Geef de gemeenten het geld voor langdurig werklozen

AAN de toekomst van de arbeidsvoorziening zijn al heel wat woorden vuilgemaakt, al kwamen de echte belanghebbenden, de langdurig werklozen, daarbij wat minder aan bod....

Het begon allemaal met de bezuinigingen op de arbeidsvoorziening, zoals vastgelegd in het regeerakkoord: vier maal 400 miljoen in vier jaar. In het akkoord dat minister Melkert in december sloot met werkgevers en werknemers is dat veranderd in 100 miljoen in 1995 en daarna drie maal 500 miljoen.

Verder werden bij die gelegenheid nog wat kleinigheidjes geregeld: een versnelde uitbetaling van de bijdragen aan werkgevers voor deelnemers aan het leerlingstelsel en een geen-gedwongen-ontslagen-garantie om de vakbeweging een plezier te doen.

Inmiddels zijn we enkele maanden verder en hebben we in de regio Den Haag/Delft de balans opgemaakt van de eerste bezuinigingsronde. Er is een bedrag van ongeveer 25 miljoen minder beschikbaar voor maatregelen ten behoeve van langdurig werklozen: dat betekent dat er tweeduizend werklozen minder in speciale projecten kunnen worden geplaatst; het betekent 629 banenpoolers minder en succesvolle scholingsprojecten zoals de leerwerkprojecten - waar in verkiezingstijd menig landelijk politicus zijn bewondering over uitsprak - zullen als er niets gebeurt de poorten moeten sluiten. In de basiseducatie verdwijnen zestig banen en het arbeidsbureau in de Schilderswijk, pas geopend in een wijk waar door intensieve stadsvernieuwing de leefomgeving sterk is verbeterd, wordt op korte termijn weer gesloten.

Kortom, juist die maatregelen die zo succesvol waren en zijn in een tijd waarin het 'werk, werk en nog eens werk' je vanaf elke pagina van het regeerakkoord tegemoet schalt, overleven de bezuinigingen niet.

Minstens even hinderlijk is de bestuursstructuur. Had de minister de Tweede Kamer niet toegezegd dat banenpools, beroepseducatie, basiseducatie en vrouwenvakscholing ontzien zouden worden bij de bezuinigingen?

Jawel, de minister en de Tweede Kamer bedoelen het goed, maar de werkelijkheid is helaas dat zij het niet voor het zeggen hebben als het om de arbeidsvoorziening gaat: op centraal niveau is de rijksoverheid een van de drie partners en op regionaal niveau is die minderheidspositie weggelegd voor de lokale besturen. En de werkelijkheid is ook dat werkgevers noch werknemers hun eerste prioriteit leggen bij de langdurig werklozen.

De werkgevers niet omdat zij het meeste belang hechten aan een snelle en adequate vervulling van vacatures en de werknemersorganisaties niet omdat zij de werkgelegenheid bij de arbeidsvoorziening belangrijker vinden dan de perspectieven voor langdurig werklozen.

De werkelijkheid is dat noch de minister in het centraal bestuur, noch de lokale overheden in de regionale besturen over een meerderheid beschikken om de aanwending van de miljarden aan gemeenschapsgeld in een door de overheid gewenste richting te sturen.

Ik ben benieuwd of de Kamer blijk zal geven haar verantwoordelijkheid te willen nemen voor de verbetering van de positie van langdurig werklozen. De beste methode daarvoor is de versterking van de positie van de gemeenten ten opzichte van de arbeidsvoorziening.

Dit kan door het geld voor de bestrijding van de langdurig werklozen rechtsstreeks aan de gemeenten te geven die dat geld vervolgens kunnen gebruiken voor de inkoop van diensten van het arbeidsbureau en van scholingsinstellingen, ten behoeve van plaatsing en bemiddeling van langdurig werklozen.

Dit model vloeit logisch voort uit het feit dat in de nieuwe bijstandswet de gemeente de verantwoordelijkheid krijgt voor de uitstroom van mensen met een uitkering naar de arbeidsmarkt en het is de gemeente die de rekening moet betalen als dat onvoldoende lukt. Het inkoopmodel zorgt voor een heldere afbakening van posities en verantwoordelijkheden, bovendien kan de arbeidsvoorziening als zodanig blijven bestaan, evenals de in sommige regio's, waaronder Den Haag/Delft, succesvolle samenwerking tussen sociale diensten en arbeidsbureau. Bovendien worden lokale bestuurders verlost van de tijdrovende en frustrerende deelname aan een bestuur waar te veel belangenstrijd en belangenvermenging optreedt.

En wellicht willen de kamerleden zich ook nog eens realiseren wat de nog veel grotere bezuinigingen in de komende jaren zullen aanrichten. De vraag wat er dan nog overblijft van de bestrijding van de langdurige werkloosheid is buitengewoon eenvoudig te beantwoorden: niets.

Anke van Kampen

De auteur is wethouder in Den Haag voor onder meer sociale zaken en werkgelegenheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden