Gedreven meester van het special effect

Van reuzenapen tot slangen op het hoofd van Medusa; animator Ray Harryhausen maakte het mogelijk.

Hij genoot ervan om te pochten dat hij Washington, San Francisco en New York in puin had gelegd. 'Ik verniel graag op grote schaal', zei animator en producer Ray Harryhausen, die afgelopen dinsdag op 92-jarige leeftijd in zijn woonplaats Londen overleed. Met zijn destructieve dinosaurussen, reuzenkrabben en andersoortige monsters verwierf Harryhausen een legendarische status bij vakgenoten, en beïnvloedde hij vele filmmakers na hem, van Tim Burton tot Peter Jackson.


De in 1920 geboren Harryhausen gold als de koning van de zogenaamde stopmotiontechniek, waarbij de ledematen van zo'n dinosauruspop filmbeeld voor filmbeeld handmatig verschoven worden, zodat tijdens projectie een vloeiende beweging ontstaat. Hij raakte verslingerd aan het procedé toen hij als 13-jarige King Kong (Merian C. Cooper en Ernest B. Schoedsack, 1933) zag.


Willis O'Briens animaties van de reuzenaap lieten hem naar eigen zeggen verbaasd en bezeten achter, waarna hij met een geleende camera en kleipoppetjes prompt zelf begon te experimenteren. Toen hij O'Brien het eindresultaat van zijn geknutsel toonde, vond deze de bewegingen echter te stijf en doods. Op O'Briens advies ging Harryhausen anatomie studeren, wat al snel zijn vruchten afwierp: als assistent van George Pal werkte Harryhausen mee aan diens wereldberoemde Puppetoon-filmpjes, terwijl hij ook succes oogstte met zijn eigen sprookjesanimaties. Toen hij met O'Brien een nieuwe reuzenaap tot leven wekte in Coopers Mighty Joe Young (1949), wonnen ze er een Academy Award voor beste speciale effecten mee.


Harryhausen bleef zijn tot Dynamation omgedoopte animatiemethode verfijnen, tot niemand anders monsters zo levensecht door een filmdecor kon laten stampen als hij. Bijzonder was de secure, precieze manier waarop hij de techniek toepaste. Het handvol scènes dat een allosaurus amok loopt te maken in de monsterwestern Valley of Gwangi (Jim O'Connolly, 1969), kostte Harryhausen vijf maanden priegelwerk. Die ijver betaalt zich nog steeds uit; ook al komen zulke stopmotioneffecten tegenwoordig al snel verouderd over, het blijft indrukwekkend om in Clash of the Titans (Desmond Davis, 1981) alle slangen op Medusa's hoofd afzonderlijk te zien krioelen.


Minstens zo mooi zijn de rammelende skeletsoldaten uit Jason and the Argonauts (Don Chaffey, 1963) en de ontelbare fantasiewezens die Harryhausen voor de drie door hemzelf geschreven Sinbadfilms schiep. Fantasievolle brouwsels uit Griekse, Arabische, Indiase en Noorse mythologie zijn het, die met elke kniekik en happende kaak bewijzen dat ook een animator een echte auteur kan zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.