Gebouwen als logo’s

Ze ontwierpen de Basketbar op de Uithof in Utrecht, en het interieuw van de Mandarina Duck-tassenwinkel in Parijs. Het jongensclubje NL Architects komt al tien jaar met vernuftige, verleidelijke concepten....

Als de OV-jaarkaart tijdens hun studie had bestaan, had hun bureau er heel anders uitgezien, zegt architect Kamiel Klaasse. Nu ligt de kiem van NL Architects op de snelweg, eind jaren tachtig. Op de A 4 tussen Amsterdam en Delft om precies te zijn. In een blue metallic Ford Escort Station.

Klaasse: ‘Wij woonden allemaal in Amsterdam en studeerden aan de TU in Delft. Op een gegeven moment ontstond er een vaste carpoolclub. Pieter Bannenberg en ik begonnen op dat moment projecten samen te doen. Mark Linnemann en Walter van Dijk waren ouderejaars en werkten al samen. Die auto was ons eerste kantoor.’

Meteen na hun studie begonnen ze een eigen atelier. ‘Wij zijn van de postpunkgeneratie, van ‘‘geef mij een gitaar, dan maak ik wel een liedje’’. Wij hadden op een naïeve manier de overtuiging dat het heel makkelijk was om meteen zelf een bureau op te bouwen. Wij studeerden bij Winy Maas en Jacob van Rijs van MVRDV. Die waren uiterst succesvol begonnen.’

Na tien jaar is ‘boyband’ NL Architects, weliswaar zonder Linneman, nog altijd bij elkaar. En hoewel de gemiddelde leeftijd van de leden toch echt in de veertig begint te lopen, heeft het bureau nog altijd het imago van een stelletje jonge honden, bedenkers van architectonische oneliners en gebouwen met de kracht van een logo.

Meest bekend en bekroond is hun Basketbar op de Utrechtse Uithof, een bar waarvan het dak een basketbalveld is met doorschijnende middenstip. Al even veelbesproken: het interieur van de Mandarina Duck-winkel in Parijs waar de tassen met snelbinders aan de wanden hangen, en een warmteoverdracht-station in de Leidsche Rijn waarvan de gevel, om vandalisme tegen te gaan, ook een klimwand is en het enige raam een basketbalbord. ‘Dat is echt een surreële ervaring, want heb je niet altijd geleerd dat je geen ballen tegen een raam mag gooien?’

Voor het ooit bedompte interieur van de Amsterdamse bioscoop Cinecenter bedachten ze bewegende plafondlampjes. ‘Dat heeft het psychologische effect van een briesje: virtuele airco.’

Vernuftige, verrassende, verleidelijke concepten, een beetje à la Droog Design gegoten in grafische grappen, woord- en beeldspelletjes – dat is NL. Er bestaat bijna geen bureau waarover meer gepubliceerd is; elk zichzelf respecterend internationaal architectuurtijdschrift besteedde wel aandacht aan hun werk. Zo veel dat hun daadwerkelijk gebouwde oeuvre er schril bij afsteekt.

‘Kabbelenderwijs hebben we een aantal kleine gebouwtjes gedaan. De afgelopen jaren zijn een heel opwindende, maar bijna virtuele fase geweest, waarin we heel veel ideeën gelanceerd hebben die op zichzelf ook gebouwd konden worden maar waaruit vooral een bepaalde mentaliteit spreekt. Als jong bureau moet je je invechten in de gevestigde orde, een merk opbouwen. Dat is een grappig soort strijd, maar het kost veel tijd.’

In zekere zin is NL na tien jaar dus nog steeds dat veelbelovende bureau. Onlangs verloren ze de prijsvraag voor het nieuwe Filmmuseum in Amsterdam-Noord; de opdracht ging naar het Oostenrijkse bureau Delugan Meissl. Klaasse: ‘Het zou de perfecte schaalvergroting hebben betekend. De mix van een groot en interessant cultureel gebouw op zo’n fantastische lokatie had ons in een nieuwe baan kunnen katapulteren: The next level!. Maar de jury heeft gekozen voor design, niet voor het idee. Dat is heel erg balen.

Het verwerven van opdrachten van een grotere schaal is vooralsnog gecompliceerd, omdat je volgens Klaasse aan ‘bizar veel eisen moet voldoen alvorens je zelfs maar mee mag doen met een prijsvraag’: meerdere gerealiseerde ontwerpen, de bureaustructuur moet aan bepaalde regels voldoen, er moet een bepaalde omzet zijn.

Aan de andere kant vinden ze het ook wel lekker zo, een relatief klein bureau van een man of vijftien waar tijd is om elke dag tegen enen uitgebreid met zijn allen te lunchen. Klaasse: ‘Wij beleven ook gewoon veel lol aan die kleine gebouwtjes, ze hebben iets schattigs. We nemen het zoals het komt. Architectuur is duursport.

Voor het komende jaar zijn naast een voetbalkantine met een gevel die kan openklappen in Utrecht, een (ronddraaiend) wok-restaurant in Amsterdam, en een twee-onder-één-kapwoning in Amersfoort al twee echt grote projecten binnen: een woontoren in Groningen en een complex van acht gestapelde sportzalen in Dordrecht die samen een spectaculaire klimwand vormen. Verder wordt hun eerste gebouw in het buitenland een feit (een woonhuis in Korea), en wordt binnenkort begonnen met de bouw van een experimenteel woonblok in het Funen in Amsterdam-Oost (met park op dak).

‘Het ontwerp dateert van 1999. Na 11 september 2001 is er veel veranderd. Projectontwikkelaars zijn terughoudender geworden met grote uitgaven, en de lust tot experimenteren is verdampt. In tegenstelling tot de grenzeloos optimistische jaren negentig, heerst nu in de bouw de terreur van de ‘marktconforme’ woning.’

En dat krijg je niet als je NL Architects vraagt. ‘Wij hebben ons aangeleerd om buiten de kaders en randvoorwaarden te denken’, zegt Klaasse.

NL Architects is een typische vrucht van de architectuurhausse van de jaren negentig. Niet voor niets afficheerde het bureau zich vanaf het begin expliciet als Nederlands: de combinatie Nederlanders en architectuur stond in die jaren als Superdutch garant voor succes. Het was de tijd waarin mede onder invloed van Koolhaas het idee had postgevat, dat een goed concept minstens zo belangrijk was als een goed gebouw.

‘Toen wij begonnen aan de TU, eind jaren tachtig, overheerste de ethische gedachte van een sobere, doelmatige, democratische architectuur. Maar langzaam begon het geloof in die ene waarheid af te brokkelen. Er ontstond interesse in de verschillen, de nieuwe media kwamen op, internationalisering, individualisme. Ineens mocht je op een heel vrije manier allerlei dingen verzinnen. Een enorme bevrijding.’

Complexiteit en meervoudig gebruik, daar is NL Architects altijd naar op zoek. Een verplicht nummer als een invalide-ingang is bij hun het liefst ook een lekkere skatebaan. En een balkon, dat moet meer zijn dan een plek om je krat bier neer te zetten. In het Groningse woningbouwproject vormen de balkons, in allerlei soorten en maten ook het beeldbepalende element in de gevel.

Alledrie hebben ze dezelfde ‘afwijking’ om in alles een meerwaarde te willen zien, zegt Klaasse. ‘Onze ultieme droom is dat je een gebouw maakt als een oneliner, die tegelijk een duizelingwekkende diepte in zich draagt. Van een ontwerp moet het idee afspatten en tegelijk moet het een soort verborgen complexiteit en tijdloosheid in zich hebben.

‘Neem de Basketbar. Dat gebouw communiceert heel direct: het is een gebouwtje met een plat dak waarop je een spel kan spelen. Maar zo’n simpele uitgangspunt lokt ook een bepaalde complexiteit uit. Zo zagen we ons gaandeweg genoodzaakt om de palen, waaraan het net bevestigd zou worden, als schoorstenen te gebruiken. Het alternatief was namelijk een grote pijp op het dak maar die zou veel te beeldbepalend worden. Het grappige is dat er, als je zulke kettingreacties volgt, dus een interne logica ontstaat die coherent maar op een bepaalde manier ook absurdistisch is.’

Hun eigen logo, de stikker die elke Nederlandse auto achterop heeft zitten maar dan voorzien van een punt, .NL, zegt veel over hun werkwijze. Klaasse: ‘Door een minimale toevoeging kun je iets naar je hand zetten, het je toe-eigenen, van een nieuwe identiteit voorzien. Ons logo herinnert ons bovendien aan het feit dat het altijd met minder kan.

Op zijn computerscherm verschijnt het zinnetje: ‘Een plein is pas een plein met een fontein.’ ‘Maar’, zegt Klaasse, ‘een fontein alleen vonden we niet genoeg. Dus bedachten we een fontein op een plein waar je ook je auto kunt wassen. Geen wasstraat, maar een wasplein.’ Het project is er niet gekomen maar het is typerend voor de manier waarop NL denkt: helder en direct.

Hun logo herinnert ook aan de auto, vanf het begin, ook door het carpoolen, een belangrijk thema in hun werk. Vooral de vraag ‘in hoeverre het mogelijk is om de auto in de stad, in de architectuur te integreren’.

Klaasse laat de Power Point zien van het project Roof Road met als ondertitel de ‘Remix van de Nederlandse suburbane wijken’ (ooit bijna gerealiseerd bij Leidscheveen). Eerst een foto van een typisch Nederlandse straat: rijtjeshuizen, tuinen, een stoep, geparkeerde auto’s en een vluchtheuvel. Gevolgd door de ‘geremixte versie’ van diezelfde elementen: de vluchtheuvel is opgeblazen tot een gebouw, te weten de rijtjeshuizen waar bovenop de weg ligt met de geparkeerde auto’s. Rondom is een oase van rust en ruimte. Klaasse: ‘Autoluw wonen met parkeren voor de deur!’

Het eerste project tot nu toe waar de auto daadwerkelijk ‘tot in de doorsnede is doorgedrongen’ is de herinrichting van het gebied onder de A 8 bij Koog aan de Zaan. Daar liggen onder het snelweg-dak een gloednieuwe skatebaan, speelveldjes, een graffiti-vrijplaats, een haventje en binnenkort een nieuw feloranje marktplein.

Maar hun droom is uiteindelijk: het ontwikkelen van nieuwe archetypes. ‘Zoals bijvoorbeeld een convertable huis: een huis met een opklapbare patio. Of bewerkstelligen dat mensen over een paar jaar niet meer een ‘huis met de auto voor de deur’ willen, maar een ‘huis met de auto op het dak’.

Voor veel ideeën van NL Architects is Photoshop van vitaal belang. ‘Met Photoshop kun je een volstrekt coherent en realistisch beeld creëren van een onwerkelijke situatie. Wij gebruiken de computer om dingen te tekenen en te testen, maar ook om een soort gedachtegoed te ventileren. Photoshop is meer dan het genereren van een bepaald plaatje. Het is een manier van denken, van gestalte geven aan een nieuwe werkelijkheid.’

Een goed voorbeeld is Trainshopping, een foto van een trein op een Nederlands station met instappende mensen met zware tassen. Alleen is de trein niet NS-geel maar Albert Hein-blauw, en kun je er boodschappen doen.

Een ander project is N.A.P., een typisch Amsterdams plaatje van een rij grachtenpanden waarbij de gracht omgetoverd is in een helblauw zwembad waar een borstcrawlende zwemmer zijn baantjes trekt.

‘Het shockerende was dat ik dit plaatje laatst in het Volkskrant Magazine zag staan. Maar dan in het echt: het was een foto van een namaak-Nederlandse badplaats in Turkije met grachten waar je daadwerkelijk in kunt zwemmen. Natuurlijk hebben wij dit al lang bedacht, maar het bestáát dus nu ook echt. Het is een soort sampling. Zo virtueel kan de werkelijkheid zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.