Gebruikt, weggejaagd en ontheemd in Kabul

Het aantal straatkinderen in de Afghaanse hoofdstad is in tien jaar tijd verdubbeld. Met het vertrek van de buitenlandse troepen droogt ook voor hen de hulp op.

KABUL - De straatkinderen van Kabul duiken overal op.


Ze struinen - op blote voeten of plastic slippers - met hun houten schoenpoetskistje door de straten rond Shar-i-Nowpark in het centrum. Ze staan op kruispunten telefoonkaarten of pakjes zakdoeken te verkopen. Ze beginnen ongevraagd de voorruit van een auto te lappen, om met een geïrriteerd handgebaar te worden weggejaagd door de bestuurder. De allerjongsten houden hun kopje scheef, kijken met vragende blik omhoog en brengen de hand, vingertoppen tegen elkaar, naar de mond.


Deze kinderen vormen, daar waar de maatschappelijke ladder de grond raakt, het bezinksel van 35 jaar oorlog in een van de armste landen ter wereld.


In aantal overstijgen ze niet de 'gewone' kinderen van Kabul: in het straatbeeld domineren jongens en meisjes in schooluniform, rugzakje om. Hoeveel straatkinderen er zijn, niemand die het precies weet; dat hangt ook af van de vage definitie van de term. Niet alle straatkinderen werken. Niet alle straatkinderen leven zonder ouders.


Tien jaar geleden waren er naar schatting 35 duizend straatkinderen in de Afghaanse hoofdstad. Inmiddels zijn het er bijna 70 duizend, zegt Nazar Mohammed, manager van opvangcentrum Aschiana.


Het is een gevolg van het oorlogsgeweld, dat sinds 2004 in bijna alle provincies alsmaar is toegenomen. Gezinnen ontvluchten het gevaar op het platteland en komen als ontheemden terecht in de steden.


Het traditionele leven in de Afghaanse dorpen kan hard zijn, vooral voor meisjes. Maar de trek naar de stad creëert nieuwe vormen van kinderarbeid en nog ernstiger schendingen van kinderrechten. 'Kinderen belanden in de prostitutie', somt Najibullah Hameem van Unicef in Kabul op. 'Ze verkopen drugs op straat en gaan zelf gebruiken. Ze worden ingezet bij georganiseerd bedelen. Ze worden door terroristische groepen gebruikt als informant.'


Op tal van plekken in en rond Kabul zijn kleine en grote ontheemdenkampen te zien, verzamelingen tenten en lemen hutten zonder elektra, stromend water of wat dan ook. Vorig jaar schrok de wereld even op toen The New York Times rapporteerde hoe tientallen kleine kinderen in de kampen de koude winter niet hadden overleefd.


De empathie met de doodgevroren kinderen beklijfde niet. Integendeel, zegt Mohammed van Aschiana. Nu de buitenlandse troepen in Afghanistan bezig zijn hun boeltje te pakken, beginnen ook de hulpfondsen op te drogen. Het centrum voor straatkinderen ondervindt daarvan de gevolgen. In maart vorig jaar staakte de belangrijkste donor, de Europese Unie, zijn bijdrage.

Terug naar de straat

'We hebben de helft van onze staf moeten ontslaan', zegt Mohammed. 'Een centrum voor jongens die problemen hebben met de politie, hebben we moeten sluiten. Het was het enige in zijn soort in Kabul.'


Ook in de kerntaak van Aschania - het schoolrijp maken van analfabete kinderen - is drastisch gesneden. Vóór maart 2013 had Aschiana 11.700 kinderen in Kabul onder haar hoede. Inmiddels zijn dat er ongeveer 5.000. Mohammed: 'Helaas zijn de anderen bijna allemaal teruggegaan naar de straat.'


Aschiana werkt in tentscholen in de ontheemdenkampen en beschikt over enkele panden. Het vlaggenschip is de school in de wijk Old Macrorayan, in het noordoosten van Kabul. Een schoolgebouw in U-vorm met ruimtes voor sport, vakonderricht en recreatie.


De klaslokalen zijn sober, maar functioneel ingericht, met rijen houten bankjes, een schoolbord en posters aan de muur met het alfabet, vogelsoorten en Engelse woordjes. De klassen puilen niet uit en de kinderen krijgen lunch.


Docent Mira Rahman onderwerpt een klas jongens in de leeftijd van 10 tot 13 jaar aan een proefwerk pashtu. Op zijn vraag of ze school leuk vinden, klinkt uit veertien kelen een eenstemmig 'Hó!', pashtu voor 'ja'.


Aschiana betekent voor deze jongens de laatste kans op ontsnapping uit het lompenproletariaat. Kinderen die ouder dan 10 zijn en analfabeet, worden niet meer toegelaten tot gewone scholen. Hun achterstand is te groot. De kinderen worden door Aschiana van straat gehaald en in één jaar (maximaal drie) klaargestoomd voor het regulier onderwijs.

Gevluchte boeren

De school heeft een ochtend- en middagrooster, zodat de kinderen het andere dagdeel kunnen werken.


'De meeste ouders in de ontheemdenkampen hebben geen werk', zegt manager Mohammed. Vaak zijn het gevluchte boeren, voor wie in de stadseconomie geen plaats is. 'Ze hebben geen opleiding, werkgevers willen hen niet hebben. Daarom sturen ze kun kinderen uit werken. Die 150 afghani's per dag zijn mooi meegenomen. Ze beseffen niet het belang van onderwijs.'


Maar armoede is de kern van het probleem, zegt ook Hameem van Unicef. 'Als je vandaag duizend kinderen van straat haalt, zijn er morgen duizend terug. Of meer.'

Recordaantal kinderen gedood in Afghanistan

In geen ander land is het zo gevaarlijk om geboren te worden. Vijfendertig jaar al is het oorlog in Afghanistan en meer dan wie ook zijn de jongsten het kind van de rekening. Nooit eerder zijn in Afghanistan zo veel kinderen en vrouwen gedood en gewond geraakt als in 2013, zo maakten de Verenigde Naties onlangs bekend.


Vooral de Taliban maken gebruik van kindsoldaten. De zelfmoordbom is de gruwelijkste uitwas. Vaker worden kinderen ingezet als verkenner of voor klusjes.


Meestal echter zijn kinderen 'collateral damage'. Meer dan ooit kwamen zij vorig jaar in de vuurlinie. Meestal zijn het jongens: zij mogen buiten spelen, hun zusjes moeten binnen blijven.


Het aantal minderjarige slachtoffers van het geweld tussen Taliban en veiligheidstroepen steeg in 2013 met 34 procent. Er werden 561 kinderen gedood, 1.195 raakten gewond. Bermbommen zijn 'de grootste moordenaar' van kinderen, aldus de VN.


Daarnaast is Afghanistan, mede door de oorlog, een van de armste landen ter wereld en kent het een tribale plattelandscultuur die vooral tienermeisjes berooft van een menswaardige jeugd. Bijna 60 procent van de meisjes trouwt voor haar 16de jaar. In geen ander land lopen zoveel bevallingen fataal af - voor moeder en kind.


Ten slotte resulteren geweld en armoede in een trek naar de stad, waar gezinnen uiteenvallen en waar mensenhandel, prostitutie en de drugsmaffia op de loer liggen. Naar schatting een kwart van de Afghaanse kinderen werkt: op het land, in het huishouden en in de stedelijke economie (bouw, industrie, handel). Vijf miljoen kinderen zijn nooit naar school geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden