Gedreven creatieveling zet eigen zin door in zorgsector

Na een zware ziekte in zijn jeugd wilde hij arts worden. Maar het liep anders. Het werden een rechtenstudie en de politiek....

Toen Roger van Boxtel net bij zorgverzekeraar Menzis werkte, werd het jaarlijkse managementberaad op Terschelling gehouden. Alle leidinggevenden hadden onderweg nog druk de stukken zitten voorbereiden. Van Boxtel kwam een boot later. Bestuursvoorzitter Henk Schildkamp vroeg hem wat hij tijdens de oversteek had gedaan. Van Boxtel had een gedicht geschreven. Schildkamp: ‘En nog een echt gedicht ook, niet een poginkje of zo.’

Zo’n druk bestaan en dan ook nog tijd vinden voor poëzie. Voor de nieuwste boeken. En voor muziek. Schildkamp begrijpt er niets van. ‘Die man heeft het vermogen zo intens te leven dat je er als omstander wel eens stil van wordt.’

In de tijd dat Van Boxtel, halverwege de jaren negentig, in de Tweede Kamer namens D66 de zorgportefeuille beheerde, belde hij Schildkamp en diens collega-zorgverzekeraar Eelke van der Veen geregeld op met vragen over financiële kwesties. Jaren later, toen Van Boxtel net minister-af was, vroeg Schildkamp hem als zijn opvolger bij Menzis. Daarmee was hij bestuursvoorzitter Van der Veen van Agis net voor. ‘Ik baalde toen hij opeens bij Menzis werd binnengehaald’, zegt Van der Veen, terugblikkend. ‘Ook ik had aan hem gedacht als mogelijke opvolger.’

Begin deze maand kwamen de twee alsnog bij elkaar uit toen Menzis, Agis en Delta Lloyd hun fusieplannen bekend maakten.

Het was Van der Veen die drie maanden daarvoor Van Boxtel had benaderd over samenwerking. ‘Een telefoontje op donderdagavond. Zulke zaken regel je natuurlijk niet per brief. Hij draalde niet. En terecht. In de huidige zorgmarkt is er weinig gelegenheid om te treuzelen. Zo hebben we in korte tijd een droomcombinatie gesmeed.’

Van Boxtel wordt de topman van de nieuwe zorgverzekeraar, die met vier miljoen klanten de op een na grootste van Nederland wordt. Het zal hem ongetwijfeld verder doen opstomen in de tophonderd van medische machthebbers die het vakblad MedNet jaarlijks publiceert. Dit jaar bezet hij plaats 28; twee jaar geleden kwam hij nieuw binnen op 49.

Het lijkt een logisch carrièrepad voor de man die door zijn omgeving wordt omschreven als ambitieus, zeer gedreven en pragmatisch, maar ook als (soms) ijdel, ongeduldig, solistisch, opportunistisch.

De medische wereld intrigeert hem sinds hij als 13-jarige jongen maandenlang met een beenmergontsteking in het Amsterdamse Lucas Ziekenhuis lag en daar zeer betrokken artsen tegenkwam. Hij wilde dokter worden, deed, ondanks zijn gebrekkige talent voor exacte vakken, hbs-B maar realiseerde zich na twee jaar medicijnenstudie dat vakken als biochemie en natuurkunde hem echt niet lagen.

Na zijn studie rechten werkte hij onder meer anderhalf jaar als interim-manager bij een zorgverzekeraar, reden voor D66 om Van Boxtel tot woordvoerder gezondheidszorg te benoemen toen hij in 1994 in de Tweede Kamer kwam.

Hij droeg bij aan de voorbereiding van de euthanasiewet. Op zijn initiatief kwam wetgeving tot stand over medische keuringen en over de positie van zelfstandigen in het ziekenfonds. Ook privé is de zorg een voortdurend gespreksonderwerp: zijn vrouw, die hij leerde kennen tijdens zijn studie geneeskunde, is reumatoloog.

De politiek maakte een voortijdig einde aan zijn tweede droomcarrière, die van journalist. Drie jaar lang had hij een bijbaantje op de sportredactie van de Volkskrant waar hij op zondagavond wedstrijdverslagen van het amateurvoetbal moest schrijven op basis van telefoontjes met beide trainers.

Ben de Graaf, toenmalig chef sport, noemt hem na enig peinzen ‘geen hoogvlieger’. Maar: ‘Wel lekker eigenwijs, zoals elke beginnende journalist.’ Een keer moest De Graaf de jonge Van Boxtel op het matje roepen, omdat hij voor zijn stukje over de wedstrijd DRC-JOS slechts één trainer had weten te bereiken. Het verslag was daardoor nogal gekleurd; de week erna lag er een stapel boze brieven.

Nachtelijke discussies met grootheden als Ton Sijbrands en Jan Hein Donner, en dan om half drie naar huis met een verse krant onder de arm; het maakte dat Van Boxtel zijn hart verpandde aan de journalistiek. Totdat hij op de universiteit D66-lijsttrekker Gerrit Jan Wolffensperger tegenkwam, die hem vroeg de perscontacten voor hem te regelen. Hij werd lid van het hoofdbestuur van de partij en kandideerde zich uiteindelijk, na jaren van organisatieadvieswerk, voor de Haagse politiek.

Daar groeide hij samen met Thom de Graaf al snel uit tot de belofte van D66. ‘De krullenjongens’ werden ze genoemd: De Graaf de ingetogene, Van Boxtel emotioneler. Of, zoals oud-minister Els Borst memoreert: ‘Thom was meer de jonge staatsman in wording, Roger het straatvechtertje. Ze gingen er vaak samen op af: Roger zei het dan scherp, en dan kwam Thom erachteraan voor de nuance.’

Hun vriendschap overleefde de ambities en de onderlinge concurrentie die in de politiek vrijwel iedere persoonlijke relatie vermoordt, zegt De Graaf. ‘We zagen elkaar een keer per week om bij te praten. Dat werkte voortreffelijk. We bleven toch de twee katholieke jongens, samen in de politiek.’

Pijnlijk was zijn nederlaag in hun gezamenlijke strijd om het fractievoorzitterschap, eind 1997. De Graaf won nipt. Borst herinnert zich de avond waarop de uitslag bekend werd gemaakt. ‘Ik holde tussen hen twee heen en weer. Het was voor Roger een gevoelige klap.’

Negen jaar later deed het zieltogende D66 alsnog een groot beroep op hem om lijsttrekker te worden. Dat hij heeft geweigerd, noemt Borst begrijpelijk: ‘Hij is een ander pad ingeslagen.’

Slagvaardig is hij gebleven, heeft ze gemerkt. Vlak na zijn aantreden als bestuursvoorzitter bij Menzis begon hij een gevecht tegen de farmaceutische industrie. Hij gaf huisartsen vergoedingen als zij goedwerkende maar goedkopere medicijnen voorschreven. Als Kamerlid had hij zich al opgewonden over de vele miljarden die bij fabrikanten en apothekers bleven hangen.

Patiënten, huisartsen, fabrikanten en apothekers spanden rechtszaken tegen Menzis aan. Borst, voorzitter van de federatie van kankerpatiëntenverenigingen, wilde ondanks aandringen van sommige leden, niet meedoen aan de rechtsgang. ‘Ik vond dat hij groot gelijk had.’

De juridische strijd heeft de verstandhouding met zijn tegenstrevers niet bekoeld. ‘Hij is een geduchte tegenstander’, zegt Marga van Weelden, voorzitter van apothekersorganisatie KNMP, ‘maar dat betekent niet dat we niet samen door een deur kunnen.’ Ze noemt hem ‘een effectief bestuurder’, iemand die altijd de juiste woorden vindt, die overal een vinger in de pap heeft. Gesprekken met hem zijn altijd zinvol, zegt ze, ook als de meningen ver uiteenlopen.

Hij luistert goed en neemt iedereen serieus, erkent Mieke Ansems, persoonlijk medewerker van Van Boxtel tijdens diens ministerschap. Maar hij kan ook ongedurig worden als anderen zijn tempo niet kunnen bijhouden, weet ze.

Van Boxtel was een enthousiaste maar veeleisende baas, zegt Ansems. ‘Het liefst zag hij dat we 24 uur per dag beschikbaar waren. Hij belde me een keer gepikeerd op vrijdagavond om half elf met de vraag waar ik uithing en waarom ik iets niet had gedaan. Mijn uitleg pikte hij dan weer wel zonder verder probleem.’

‘Een onbekommerd Amsterdams straatschoffie’, noemt Thom de Graaf hem en Ansems vindt dat een rake typering. ‘Hij is ongecompliceerd, recht voor z'n raap, zonder trucjes, maar ook verschrikkelijk eigenwijs en ongeduldig. De dingen moesten vaak op zijn manier gebeuren.’ Niet iemand die rust uitstraalt, aldus De Graaf. ‘Daarvoor zijn anderen om hem heen nodig. Maar dat weet hij zelf ook.’

Als hij iets op zijn lever had, zei hij dat in niet mis te verstane woorden, herinnert Ansems zich. ‘Dat was hard, maar tegelijkertijd ook prettig omdat je wist wat je aan hem had.’ Oud-minister Borst: ‘Hij kan flink tekeer gaan, maar kan ook snel vergeven en vergeten. Een makkelijk mens, in dat opzicht.’

Gemakkelijk in de omgang ook, zegt advocaat Karen van Aalst, studiegenoot en al dertig jaar met hem bevriend. Jarenlang speelden ze samen competitietennis en als het team ’s morgens vroeg duf in de kantine zat, werd Van Boxtel er vaak op uit gestuurd. ‘Hij ging dan alvast kennismaken met de tegenstander, kwam na een halfuur terug en wist alles. Hij benadert iedereen op dezelfde manier, praat net zo moeiteloos met de portier als met de directeur.’

Gedreven, zegt Van Aalst, is hij in alles: ook het potje Triviant tijdens de wintersportvakantie wil hij per se winnen. ‘Dat gebeurt ook altijd want hij weet zo veel over popmuziek, over sport, inclusief de bijbehorende jaartallen en hij kan zo een boek navertellen dat hij vijftien jaar geleden heeft gelezen.’

Ansems zegt dat die brede ontwikkeling voor zijn directe werknemers soms lastig was: ‘Hij had altijd de mooiste wedstrijd gezien, het nieuwste boek gelezen. Hij was overal al geweest, had alles al meegemaakt.’

Na vier jaar ministerschap koos hij voor een baan in de luwte – op verzoek van zijn gezin, dat het steeds moeilijker kreeg met zijn voortdurende afwezigheid. Voor zijn vrouw verhuisde hij in de jaren tachtig wel naar Gorinchem, waar ze een baan in het ziekenhuis kon krijgen. Vooraf had hij met de passer een cirkel om Amsterdam getrokken; helemaal naar de periferie wilde hij niet.

Toen de verhuiswagen over de Utrechtsebrug reed, moest hij huilen, zo verknocht was hij aan Amsterdam, de stad waar hij als 8-jarig jongetje vanuit Tilburg terechtkwam. Later noemde hij die periode op de lagere school voor de grap wel eens zijn eigen inburgering: hij raakte er in recordtijd zijn zachte g kwijt.

Zijn Bourgondische inslag bleef. ‘Een echte Brabander’, zegt oud-minister Borst: ‘Hoe moe ook, na afloop van een partijcongres altijd even de beentjes van de vloer.’

Hij is altijd de gangmaker, zegt studievriendin Van Aalst. ‘Hij houdt van aandacht, heeft graag veel mensen om zich heen.’

Beroemd is zijn act van de vieze man, compleet met groezelige regenjas en plat Haags accent. Borst herinnert zich zijn optreden bij het afscheid van Tweede-Kamerlid Louise Groenman, waarbij collega-Kamerlid Jan van Walsem de rol van Dirk speelde. ‘Als hij zijn best doet, kan hij er tamelijk sjofel uitzien. En hij toont snel vermoeid dus hij heeft weinig schmink nodig. Hij gooit zich helemaal in die rol. Dan kan hij er zelfs onbetrouwbaar bij kijken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden