Gebrul, geloei, en een regen van steenbrokken en gruis

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Beeld epa

Java, 27 september 1844

Om half elf bereikten we de kruin. Er woei een sterke noordoostenwind over de bergtop, waarboven zich slechts het gewelf verhief van de helderste hemel, met het donkerste azuur gekleurd.

De lucht was zo zuiver, dat men alle stenen op de kraterrand kon tellen. Doodstil lag deze daar voor ons, geen dampwolkje rees er uit op. Maar eensklaps werd een vreselijk gebrul gehoord. Verschrikt sprongen wij op. Koolzwarte massa's, met uitstekende punten als klippen in de zee, verhieven zich boven de kraterrand, ontwikkelden zich, werden tot kogels, vlogen omhoog, door honderden andere soortgelijke bollen met bliksemsnelheid gevolgd die als een wervelwind om hun middelpunt draaiden.

Zij vormden zich tot een zuil, die onder het geloei van de vulkaan tot zo'n hoogte opschoot, dat wij haar in ons zenit meenden te zien. Ondertussen verspreidden zich honderdduizenden grote en kleine steenbrokken, vielen in bogen op de hellingen en rolden stuitend naar beneden.

Alvorens wij van de schrik bekomen waren, zweefde de zuil werkelijk in ons zenit weg en stortte een regen van zand en puimsteenachtige lapilli op ons neer. Tegelijk kwam de zuil van de krater los, zij werd vrij.

Een paar seconden later dreef de zuil door de oostenwind voortgestuwd, als een gewone cumuluswolk hoog over onze hoofden heen. Nu was alles weer stil.

F.W. Junghuhn (1809-1864), geoloog en botanicus.
Ingekort fragment uit De onuitputtelijke natuur. Van Oorschot, 1966.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden