hun pleidooi voor een hogere rekenrente met een verwijzing naar de 'hoge' beleggingsrendementen die ze de afgelopen jaren hebben gemaakt. Historische rendementen bieden blijkbaar toch een garantie voor de toekomst. Zoals ik vorige week al uitlegde, zijn die hoge rendementen vooral te danken aan de waardestijging van obligaties. Die waardestijging is het gevolg van de daling van de marktrente. Oftewel: deze beleggingswinsten zullen verdampen bij de rentestijging die volgens Frederik onvermijdelijk is. Het zijn dus schijnrendementen. Daarmee vervalt het belangrijkste argument van de ouderenpartijen om een hogere rekenrente te hanteren.


De realiteit is dat de meeste fondsen ondanks die zogenaamde superrendementen, premieverhogingen (ten nadele van werkenden), verlaging van de pensioenopbouw (ten laste van werkenden) en enkele steunacties van De Nederlandsche Bank (lichte verhoging rekenrente, verlenging hersteltermijn) na vijf jaar nog altijd niet boven Jan zijn. Dus hoezo zijn de pensioentekorten 'nep'?


Dan de vergelijking met het buitenland. Die gaat mank, omdat de pensioenstelsels in andere landen heel anders zijn ingericht. De rekenrente daar kun je daarom volstrekt niet vergelijken met de rekenrente hier. Frederik voert de VS als voorbeeld op, terwijl algemeen bekend is dat het Amerikaanse pensioenstelsel zo goed als failliet is. Juist omdat men zich daar met die hoge rekenrente veel te rijk gerekend heeft en er dus veel te weinig reserves zijn opgebouwd. Van Rooijen is dan ook wijs genoeg om de VS niet te noemen. In de meeste andere landen is de collectieve pensioenpot relatief veel kleiner dan in Nederland. Er staat daar dus minder op het spel als er voor een hoge rekenrente wordt gekozen.


Die benadeling van de jongeren valt reuze mee


Van Rooijen voert daarnaast nog aan dat de stijging van de levensverwachting in 2010 in één keer in de dekkingsgraad is verwerkt. 'Dat kostte 7 procentpunt dekkingsgraad, voor iedereen, jong en oud.' Een loze kreet, want het gaat er natuurlijk om wie die daling van 7 procentpunt gaat repareren. De ouderenorganisaties die Van Rooijen vertegenwoordigt vinden dat de werkenden dit moeten doen. De 60-plussers moeten volledig worden ontzien.


Verder suggereert hij dat de overgang van een eindloon- naar een middelloonstelsel de werkenden nauwelijks benadeelt, mede vanwege de hogere pensioenopbouw die aan die wijziging vastzat. Die opbouw is echter de laatste jaren al flink verlaagd, omdat de fondsen daarmee hun dekkingsgraad konden opvijzelen. In 2010 was het opbouwpercentage voor bijna 65 procent van de werkende fondsdeelnemers meer dan 2 procent per jaar. Dat geldt nu voor minder dan 35 procent. En die opbouw gaat volgens het regeerakkoord in 2015 nog verder omlaag. Van Rooijen stelt dat voor 90 procent van de werkenden een geïndexeerd middelloonpensioen gelijk staat aan eindloonpensioen. Het cruciale woord in deze zin is 'geïndexeerd'. De grote pensioenfondsen lopen al minstens 10 procent achter met indexeren en die achterstand zal vrijwel zeker verder oplopen.


Dat niet indexeren en soms zelfs verlagen van de pensioenen voeren de ouderenpartijen aan als bewijs dat ouderen er het hardst op achteruit gaan. Ze willen daarom zo snel mogelijk de pensioenen weer verhogen, door de pensioentekorten via een hogere rekenrente weg te toveren. Dat jongeren dan álle beleggingsrisico's dragen en 6 tot 15 jaar langer moeten werken voor een lager pensioen dan hun ouders en grootouders krijgen, daar kan Van Rooijen 'geen troostende woorden over spreken'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.