Geduld, techniek en trouw

De eisen die de koningin aan haar kleren stelt zijn hoog. Theresia Vreugdenhil, al veertig jaar haar ontwerpster, is minstens zo perfectionistisch....

Kijk eens hoe mooi', zegt Theresia Vreugdenhil, ter wijl ze een van haar plakboeken openslaat bij een krantenknipsel van de ondertrouw van prinses Beatrix en prins Claus. De 27-jarige kroonprinses draagt een rechtvallend mantelpak, gemaakt naar een model van Chanel. Onder het knipsel is, zoals bij bijna alle knipsels en foto's die Theresia Vreugdenhil heeft bewaard, een staaltje stof geplakt. Blauwe tweed, met een opgestikt ruitje van pailletten.

Het Chanel-pakje was een van de eerste outfits die de Amsterdamse couturier voor de prinses maakte, en Beatrix is haar altijd trouw gebleven. Haar vrijetijdskleren koopt ze zelf, de kleren waarmee ze in het openbaar verschijnt en die ze draagt op haar kantoor, zijn vrijwel altijd afkomstig van Vreugdenhil.

In dit koninklijke jubileumjaar viert ook zij twee jubilea. Theresia Vreugenhil, die als dertienjarige als naaister in de leer ging en jarenlang werkte bij Catharina Kruys veldt-de Mare, de grootmoeder van haar echtgenoot, begon vijftig jaar geleden haar eigen huis, Theresia Couture. Met Beatrix werkt ze dit jaar precies veertig jaar samen.

Voorzichtig

Theresia Vreugdenhil (75), of Threes, zoals ze wordt genoemd, is de meest mysterieuze couturier van Nederland. Ook al is haar naam onlosmakelijk verbonden aan die van haar beroemdste klant, over haarzelf is weinig bekend. Ze geeft al jaren geen shows meer, en ze verschijnt zelden in de pers. Het jubileumjaar is de reden dat ze bij hoge uitzondering een interview geeft, zij het uiterst voorzichtig. Ieder woord wordt ge wogen, iedere uitspraak die maar enigszins verkeerd zou kunnen worden opgevat ijlings teruggetrokken, geregeld op advies van haar dochters. 'Dat doet er toch eigenlijk niet helemaal toe, hoe je de koningin aanspreekt?'

Haar manier van werken is, zegt Vreugdenhil, op de eerste plaats een dienende. 'Op de persoon werken, zorgen dat iemand mooier wordt, d r gaat het om.' Anders dan de andere Nederlandse couturiers ontwerpt ze geen eigen collectie. Tot de jaren zeventig ging ze twee keer per jaar naar de coutureshows in Parijs. Zoals toen nog gebruikelijk was, maakte ze een keuze uit de ontwerpen van Dior, Balenciaga, Chanel, Jacques Fath en Yves Saint Laurent en kocht daarvan patronen of toiles, modellen uitgevoerd in ongebleekte katoen.

Een maand later presenteerde ze in wat nu haar woonkamer is haar aldus tot stand gekomen collectie. 'Max Heymans heeft eens gezegd: Ze zijn allemaal jaloers op Threes, omdat ze de enige is die het er precies zo kan uit laten zien als de Parijse couturiers', vertelt ze.

In de jaren zeventig begon ze met prêt-à-porter, waarnaast ze op kleine schaal altijd couture is blijven maken. Zonder Parijse couturepatronen, maar nog steeds naar buitenlands voorbeeld, en in samenspraak met haar klanten.

Kopmouwen

De besloten salon van Theresia Couture, sinds elf jaar gerund door dochters Magteld (46) en Saskia (44) bevindt zich in hetzelfde pand in de Amsterdamse Jan Luijken straat als waar de naamgever van het huis woont. In de winkel Theresia aan de overkant, verkoopt de familie Zwitserse, Amerikaanse en Italiaanse prêt-à-porter, en is het atelier.

Op de dag van onze eerste afspraak mag ik een korte blik naar binnen werpen. Aan een grote tafel zitten vier van haar tien personeelsleden met de hand te naaien - een gedeelte van de kleren wordt nog altijd met de hand in elkaar gezet. In een hoek hangt een serie kleren die de koningin tijdens de komende feestelijkheden zal dragen, op een pop een jasje in wording. Met zijn rechte schouders, kraagloze hals, rechte schouderlijn en zeven-achtste, enigszins uitlopende kopmouwen is het zo kenmerkend voor de eigen stijl van de koningin dat het bijna is alsof ze er zelf staat.

De koningin is duidelijk aanwezig in de twee panden. Behalve de kleren zijn er foto's, vele bedankbriefjes, cadeautjes als een zilveren schaal met het koninklijke wapen. Maar zelf komt ze er nooit. Alle afspraken hebben plaats in Huis ten Bosch.

Eenmaal per week rijdt Theresia Vreugdenhil met haar dochters en een coupeuse naar Den Haag. Ach ter in liggen, in een koffer, de ontwerpen die in de maak zijn. Er wordt gepast, en, in samenspraak met de kameniers, een planning gemaakt voor de komende periode; de lange jurk die de koningin komende Prinsjesdag zal dragen is al 'bedacht en besproken'. In het paleis is een naaikamer, waar ter plekke aanpassingen kunnen worden gedaan.

Zijn bij de meeste klanten drie of vier passingen voldoende, bij de koningin kan dat oplopen tot tien. 'Ze is een heel interessante klant, omdat ze precies weet wat ze wil', zegt Theresia Vreugdenhil. 'Ze is veeleisend en perfectionistisch. Maar dat is helemaal niet erg. Ze weet dat Theresia en haar team toch wel doorgaan tot het goed is.'

Zijden fond

Nu zijn de eisen die aan haar kleren worden gesteld ook hoog: haar kleren mogen niet kreuken, ze moeten zich goed houden in de wind, ze moet ermee in auto's en koetsen kunnen stappen en en ze moeten meteen goed zitten nadat ze daar weer uit is gestapt. Alle maatkleren worden daarom gemaakt op een zijden fond, een aansluitende onderjurk die zorgt dat alles perfect valt en blijft vallen; Vreugdenhil is de enige couturier in Nederland die deze methode nog toepast.

Een koningin wuift natuurlijk veel, en dan moet een mouw goed blijven zitten. Die moet niet strak zijn, maar er wel zo uitzien.

Ook de constante aanwezigheid van fotografen en cameraploegen heeft consequenties voor de garderobe van de koningin. Vroeger werd alleen tijdens vooraf geplande sessies gefotografeerd, nu kan ieder moment worden toegeslagen. 'Je moet dingen voor zijn', zegt dochter Magteld. 'Haar kleren worden daar om helemaal aangesloten gesneden. Dingen die bloezen kunnen dik maken als ze vanuit een verkeerde hoek worden gefotografeerd. En als ze kleren met een dessin draagt, moet dat van alle kanten perfect doorlopen.'

'Het kost heel, heel veel geduld', zegt haar moeder. 'Ik lig nog geregeld wakker van hoe ik dingen technisch moet oplossen. Iedere keer ben ik weer opgelucht dat het gelukt is. Er wordt zo gemakkelijk geroepen dat het stijf is, wat ze draagt, dat het allemaal heel anders moet. Het is haar stijl, en het is mijn stijl, het is een heel mooi gemaakte stijl. Het zijn kleren waarin ze zich goed voelt, die haar helpen. Ze moeten het zelf maar eens proberen, dan zien we wel hoe het eruit komt te zien.'

Inhuldigingsjurk

Hoogtepunt van de samenwerking is voor Vreugdenhil nog altijd de inhuldigingsjurk. Het idee kwam van Beatrix zelf: zij wilde onder de mantel een jurk met een mouw die mooi zou blijven als ze haar hand op zou steken voor het afleggen van de eed. Ter inspiratie had ze een afbeelding van een portret van de zestiende-eeuwse Eng el se koningin Anna Boleyn in een jurk met een dubbele mouw meegenomen.

Die mantel, naar verluidt een voor Juliana gemaakte replica van het origineel uit 1815, was er niet best aan toe. 'Hij had gewoon ergens in een doos gelegen.' Het fluweel was gekreukt en de rode kleur was doorgelopen in het bont. Met oud hermelijn werd de mantel gerestaureerd, om kleurverschil te voorkomen.

Aan de binnenkant bevestigde 'rugzakbanden' zorgden ervoor dat hij op zijn plaats bleef. De mouwen van de jurk, van in hermelijnkleur ingeverfde zijde, waren van boven strak, en liepen wijd en klokkend uit.

Daaronder zat de tweede mouw. Eveneens wijd, maar voorzien van platgestikte plooien, die bij de pols met een bies bij elkaar werden gehouden. Vreugdenhil: 'Toen haar arm omhoog ging, viel de bovenmouw er als een cirkel overheen. Het was helemaal goed en helemaal mooi.'

Prinses Beatrix was aanvankelijk klant bij Lien Bergé van Maison Linette in Den Bosch, de vaste couturier van haar moeder, aan wie ook de trouwjurk was toegekend.

Via een van Juliana's vriendinnen, Gillia Frowein-Wolff Metternich, kwam ze begin 1965 bij de veel jongere Theresia terecht. 'Zij was een heel fijne, chique klant van mij, en Beatrix had haar gevraagd waar ze haar kleren kocht.'

Vreugdenhil kreeg een telefoontje van Dra ken steyn, met het verzoek of ze haar collectie op kon sturen. 'Ik zei: dat doe ik niet. Zo'n collectie moet je begeleiden.' En dus reisde ze, met haar nieuwste collectie, een mannequin en een kleedster af naar het kasteel en gaf daar een klein showtje.

Eng? Welnee. 'Ik dacht natuurlijk wel: zou ze het mooi vinden? Maar om daar nou zenuwachtig van te worden? Zo zit ik gewoon niet in elkaar. Ik kijk niet zo snel op van iets. Jij valt misschien flauw voor de koningin, maar het is gewoon een vrouw met een bepaalde functie. Het klikte, en het is altijd blijven klikken tussen ons. Ik ben geen ja-knikker, en ook zij schiet weleens uit haar slof, net zoals wij allemaal, maar dat is heel gewoon. En het was vanaf het begin duidelijk dat we op een lijn zaten.'

Strakke lijnen

In de eerste jaren dat ze klant was bij Theresia couture droeg Beatrix nette, modieuze kleren. Mouwloze jurkjes, blouses, rechte jassen, een wit mantelpakje met zwart-witte noppen en een bijpassend sjaaltje, een zijden cocktailjurk met dunne bandjes die haar schouders bloot lieten. Kleren die iedere andere representatieve jonge vrouw in die tijd had kunnen dragen.

Pas na haar inhuldiging ontwikkelde zich de typische Beatrix-stijl. Strakke lijnen, 'niet zo overdreven allemaal', maar toch monumentaal, en bijna gebeeldhouwd van vorm. De koningin denkt als een beeldhouwer, zegt Theresia Vreugdenhil. 'Soms wil ze ergens een stuk af en dan zeg ik: dat kan bij een beeld, niet bij een jurk.'

Beatrix houdt van van wijde rokken, klokkende jassen, opstaande boothalzen, de eerdergenoemde, iets te korte mouwen. Maar de kledingstukken die haar misschien wel het meest doen onderscheiden van de mensen om haar heen, zijn haar hoeden, die worden gemaakt door Suzanne Moulijn of een van de kameniers.

En dan is er natuurlijk haar haar, dat opgekamde, gelakte, door de Fransman Alexandre de Paris bedachte kapsel dat in de loop der jaren geëvo lueerd is, maar nooit wezenlijk veranderd.

'De koningin', vat de couturier samen, 'kleedt zich als een koningin.' En dat is minder een open deur dan je op het eerste gezicht zou zeggen - het is een hele breuk met de stijl van haar moeder, die er het liefst uitzag als een gewone mevrouw.'Beatrix is ook de eerste met een eigen stijl.'

Het zou de kroning kunnen zijn geweest die de omslag bracht, maar ook het tijdperk waarin ze aantrad werkte mee. De jaren tachtig waren de jaren van de grote, aanwezige vormen.

In het boek Kleren voor de elite van Dieuwke Grijpma, door wie Theresia Vreugdenhil zich voor het eerst liet interviewen, staat beschreven hoe de koningin in 1981 voor het eerst aan de schoudervullingen ging. Aanvanke lijk stond ze er aarzelend tegenover, omdat ze van zichzelf al hoge, rechte schouders heeft, maar ze ontdekte dat een brede schouder heupen smaller doet lijken. En, zegt Vreugdenhil in het boek: 'De koningin herkende zichzelf in het silhouet. Als prinses was ze de dochter van de baas geweest, nu was ze zelf de baas, en dat bracht ze op deze manier tot uitdrukking.'

Beatrix is het silhouet lang nadat het uit de mode was geraakt, trouw gebleven. Zelfs nu hebben haar schouders nog een accent, zij het veel bescheidener: een kopmouw en kleine vullinkjes. Vreugdenhil: 'Het is een misverstand dat ze nog altijd van die enorme schoudervullingen draagt. Je moet niet vergeten: ze staat ook heel recht, ze heeft een mooie rechte rug.'

Frivoliteit

Een koningin staat boven de mode, maar dat wil niet zeggen dat de koningin niet van mode houdt. Ze leest modebladen, bekijkt video's van modeshows en neemt geregeld knipsels mee. In het verleden was Theresia Vreugdenhil zelf ook weleens van mening dat de hang naar perfectionisme ten koste ging van de valling van de kleren, maar de smaak van de koningin heeft zich mee-ontwikkeld met de mode.

Tegenwoordig zijn haar kleren versierd met 'frilletjes en ruches', zoals Saskia het uitdrukt, en draagt ze lichtere stoffen en pumps met open hielen. 'Je ziet de frivoliteit van de mode van nu duidelijk terug in haar garderobe', zegt Saskia. 'De koningin is op haar manier een heel modieuze vrouw.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden