Geduld, ijver en samenwerking

Na de matige verrichtingen op het Grand Slam-toernooi van Roland Garros rees meteen weer de bijna jaarlijks terugkerende bezorgheid over de toestand van het Nederlandse toptennis....

ALLE OPHEF over het schrijnende gebrek aan opvolging in de tenniswereld doet Hans Felius niet schrikken. De bondscoach bij de vrouwen, sinds december ook coördinator toptennis van de KNLTB, had de donkere bui voorzien toen hij in december '98 aantrad. Bovendien heeft hij in zijn leven wel zwaardere aanvallen te verwerken gehad.

In zijn Israëlische trainersjaren onderging de Zeeuw de gevaren van de Golfoorlog. Verblijf in de schuilkelders was wegens laaghangende gassen te riskant. De raketaanvallen van Irak moesten in Tel Aviv worden doorstaan in hermetisch dichtgeplakte kamers, op de hogere verdiepingen van de gebouwen.

'Tweeëndertig keer zijn we in zo'n kamer gekropen en dan hoorde je de scuds overkomen. Maar na een paar keer hadden we weinig vrees meer voor de precisie van die wapens en werden we er laconiek onder. Achteraf ten onrechte overigens.'

Aan het verlaten van het land dacht tenniscoach Felius geen moment: hij is geen wegloper. Hij is loyaal aan de gestelde doelen in zijn leven. Op die manier springt hij ook om met de heropbouw van het Nederlands tennis.

'We hebben elkaar altijd voorgehouden dat deze momenten vroeg of laat zouden komen. Het spanningsveld waar nu over wordt geschreven kende ik twee jaar geleden al. Als je als Nederlands tennis een slecht Roland Garros hebt gehad, dan is in de dagen voor Wimbledon de eerste vraag van iedere journalist: hoe staat het met de opvolging?

'En de volgende is: wat gebeurt er eigenlijk bij die bond? Collega Michiel Schapers en de bestuursleden weten dat ook. We hebben steeds tegen elkaar gezegd: we moeten gewoon keihard doorwerken en ons hier doorheen bijten. Bij de jeugd liggen voor ons nu de bewijzen dat we op de goede weg zijn.'

Felius begon eind '98 niet aan de gemakkelijkste klus van zijn leven. 'Ik wist vooraf dat ik me een hoop ellende op de hals zou halen.' Dat er in Nederland in de talentopleiding een 'gat' lag, had hij al gezien toen hij nog voor Israël en Oostenrijk werkzaam was.

'Ik heb in de jaren '86-'89 voor Stanley Franker gewerkt, bij deze bond. In die periode was ik met de jeugd veertig weken per jaar onderweg. We waren met een groepje dag en nacht bezig en wonnen bijna alles, Europese jeugdkampioenschappen, teamcups, ITF-toernooien. Op grond van mijn werk in die periode ben ik gevraagd om in Israël te komen werken en daar een opleidingssysteem op te zetten.'

Felius ging voor zijn nieuwe baas en met pupillen als Smashnova en Levy dezelfde toernooien aflopen als hij met Nederlandse talenten had gedaan. 'In het begin zag ik nog veel Nederlanders, maar op een gegeven moment hield dat op. Ze kwalificeerden zich niet meer voor de finales van de teamtoernooien. Peter Wessels en Raemon Sluiter vormden de laatste generatie die dat wel presteerde.'

'Mijn eerste vraag in '98, toen ik met de mensen van de KNLTB in gesprek kwam, was dan ook: waar is jullie jeugd eigenlijk? Ze spelen niet veel internationaal, zeiden Schapers en Otten, dus kun je ze ook niet zien.'

De afgenomen reislust en magere toernooi-ervaring richtten in die jaren forse schade aan in de opbouw van het nationale toptennis. 'We hebben een paar generaties gemist. Er is een groot gat.' Onder Felius, Schapers en De Jong, het technische drietal van de KNLTB, werd in '99 begonnen met de restauratie van de jeugdopleiding.

Dat geldt als een lange termijnproject. 'Binnen vijf jaar moet je bij de meisjes resultaat gaan zien, hebben we toen gezegd. Bij de jongens duurt het wat langer. Tien jaar is het maximum. Anders hebben we het niet goed gedaan. Onze uitdaging is dat er op de lange duur niet wordt gezegd: dat Nederlandse tennis had eind vorige eeuw een paar leuke uitschieters, maar het heeft daarna nooit meer iets voorgesteld.'

Het inspirerende voorbeeld voor de lange termijn-visie komt van de buren, van de Belgen, waar de centrale instituten wereldtoppers Kim Clijsters en Justine Henin hebben voortgebracht. Felius, zonder spoortje van jaloezie, verhaalt van vroeger tijden, toen de Belgen poolshoogte kwamen nemen in Nederland.

'Hun technische mensen zijn in de jaren tachtig vaak bij ons komen kijken. Zij hadden bijna niemand. Ze wilden kijken hoe wij dat nou deden. Waarom kan dat in Nederland wel en in België niet? In '99 hebben we, bij het begin van mijn werk hier, de reis in omgekeerde richting afgelegd.'

De conclusie van Van Aken na Nederlandse bezoekjes was ooit geweest om met heel jonge kinderen, van negen jaar, te gaan werken in een fulltime opzet, op een centrale plek. 'Dat heeft daar gewerkt. De successen van de Belgen zijn natuurlijk fantastisch. Wij hebben in ons stappenplan gezegd: wij moeten ook weer centraal gaan werken.'

Dat werden de zaterdagse trainingsdagen, 's winters in Almere en zomers op Papendal. 'Iedereen is daar welkom, of het talent nou van een vereniging, een privé-trainer of een bondsopleiding komt.'

Aan een centraal instituut, naar het voorbeeld van het Belgische Tennis & Studie in Wilrijk, wordt nog niet gedacht. Wel zijn er - naast de hoop op dat ene absolute talent dat plots aangetroffen wordt - ideeën over langdurige trainingskampen op het nieuwe nationale trainingscentrum dat op Papendal moet verrijzen.

'De opvattingen over een internaat liggen in Nederland iets anders dan in België. Wij hebben de goede, erkende tennisscholen. Bij ons is de noodzaak veel geringer om kinderen in een internaat te stoppen, al zal dat voor jonge spelers die veraf wonen, in Groningen, Zeeland of Limburg, straks wel gaan gebeuren.'

De eerste fase van het meerjarenplan van de bond, onder de titels Continu en Samen aan de Top, is naar algemeen inzicht het veranderde reisbeleid. 'Kinderen vanaf twaalf jaar laten we nu internationaal spelen, stap één. Onder Franker was het idee gegroeid te wachten tot ze zestien jaar zijn, maar gebleken is dat die kinderen dan niet genoeg wapens en ervaring hebben om de stap te maken.

'We werken het internationale wedstrijdprogramma van de ITF af, om spelers op de jeugd-Grand Slams te krijgen. Daar heb je echter rankingpunten voor nodig. Dat systeem werkt nu. Op Wimbledon hebben we één jongen, Bart de Gier, en drie meisjes, Sylvana Bauer, Michelle Gerards en Dominique van Boekel.'

De gulden wet uit de tennisopleiding is dat meisjes en jongens uit de top van de jeugdranglijsten snel, binnen twee jaar, 'hun draai' vinden in het proftennis. Zes van de tien spelers uit de jeugd toptien halen die tophonderd is een vuistregel.

Voor werkelijke topposities van Nederlandse jeugdigen moet echter naar jongere categorieën gekeken worden, naar Sylvana Bauer (15) of Lisanne Balk (14), of zelfs naar de jongste tieners als Michaela Krajicek ('heeft vorig jaar alles gewonnen onder 12') en Stephanie Herz (een 11-jarige die een volledige Amerikaanse opleiding geniet bij Bollettieri en IMG). 'Geduld, ijver en samenwerking', zo predikt Felius zijn credo.

Er zijn meerdere wegen die in het tennis naar Wimbledon, Parijs, New York of Melbourne leiden. Er is, zo onderkennen Felius en zijn technische leiders, het traject der laatbloeiers zoals Paul Haarhuis, Michiel Schapers en Manon Bollegraf die ooit bewandelden. Een scherp oog van de kenner moet uitkomst brengen.

'Van Haarhuis kon je in de jeugd niet inschatten dat hij als 23-jarige zo goed zou worden. Maar als je al die mensen van wie je denkt dat ze later best nog goed kunnen worden, een plaats in je systeem moet gaan geven, dan heb je miljarden nodig. Van Pauls niveau waren er in zijn generatie wel twintig. Alleen de Grand Slam-landen, Verenigde Staten, Australië, Groot-Brittannië en Frankrijk, plus Duitsland hebben de mogelijkheid extra veel geld in de opleiding te steken. Wij moeten altijd selectief te werk gaan.'

Meer dan voorheen wordt nu op mentaliteit geselecteerd. Een toptalent als Sylvana Bauer kreeg een speelverbod voor Roland Garros, omdat ze zich niet aan de afgesproken regels had gehouden. 'Zo werken we aan discipline. Ze moet leren wat kan en mag.'

De grootste talenten halen het vaak niet, de roem is steeds meer aan de doorzetters. Daarom houdt Felius namens de bond ook afgedwaalden in het oog, speelsters die in eigen land niet goed genoeg zijn bevonden en via een buitenlandse sluiproute toch de tophonderd proberen te halen.

'Die kinderen hebben iets bijzonders. Talita de Groot traint bij Bruguera in Spanje, meisje Tiloca bij Eric van Harpen in Mallorca, Tsippy Waterman bij Rick Macy. Ze willen kost wat kost proftennisser worden. Als iemand die instelling heeft, dan ben ik geïnteresseerd.'

De kennispool van de tennisbond moet de komende jaren serieus worden uitgebreid. Als de nieuwe talenten de internationale tour-programma's moeten gaan afwerken, dan zullen er privé-coaches mee moeten. De bond heeft daar onvoldoende mensen voor.

In de bundeling van alle krachten past de sterk verbeterde samenwerking met die grote tennisscholen en straks het aantrekken van oud-spelers. De kennis van toppers als Krajicek en Siemerink mag niet door de gootsteen verdwijnen.

'Dat is absoluut de weg die we moeten kiezen. We zitten midden in gesprekken met Richard en Jan. We hebben ooit Tom Okker als Davis Cup-captain gehad en Betty Stöve heeft met Kristie Boogert gewerkt. We moeten dat opnieuw organiseren.'

De oud-toppers zouden zich kunnen bemoeien met scouting of met begeleiding van beginnende profs. Felius en zijn mensen kunnen dat niet meer aan. 'Ik ben acht maanden per jaar onderweg. Ik reis met Oremans en Boogert, al wordt dat steeds minder, en met Bauer en De Gier. Ik coach Mariëlle Hoogland bij haar intrede in het circuit. Ik volg de veertienjarigen, ik wil weten hoe we ervoor staan. Ik reis me inderdaad te pletter, maar dat hoort bij deze job.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden