Gedoopt in een zinken bak met water in het kamp

Adolf Hitler eiste dat ze hun ‘dwaalleer’ zouden afzweren. De Jehova’s trokken zich echter weinig aan van het nazi-regime....

Van onze verslaggever Peter de Graaf

Toen Jehova’s getuige Jo Wildschut in 1943 in Kamp Vught werd opgesloten, voelde ze zich vreemd genoeg gelukkig, ondanks alle ontberingen. ‘In de bijbel staat dat Jezus zelf zei dat eenieder die hem zou navolgen, zelf ook vervolgd zou worden. Ik wist dat ik op de goede weg zat. De profeten werden ook vreselijk vervolgd. Als zij het konden verduren, dan kon ik het ook.’

Wildschut (86) opende dinsdag in Kamp Vught, samen met geloofsgenoot Joop van de Haar (85), een expositie over de vervolging van Jehova’s getuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Beiden zaten destijds gevangen in het concentratiekamp van de SS. ‘Dat ook de Jehova’s stelselmatig zijn vervolgd door de nazi’s, is voor velen totaal onbekend’, aldus directeur Jeroen van den Eijnde van Nationaal Monument Kamp Vught.

Hitler eiste dat de Jehova’s, die zich vanuit hun diepste geloofsovertuiging verzetten tegen het totalitaire nationaal-socialistische systeem, hun ‘dwaalleer’ zouden afzweren. De Jehova’s weigerden Heil Hitler te zeggen, omdat ze alle heil alleen van de Heer verwachtten. Ze weigerden de nazi-vlag te groeten, in dienst te gaan of voor de oorlogsindustrie te werken. In hun publicaties werd openlijk kritiek geleverd op het nazi-regime.

Na de Duitse inval in 1940 werd ook in Nederland de ‘Vereniging van Bijbelvorsers’ verboden. Maar de Jehova’s trokken zich daar weinig van aan. Ze bleven ondergronds erediensten bijwonen. Ook bleven ze, met iets meer voorzichtigheid dan voorheen, van deur tot deur gaan. Hun aanhang nam tijdens oorlogstijd zelfs fors toe, van vijfhonderd leden in 1940 tot ruim drieduizend medio 1945. ‘Ze groeiden tegen de verdrukking in’, aldus Van den Eijnde.

Tussen 1940 en 1945 werden ruim vijfhonderd Nederlandse Jehova’s getuigen gearresteerd. Het merendeel werd, onder meer via Vught, gedeporteerd naar concentratiekampen als Ravensbrück en Sachsenhausen. Ruim 130 van hen kwamen om door mishandeling, ziekte en ontberingen.

Jo Wildschut werd in Capelle aan den IJssel samen met een vriendin opgepakt omdat ze ondanks het nazi-verbod bleef doorgaan met de verkondiging van Jehova van deur tot deur. Ze waren verraden door een NSB’er, bij wie de vriendin had aangebeld. Ook in Vught bleef Wildschut doorgaan met evangelisatiewerk. ‘We verdeelden de barak in tweeën. Mijn vriendin deed de ene helft en ik ging in de andere helft van bed tot bed.’ Een bijbel werd verstopt in een brood het kamp binnengesmokkeld.

Van de Haar kwam als verzetsstrijder in Vught terecht, waar hij enkele Jehova’s leerde kennen. ‘Bij hen kon ik met al mijn vragen terecht en met de bijbel in de hand konden ze die ook allemaal beantwoorden. Na zes weken zei ik tegen de broeders, tussen twee barakken in: als ik thuis was geweest, had ik me laten dopen.’ Dus werd Van de Haar in het kamp gedoopt, ondergedompeld in een zinken bak met water, terwijl de SS-bewakers naar een film in de bioscoopzaal keken.

De bejaarde man is blij met de expositie in Vught: ‘Het is goed dat ons verhaal eens wordt verteld. Dit is al zo lang verzwegen.’ Jo Wildschut is ondanks haar hoge leeftijd nog steeds actief getuige: ‘Ik ga niet meer van deur tot deur, maar doe het door de telefoon. Laatst had ik nog goed contact met iemand in Australië. Prediken blijft het belangrijkste in ons leven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden