Gedoogkabinet krijgt hete adem strafrecht in nek

Zodra mensen bekleed zijn met overheidsgezag, dreigt het misbruik. Tegen dat misbruik moet de burger worden beschermd. De burger moet immers onvoorwaardelijk vertrouwen kunnen stellen in de onkreukbaarheid van het gezag....

Nu de formatieonderhandelingen tussen de VVD, het CDA en de PVV vorderen, blijkt dit vertrouwen af te nemen. Vooral bij het CDA. De zogeheten ‘leunstoelgeneratie’, onder aanvoering van oud-premier Dries van Agt, en de oud-ministers Frans Andriessen en Hans van den Broek, heeft onomwonden opgeroepen tot het zich distantiëren van de PVV.

De commotie is begrijpelijk en invoelbaar. De strijdwijze verbaast echter. Vooral van de scherpzinnige jurist Van Agt, ooit minister van Justitie, had ik verwacht dat hij indringend zou wijzen op de strafrechtelijke mogelijkheden om het dreigend onrecht waartegen hij zich keert aan te pakken. In artikel 355 Wetboek van Strafrecht is toch het ambtsmisdrijf opgenomen van ministers die ongrondwettige handelingen plegen. Volgens deze wettelijke bepaling riskeert een minister die een besluit neemt of bevelen geeft waarvan hij weet dat daardoor de Grondwet of andere wetten worden geschonden een gevangenisstraf van drie jaren.

Hetzelfde risico loopt een minister als hij zelfs opzettelijk nalaat uitvoering te geven aan bepalingen van de Grondwet of andere wetten, voor zover die uitvoering wegens de aard van het onderwerp tot zijn ministerie behoort.

Ziehier hoe de wetgever een kader heeft geschapen om misbruik tegen te gaan van overheidsgezag of grondwettelijke erosie in de uitoefening van het ministeriële ambt. Weliswaar is strafrechtelijk ingrijpen eerst mogelijk nadat de verfoeide gedoogregering is aangetreden en een minister in de fout is gegaan, maar enig vertrouwen op de preventieve werking van het strafrecht is op zijn plaats.

In een democratische rechtsstaat staat dan ook de rechtsstatelijke weg volledig open. De enkele omstandigheid dat zelfs na een aansporing in het parlement bij de totstandkoming van deze bepaling om de minister van Financiën en zijn voorgangers in de laatste vijf jaren strafrechtelijk te vervolgen, heeft niet geleid tot toepassing van deze strafbaarstelling. Dit laat natuurlijk onverlet dat zij ooit in plaats van een juridische papieren tijger tot een giftige slang in de huidige mistroostige politieke realiteit kan worden.

Daar komt verder nog bij dat ons land met handen en voeten gebonden is aan twee mensenrechtenverdragen, te weten het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Vooral het Europese hof voor de rechten van de Mens te Straatsburg, dat waakt over de naleving van het Europese mensenrechtenverdrag, heeft een indrukwekkende staat van dienst. Een reeks van recente uitspraken van dit hof op het gebied van het recht van vrijheid van meningsuiting van een politicus, het recht op godsdienstvrijheid en het gelijkheidsbeginsel toont aan dat het Europese mensenrechtenverdrag zich vooral door toedoen van het Europese hof stevig heeft genesteld in alle hoeken en gaten van de Nederlandse rechtsorde.

Bij deze stand van zaken weet een toekomstige gedoogregering dat het de hete adem van de (oude) wetgever en de (Europese) rechter in de nek heeft. Er is dus reden voor zorg, maar voor wanhoop en paniek is het nog te vroeg. Slechts de juridische strijdbijl hoeft opgegraven te worden.

Gerard Spong
De auteur is advocaat. Hij stelt dat Nederland met handen en voeten gebonden is aan twee internationale mensenrechtenverdragen. Paniek over een toekomstige gedoogregering met de PVV is daarom onnodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden