Geef de thuiszorg vertrouwen

Een protocol, met controle achteraf, kan een einde maken aan de huidige kafkaëske toestanden in de thuiszorg, betogen Marcel Canoy e.a....

Stel een huisarts of specialist is van mening dat iemand in aanmerking komt voor thuiszorg. Niet zo ingewikkeld, zou je zeggen. Wat gebeurt er vervolgens? Dan openbaart zich een opmerkelijke kermis aan administratieve handelingen.

De klant is verantwoordelijk voor de aanvraag, maar die is zo ingewikkeld dat in de praktijk de aanbieder van de thuiszorg dit doet. Die aanvraag wordt ingediend ter beoordeling aan het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Dat neemt formeel zes weken (maar in de praktijk vaak langer) om de aanvraag te beoordelen. In die tijd kan geen thuiszorg verleend worden. Na goedkeuring van het CIZ kan men aan de slag, maar daarmee is het administratieve leed nog niet geleden.

Als de thuiszorgaanbieder iets over de klant wil opzoeken, moet de aanbieder in het kader van de privacybescherming ieder kwartier opnieuw inloggen in het systeem. Dat kost bijvoorbeeld een middelgrote thuiszorgorganisatie iedere dag voor vijf medewerkers minimaal een half uur inlogtijd.

Als de thuiszorg tussen aanbieders gedeeld moet worden, ontstaat weer administratieve rompslomp. Ict-systemen zijn niet op elkaar afgestemd. Als de situatie van een patiënt verslechtert, begint het administratieve proces opnieuw: een aanpassing in de indicatie is dan nodig om de vereiste zorg te kunnen leveren.

Als het CIZ besluit een patiënt een Zorg Zwaarte Pakket aan te bieden, kom je in de bizarre situatie terecht dat een klant zorg thuis wil, maar geïndiceerd is door het CIZ voor opname in een verzorgings- of verpleegtehuis waar helemaal geen behoefte aan is. De zorg kan dan niet direct uitgevoerd worden, omdat de gewenste thuiszorg niet klopt met de indicatie.

Deze kafkaëske toestanden zijn ontstaan door een model van wantrouwen. Het kabinet wil wel marktwerking, maar vertrouwt de professionals niet. Het tuigt daarom een imposant bouwwerk van regels en controle op om te verhinderen dat de aanbieders zich opportunistisch gaan gedragen. Maar daarin schiet het kabinet totaal door, want het is niet makkelijk ondernemen met twee handen op je rug, terwijl de zorg aan mensen die het nodig hebben wordt belemmerd.

Het is begrijpelijk dat er bij de invoering van marktwerking een controle moet zijn op indicatie en kostenbeheersing. Maar het huidige model zorgt voor onnodig wachten en irritatie bij patiënten, drijft de administratieve lasten op voor zowel het CIZ als de aanbieders, en leidt tot onnodige scholing van personeel in gedetailleerde regeltjes. Dat demotiveert thuiszorgers, met bedenkelijke uitstralingseffecten op de aantrekkelijkheid van de zorg als werkgever. Dat moet en kan anders.

Ook het CIZ lijkt een voorzichtige stap in deze richting te zetten, gezien een recent voorstel over persoonlijke verzorging aan ouderen.

Uitgangspunt van de zorg zou moeten zijn: vertrouwen op de kennis van de professional en autonomie van handelen. Het geven van verantwoordelijkheid daar waar die hoort te liggen, kan niet tot vrijblijvendheid leiden. Bij autonomie past ook het nemen van verantwoordelijkheden. Dat betekent dat aanbieders zich verplichten een protocol te volgen en daaraan ook gehouden worden.

Het CIZ heeft een zogeheten aanmeldfunctionaliteit die – in een vereenvoudigde vorm – hiervoor de basis kan zijn. Door geregelde steekproeven controleert het CIZ of de aanbieders zich aan de spelregels houden. Bij overtredingen komen financiële sancties, bijvoorbeeld via een korting op het tarief.

Wat levert dit op? Ten eerste kan zeer fors bespaard worden op de intake. Door de eenvoud kunnen honderden miljoenen euro’s bespaard worden op personeelskosten van aanbieders, scholing en controle door het CIZ. Alleen al bij het CIZ werken ruim 2.500 mensen. De tarieven kunnen met minstens 10 procent omlaag. Er komen dus veel meer middelen beschikbaar voor zorg. Patiënten vermijden administratieve rompslomp en krijgen sneller de door hen gewenste vormen van thuiszorg. Tot slot kan het personeel weer doen waar het voor opgeleid is: thuiszorg verlenen.

Onnodige bureaucratie is er niet alleen in de thuiszorg. Ook in de rest van de gezondheidszorg is veel winst te boeken door de combinatie van vertrouwen in professionals en strenge controle achteraf. Staatssecretaris Bussemaker heeft hiermee een gouden kans om kwaliteit, doelmatigheid en klantvriendelijkheid te verbeteren en het imago van de sector op te poetsen. Een kans die ze in deze tijden niet kan laten lopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden