Gebrek aan spektakel breekt schaatssport op

Met de herintroductie van finaleritten zou het schaatsen voor de toeschouwer veel attractiever worden.

De crisis waarin het hardrijden verkeert, is de schuld van Pim Mulier. Hij was het immers die in 1892 in het Scheveningse Kurhaus de internationale schaatswereld bijeenriep en de sport organiseerde. Dankzij Pim Mulier schaatsen we alle afstanden met twee rijders in gescheiden banen, en dankzij Pim Mulier kwamen er allround-toernooien over vier afstanden. 121 jaar na Pim Mulier moet je constateren dat deze oervorm van het hardrijden zichzelf heeft overleefd. Het moet radicaal anders. Maar hoe?


In 1994 promoveerde socioloog Maarten van Bottenburg op de studie Verborgen competitie - over de uiteenlopende populariteit van sporten. Daarin constateert hij dat het grootste probleem van het hardrijden is dat het is bedacht vanuit de sporter (het moest zo eerlijk en sportief mogelijk) en niet vanuit de toeschouwer. Alleen in landen met een echte schaatscultuur (Nederland, Scandinavië en Rusland) werd het hardrijden populair. Toen de Amerikanen, die tot 1960 ook op hun buitenbanen bleven vasthouden aan hun eigen, destijds razend populaire mass start-systeem, zich in 1960 vanwege de Winterspelen In Squaw Valley bekeerden tot het 'systeem-Mulier', bracht dat sportief gezien grote successen: denk aan de olympische vijfklapper van Eric Heiden in 1980.


Publicitair gezien werd die omschakeling een debacle: bij schaatswedstrijden ('even spannend als het kijken naar het groeien van gras') kwam in de VS geen hond meer kijken. De Amerikaanse lobby om het shorttrack een olympische status te geven, had pas in 1992 succes. Met díe tak van het hardrijden gaat het sindsdien uitstekend. Vooral in Azië is de sport aan een spectaculaire opmars bezig.


In de onderlinge strijd om de populariteit tussen sporten zijn sensatie en overzichtelijkheid allesbepalend geworden. Dat het uiterst complexe allround-schaatsen als niet-olympische discipline als eerste het loodje lijkt te gaan leggen, is daarom niet verwonderlijk. Zelfs de Noorse tv zendt de toernooien niet meer live uit. Nu ook de schaatsers de allroundtoernooien steeds minder serieus nemen, lijkt het einde nabij.


Toch is er nog hoop voor het klassieke hardrijden op de 400 meter-baan. De oplossing ligt in de geschiedenis besloten. Pim Mulier reglementeerde de sport weliswaar zo sportief (en dus publieksonvriendelijk) mogelijk, dat wil niet zeggen dat hij de toeschouwer geheel uit het ook verloor. Bij EK's en WK's, zo bepaalden Mulier en de zijnen, dienden de 500 en 1.500 meter met finaleritten afgesloten te worden. Zo zagen de toeschouwers rond het Amsterdamse Museumplein in 1893 Jaap Eden de 500 en 1.500 meter winnen in spectaculaire finaleritten en daarmee de basis leggen voor zijn eerste wereldtitel.


De aloude finaleritten, die na drie jaar al werden afgeschaft, zouden de redding van het moderne hardrijden kunnen zijn. Kijk naar de 500 meter, die tijdens afstands-WK's en Winterspelen nu ook twee keer verreden wordt, waarmee die voor de niet ingewijde net zo ingewikkeld zijn geworden als een allround-toernooi. Waarom kan die tweede 500 meter niet volgens de methode-Mulier verreden worden? Je laat gewoon de nummers 1 en 2 van de eerste omloop in een allesbeslissende finalerit om de zege rijden. Ook de 1.000 en de 1.500 meter kunnen op die manier met finales beslecht worden. De nummers 3 en 4 van de eerste omloop strijden om het brons.


Aan het karakter van het langebaanschaatsen doe je niets af: man-to-man, en de winnaar pakt het goud. Bijkomend financieel voordeel: de tv-pakketjes met finaleritten kunnen -zeker bij de Winterspelen - wereldwijd voor veel geld verkocht worden. De 5 en 10 kilometer blijven we dan volgens het oude systeem rijden voor de echte schaatsfans.


En de allround-toernooien? Ook daarvoor ligt de oplossing in het verleden. De EK's en de WK's gaan weer naar buiten, want schaatsen is tenslotte een echte wintersport. In het aloude Bislett-stadion in Oslo en in het Olympisch Stadion in Amsterdam leggen we voor een paar dagen een tijdelijke kunstijsbaan (technisch tegenwoordig geen enkel probleem) waar elk jaar het EK- en WK-allround gehouden wordt. Een aloud gevecht in weer en wind, waar flinke geldprijzen de rijders tot deelname zullen verleiden. Want ook dat is onderdeel van de teloorgang van het hardrijden: het schaatsen is een veel te saaie indoor-sport geworden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden