Gebrek aan kennis nekt ons nu inzake Rusland

Wij begrijpen Rusland niet doordat we onvoldoende hebben geïnvesteerd in onze kennis erover.

In de discussie rondom de situatie op de Krim wordt weinig aandacht gegeven aan het feit dat de crisis blijkbaar iedereen verraste. Is Poetin echt zo onberekenbaar, of was er iets anders aan de hand? Was er een gebrek aan waardevolle inlichtingen, en is de kennis over Rusland geërodeerd? Een populistische one-liner dringt zich op: zijn de VS en Europa zó druk met het afluisteren van hun eigen bevolking dat ze niet meer weten wat er gebeurt in het grootste land ter wereld, 's werelds grootste energieleverancier, de op één na grootste militaire, en de zesde economische macht ter wereld? En zo ja, is dat dan een toevalligheid die voor Rusland alleen geldt, of is het een meer algemene tendens?


Laat ik een kleine inventarisatie maken van de toestand in drie instituties waarvan we mogen verwachten dat ze voldoende kennis over Rusland in huis hebben: de universiteit, de overheid en de media.


Allereerst de universiteit: In Nederland bestaan nog twee volwaardige vakgroepen Russisch, en er is nog één hoogleraar Russische taal- en letterkunde actief. In de jaren tachtig waren dat nog vier vakgroepen, en ik vermoed zo'n zeven hoogleraren. Die halvering van het aantal opleidingen vond plaats in een periode waarin de universiteiten onstuimig groeiden. Misschien vindt u vier opleidingen ook wel wat veel, en is twee een goede ondergrens? Maakt u zich geen illusie, ook deze laatste twee opleidingen staan permanent onder druk, en niemand zal vreemd opkijken als ze over vijf jaar zijn geabsorbeerd in monsterstudies als 'International Relations' of 'Eurasian Studies'.


De universiteiten staan niet alleen: Op het ministerie van Buitenlandse Zaken waren tot begin jaren negentig zeer veel Russisch-sprekenden actief, die vrijwel allemaal als dienstplichti-ge waren opgeleid bij de Militaire Inlichtingendienst. Die stroom droog-de op door afschaffing van de dienstplicht en beëindiging van het Russisch talenprogramma bij Defensie.


Buitenlandse Zaken nam geen stappen om dit gemis te ondervangen: het aantal ambtenaren van onder de vijftig dat Russisch kan spreken is er nu op één hand te tellen. En die paar Russisch-sprekende ambtenaren zijn niet allemaal bezig met de voormalige Sovjet-Unie.


Deze zomer wordt een deel van de staf op de Nederlandse ambassade in Moskou vervangen. Er zullen daar dan nog twee Nederlandse diplomaten zijn, die goed Russisch kunnen lezen en spreken. Hoe kan onze minister zich voldoende geïnformeerd weten, als zo weinigen op zijn ambassade in staat zijn een Russische krant te lezen, of een avond te discussiëren met een Russische intellectueel of hoge ambtenaar? Het nijpende tekort aan echte landenspecialisten wordt op het departement wel opgemerkt, maar er wordt niets aan gedaan. Een pilot-programma, begonnen in 2007, om meer afgestudeerde landenspecialisten in te laten stromen, is enkele jaren later weer stopgezet.


De landelijke dagbladen en enkele kleinere lokale kranten, hadden tien jaar geleden nog allemaal correspondenten in vaste dienst in Rusland. Nu hebben alleen de Volkskrant, NRC en De Telegraaf nog een eigen correspondent, en dat zijn allemaal freelancers. Die werken voor een fractie van het inkomen dat iemand in vaste dienst kreeg. Ook de redactionele en productionele assistenten zijn wegbezuinigd. Ik heb bewondering voor de productie en kwaliteit van correspondenten in Rusland, maar ook zij hebben grenzen: aangezien ze naast de krant ook nog moeten produceren voor andere media om hun brood te verdienen, kan het niet anders dan dat de kwaliteit omlaag gaat.


Al het bovenstaande kan ongetwijfeld nog genuanceerd worden, maar de conclusie is onontkoombaar: de kennis over Rusland in Nederland is de afgelopen twintig jaar dramatisch afgenomen. Dit is allemaal gelegitimeerd met de aanname dat de 'wereld kleiner is geworden', dat culturele verschillen afnemen, en dat het gebruik van Engels als lingua franca groeit. Impliciet speelt ook een subtielere culturele tendens een rol: afkeer van de specialist, met zijn ondemocratische claim van autoriteit en zijn nadruk op de hiërarchie tussen kennis en onkunde.


We staan aan het begin van een nieuwe relatie met Rusland, die opnieuw gedefinieerd wordt door wantrouwen en vijandigheid, en niet door een besef van gedeelde belangen. Sinds de Duitse eenwording hebben we 25 jaar gehad om onze relatie met Rusland te verbeteren. Dat project lijkt te hebben gefaald, en de enigen die daar de schuld van dragen, zijn die schofterige Russen. Zou het echt zo zijn, of zou het de moeite lonen ook eens naar onszelf te kijken? Dat kan nooit kwaad, en misschien leren we dat voor een echt begrip van de ander, een permanente intellectuele, politieke en financiële investering noodzakelijk is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden