Geef de burgers meer greep op hun toekomst

Zonder toekomstverbeelding verdwijnt het idealisme en wordt een nihilistische cultuur dominant.

Mijn ouders leerden mij een simpele regel. Laat de wereld beter achter dan die was, zodat onze kinderen en kleinkinderen het weer beter kunnen krijgen dan jij. Dat optimistische idee van vooruitgang is voor mij een belangrijke leidraad geworden in de politiek. In het debat van vandaag de dag domineert het pessimisme. Vooruitgang lijkt niet meer mogelijk.


Arnold Kerkdijk leeft en werkt in de periode rond 1900, een tijd van vertrouwen in vooruitgang, van economische groei en globalisering en van het ontstaan van politieke stromingen en partijen. Er is zowel conservatieve weerstand tegen de modernisering van politieke verhoudingen als een revolutionair ongeduld om politieke en sociale rechten voor iedereen toegankelijk te maken.


Kerkdijk en zijn Vrijzinnig-Democratische Bond zien van beide de gevaren. Tussen de klippen van revolutie en conservatieve reactie houden zij het schip van staat op koers - de bekende campagneposter van de Bond. Dat schip heeft een stip op de horizon: uitbreiding van het kiesrecht en toegankelijk onderwijs.


Als kunsthistoricus vind ik het fascinerend te zien dat de cultuur van vernieuwing ook zichtbaar is in de kunst. Na de dominantie van de weinig fantasierijke neostijlen midden 19de eeuw, ontstaan aan het eind van die eeuw impressionisme en Art Nouveau. Schilderijen laten kleurrijke beelden en nieuwe vormen zien. Van Gogh laat de donkere boerengezichten achter zich en vertrekt naar het licht van Zuid-Frankrijk. De naam impressionisme is ontleend aan een schilderij van Claude Monet: Impression, soleil levant. Impressie, zonsopgang. De zon als stip op de horizon in de mistige haven van Le Havre.


In de jaren twintig is het vertrouwen in vooruitgang plotseling verdwenen. Zelfs de kunst wordt donker en zwaarmoedig. De jaren van groei en globalisering, uitbreiding van het kiesrecht en verbetering van het onderwijs zijn voorbij. Het zicht op de toekomst verdwijnt. Wat ging er verloren? Het kortste antwoord daarop: een vertrouwen in vooruitgang. Daarvoor in de plaats komt een vrees voor verlies, een cultuur van nostalgie en verheerlijking van het verleden.


De Spaanse liberaal en filosoof José Ortega y Gasset analyseert dit al in 1930. In zijn klassieke essay De opstand der horden stelt hij dat er voor het functioneren van de samenleving perspectief moet zijn op een betere toekomst. En daarvoor is, hoe profetisch van hem, een verenigd Europa noodzakelijk. Zonder een uitdagende toekomst blijven we hangen in het heden en wordt het verleden geïdealiseerd. Is dat wat we op dit moment weer meemaken? Zijn we in onze tijd van economische crisis, maar ook van iPads en goedkope vliegreizen naar Barcelona, het vertrouwen in vooruitgang verloren?


In de periode van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog biedt de gestage groei van welvaart en werkgelegenheid de arbeiders perspectief. Bekend is Alleman, de film van Bert Haanstra uit 1963, over tevreden gezinnen, uitgerust met picknickmand, die hun auto langs de snelweg parkeren om te kijken naar andere langsrijdende auto's. Al snel daarna wil de jongere generatie meer dan het gemak van de auto en de wasmachine. Haar verlangen gaat over individuele vooruitgang, emancipatie en zeggenschap. Dat uit zich ook in rock 'n roll, provo en experimentele kunst.


Vanaf 1980 komt er een einde aan dat optimisme. Ook nu rijst de vraag, net als in de jaren twintig: wat ging er verloren? Het antwoord is vergelijkbaar: vertrouwen in vooruitgang. Politieke debatten gaan sindsdien vooral over een stapje terug doen. Een stapje minder met de verzorgingsstaat, met onze privacy, met consumptie en economische groei omwille van het klimaat. Waar zit dan nog de vooruitgang?


Houden wat we hebben. Dat lijkt de pessimistische politieke slogan van deze tijd. Links-conservatisme wil de oude verzorgingsstaat behouden. Rechts-conservatisme neemt het niet zo nauw met vrijheden van mensen. Politiek is crisisbeheersing geworden, management van actuele problemen.


Zonder verbeelding van de toekomst verdwijnt het idealisme en wordt, zoals in de jaren twintig, een nihilistische cultuur dominant. Op 21 september ontspoorde een facebookfeestje in Haren op beschamende wijze. De moderne communicatietechnologie kan mensen bij elkaar én in beweging brengen. Maar zie het verschil tussen Haren en de Arabische Lente, waar Facebook en Twitter ook een mobiliserende rol speelden. De Arabische jongeren eisten democratie en gelijke rechten. De jongeren in Haren leken ook in opstand. Maar waartegen?


Nederland en Europa hebben behoefte aan een nieuwe stip op de horizon. Twee vuurtorens wijzen de koers vooruit: toponderwijs en een verenigd en democratisch Europa. Dat zijn geen willekeurige beleidsthema's, het zijn de pijlers van zeggenschap: over het individuele leven en zeggenschap over het gemeenschappelijke leven op ons continent. Mensen hebben het gevoel de greep op de toekomst kwijt te zijn. Mensen willen meer te zeggen krijgen over hun leven en over de richting van de samenleving.


De eerste pijler - kennis en onderwijs - vormt de brandstof voor het individu dat vooruit wil. Ons gerafelde onderwijsstelsel is niet goed genoeg meer. Een tweetal kernwaarden is van belang. De allerbelangrijkste is: kansen voor iedereen. Geen andere barrières bij de poort dan de selectie van talent, geen barrières voor doorstroming als talent later zichtbaar wordt. Ten tweede: respect voor verschil in talent. Ik heb bewondering voor de vakman met de gouden handjes. Die weet wat hij kan en waar hij het wint van de academicus. Puik beroepsonderwijs is daarom net zo belangrijk als topwetenschap.


In Europa geven de verzorgingsstaten ongeveer 25 procent van het nationaal inkomen uit aan sociale zekerheid en zorg, aan onderwijs slechts 5 procent. Europa dreigt een continent van renteniers te worden, met weinig perspectief op vooruitgang. Niet investeren in onderwijs, zoals het kabinet van plan is, is met de rug naar de toekomst blijven staan.


De tweede pijler is een sterker en democratischer Europa. Europa laat met alle Brusselse toppen nu vooral één ding zien: verdeeldheid. Wie krijgt wat? Wie moet wat betalen? Premier Rutte heeft geen behoefte aan Europese vergezichten. Hij wil geen macht overdragen. Maar hoe zit het met de macht van de burgers? Met hun zeggenschap?


Komende maand moeten de regeringsleiders belangrijke besluiten nemen over de toekomst. De voorstellen zijn vooral technocratisch. Natuurlijk moet er een bankenunie komen en een betere coördinatie van de begrotingen van lidstaten. Maar waar is het ideaal van een Europese democratie waarin Europese burgers, u en ik, zeggenschap hebben?


De jaren zestig gingen over autonomie en zeggenschap. Tegenwoordig mogen mensen per sms stemmen bij de Voice of Holland, ze mogen commentaar geven op de actualiteit via Twitter en Facebook. Maar daadwerkelijke zeggenschap over de richting van de samenleving, over Europa, is er nauwelijks.


Het nieuwe kabinet wil bruggen slaan, maar is de belangrijkste vergeten: de brug van het heden naar de toekomst. Zonder zicht op de toekomst faalt de politiek. Dat is de belangrijkste les van Kerkdijk. Net als toen moet die brug gebouwd zijn op de pijlers van zeggenschap. Alleen met een democratisch perspectief op vooruitgang kunnen we het Europese schip tussen de klippen van links en rechts pessimisme laten varen naar een optimistische toekomst.


Alexander Pechtold is partijleider van D66.


Dit is een bekorte weergave van de Kerkdijklezing die Pechtold gisteravond hield.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden