Gedwongen naar huis

In het hoofd van Shapol Barawi woedt een psychologische oorlog. De uitgeprocedeerde asielzoeker keerde tegen zijn wil terug naar Irak. Ook anderen worstelen na hun onvrijwillige vertrek uit Nederland. Door Lennart Hofman

Voorovergebogen en met zijn handen voor zijn gezicht haalt Shapol Barawi (48) de herinneringen op uit het land dat hem niet welkom heette. Naast hem ligt een stapel oude kranten. Hij haalt een hand van zijn gezicht en wijst op een foto van een uitgemergelde jongeman met een donkere baard. 'Dit was ik in 2002. Ik had toen al vier weken niet gegeten', zegt hij afwezig. De Barawi van nu is grijs en verward. Hij loopt moeilijk omdat de hongerstaking die hij voerde om zijn uitzetting te voorkomen zijn rug heeft beschadigd. Zijn gedachten en gevoelens kan hij maar moeilijk onder woorden brengen. 'Het is alsof je een psychologische oorlog voert', herhaalt hij een paar keer.


Barawi ontvlucht in 1993 zijn geboorteland, dat dan in een burgeroorlog verkeert, en vindt in 1996 onderdak in het Overijsselse Nijverdal. Na een jaar krijgt hij te horen dat hij terug moet naar Irak omdat het noorden van het land veilig zou zijn voor Koerden. Barawi is het daar niet mee eens en besluit in 2002, na vijf jaar vruchteloos procederen, in hongerstaking te gaan. Hij krijgt veel aandacht van de media, maar de toenmalig staatssecretaris van Justitie Ella Kalsbeek is onvermurwbaar. Barawi: 'Als ik een paspoort zou krijgen, zouden alle uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland in hongerstaking gaan, zei zij tegen mij. Elke dag kwam zij langs om me te vertellen dat ik moest stoppen.' Barawi stopte niet en was bereid te sterven voor zijn doel. Voor zijn leven werd dan ook gevreesd.


'Ik dacht dat ik als ik dood zou gaan misschien mijn dood iets zou betekenen voor anderen', zegt hij over zijn vastberadenheid van toen. 'Maar ik dacht ook over andere dingen na. Over mijn moeder en mijn gezin die nog in Irak waren. Hen kon ik niet zomaar in de steek laten.'


Hoe meer voedselloze dagen verstrijken, hoe meer zijn gedachten teruggaan naar de oorlog die hij was ontvlucht. 'Ik realiseerde me dat een oorlog voeren in je hoofd net zo erg is als een oorlog voeren met je lichaam. Alle twee is oorlog. Steeds vaker bedacht ik dat het misschien beter is om met je lichaam te strijden. Als het dan misgaat is dat één keer, en dan ga je. Dan is het klaar. Als je met je met je hoofd strijdt, als je altijd nadenkt, dan is dat elke dag een oorlog.' Na 39 dagen besluit hij zijn actie te staken. Een half jaar later gaat Barawi opnieuw in hongerstaking, maar ook dat levert hem niets op: hij moet terug naar Irak.


Barawi arriveert in 2003 in de Koerdische stad Sulemaniya, net na het begin van de Amerikaanse invasie. De eerste twee jaar gaat het nog redelijk goed. Hij vindt onderdak in het huis van zijn vader en zijn familie helpt hem met het vinden van werk. Daarna gaat het mis. Zijn geld raakt op, hij krijgt het naar eigen zeggen aan de stok met een hooggeplaatst persoon die hem bedreigt en hij raakt zijn baan als vertaler kwijt.


Barawi was tien jaar uit zijn land geweest. In die tijd had de economie zich sterk ontwikkeld, maar daarvan profiteerde een selecte groep met een sterk netwerk. Veel teruggekeerde asielzoekers hadden dit niet en konden daardoor niet meeliften met de plotse groei.


'Het ging mis omdat ik nieuw was', verklaart Barawi. 'Het was alsof ik in een nieuw land was terechtgekomen, wat ik niet kende en waar ik niets had. Dan ga je nadenken. Over jezelf, je kinderen, je vrouw. De mensen van wie je houdt. Daardoor raakte ik in de problemen en daar kwam ik niet meer uit.'


Volgens Erlend Paasche van het Peace Research Institute Oslo (PRIO), dat onderzoek doet naar Iraakse Koerden die terugkeren uit Europa, is Barawi geen uitzondering. 'Europese landen gaan ervan uit dat remigranten moet re-integreren. Maar vaak is het geen re-integratie, wat suggereert dat hun leven weer normaliseert, maar veel meer integratie. Zowel de samenleving als zij zelf zijn erg veranderd. Ze worden geacht klaar te zijn, maar dat zijn ze vaak niet en dat leidt tot problemen.' Vooral om de Europese desinteresse kan hij zich boos maken. 'Europese overheden hebben weinig oog voor hun problemen en zijn nauwelijks geïnteresseerd in de vraag hoe het proces van terugkeer precies verloopt.'


Bang en onzeker

Inmiddels is Barawi verwikkeld in twee rechtszaken vanwege een uit de hand gelopen ruzie met een hooggeplaatste militair. Hij zegt elke minuut bang te zijn dat er iets met hem gaat gebeuren. 'In Nederland was ik een nul. Een speeltje van mensen met macht die over mijn lot zouden beslissen. Dat gevoel heb ik hier ook', zegt hij gespannen. 'Mensen met geld kunnen doen met mij wat ze willen. Niemand werkt hier met regels en als je niet bij de partij hoort ben je weg, misschien. Als je een foutje maakt, kom je in de problemen.'


Waar hij precies bang voor is, kan hij moeilijk onder woorden brengen. 'Je weet niet precies waar je bang voor moet zijn. Dat is het probleem', zegt hij na enig aandringen. 'Het gaat de ene dag goed, de andere dag niet goed. Het kan zo veranderen en dan heb ik weer niets. Anderen, je weet nooit wie, beslissen dat. Zij gaan over je lot en daar kun je niets tegen doen. Daardoor ga ik nadenken. Als je elke dag een psychologische oorlog voert dan doet dat pijn. Dat is een oorlog.'


Sinds 2005 zijn er ruim zesduizend Iraakse Koerden gedwongen gedeporteerd uit Europa. De Iraakse noch de Nederlandse overheid zegt zich verantwoordelijk te voelen voor de zorgen van teruggekeerde asielzoekers in Irak. Nederland werkt wel samen met de International Organisation for Migration (IOM) om uitgeprocedeerde asielzoekers te helpen een nieuw leven op te bouwen in hun land van herkomst. Gaan ze vrijwillig, dan krijgen ze hulp bij het vinden van werk, scholing of het opzetten van een eigen bedrijfje. Uitgeprocedeerde asielzoekers die niet vrijwillig terugkeren werden, tot de Iraakse regering hen in november 2011 weigerde toe te laten, gedwongen teruggestuurd. Zij moeten het zelf rooien. Van de Nederlandse overheid kregen ze een klein bedrag mee om de eerste weken rond te komen.


Paasche van het Peace Research Institute Oslo ziet vooral de gedwongen teruggekeerden worstelen. 'Vaak hebben ze veel geld en moeite geïnvesteerd in één optie, en nu zijn ze terug met schulden en een weinig hoopvol zicht op de toekomst. Vooral als ze naar Europa kwamen met het idee een paradijs aan te treffen en nu buiten hun wil om met lege handen terug zijn, is dat moeilijk. Hun autonomie is weggenomen. Sommigen hebben het idee dat ze hun leven niet in eigen handen hebben.'


Zelfmoord

Kaistar Farag vertrok in 1998 met haar man en toen zeven jaar oude zoontje naar Nederland om asiel aan te vragen. Na zes jaar in een opvangkamp in Alphen aan den Rijn en een flatje in Groningen te hebben doorgebracht, keert het gezin in 2004 berooid terug naar het noorden van Irak.


'Het was erg moeilijk om ons leven weer op te bouwen', zegt Farag over die tijd. 'Ik was depressief, we konden geen werk vinden en we moesten geld lenen bij vrienden om te overleven. De Nederlandse overheid gaf ons tweeduizend dollar mee. Ze zeiden dat we het verder zelf moesten oplossen. We konden amper overleven.' Farags man raakt er steeds meer van overtuigd dat een toekomst in Irak voor hem en zijn gezin niet mogelijk is. Nadat hij in 2005 opnieuw een mislukte poging naar Nederland heeft gewaagd, wordt de mentale druk hem te veel. In 2006 maakt hij een eind aan zijn leven door het nabijgelegen meer van Dukan in te lopen.


Sinds 2009 zouden al twintig mensen kort voor of na vertrek uit Europa zelfmoord hebben gepleegd. Farag voelt zich in de steek gelaten door de Nederlandse staat. 'Door de druk ben ik mijn geliefde kwijt en is mijn gezin gebroken. Ze hebben nooit meer iets van zich laten horen en ons met niets geholpen toen we het moeilijk hadden.'


Ze reageert ongemakkelijk en afwerend op vragen naar haar eigen verantwoordelijkheid. Zij en haar man wisten toch dat ze afgewezen konden worden, dat risico namen ze zelf. Ze schudt haar hoofd. De Nederlandse overheid had haar moeten helpen toen ze het moeilijk had. 'We moesten het zelf oplossen, zeiden ze steeds. Maar dat konden we niet. Ze hebben het gewoon laten gebeuren.'


Ook Barawi voelt zich in de steek gelaten en is boos. 'Ik ben negen jaar geleden vertrokken uit Nederland en heb nooit meer iets van ze gehoord', zegt hij fel. 'Als vluchteling beteken je niks en er wordt met je omgegaan als oud vuil. Toch mis ik Nederland nog elke dag. Ik mis de zekerheid die daar heerst en de regels. Als je naar je werk gaat en gewoon thuis kunt komen. Hier kan het zo veranderen en dan heb je weer niets.'Lennart Hofman (1984) werkt sinds oktober 2012 als freelancejournalist in Irak, Syrië en Turkije.


REACTIE MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE


In een reactie stelt Charlotte Menten, persvoorlichtster Vreemdelingenzaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat de Nederlandse overheid niet verantwoordelijk is voor het mentale welbevinden van asielzoekers in hun thuisland. Wanneer de asielprocedure is afgewezen moeten de asielzoekers zo snel mogelijk terugkeren naar hun land van herkomst in het belang van beide partijen.


Menten: 'Het asielbeleid is helder en snel. We streven ernaar asielzoekers binnen acht dagen te laten weten of ze mogen blijven of niet. Voor complexe gevallen duurt dit maximaal zes maanden, dat is al jaren zo. Vaak stapelen asielzoekers daarna procedure op procedure om hun uitzetting te vertragen. Dat ze daardoor jaren moeten wachten en problemen krijgen, is hun eigen verantwoordelijkheid. Ze blijven zelf en maken het zichzelf daarmee extra moeilijk. De overheid zegt dan ook altijd: doe dat nou niet en ga naar huis. Hoe sneller ze gaan, hoe beter dat voor iedereen is.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden