Geboren voor het ongeluk

Ton Valkenburg was 'de James Dean van de Bollenstreek'. Bij de grootste luchtvaartramp tot nu toe, 35 jaar geleden op Tenerife, verloor hij vrouw en kinderen. Dorpsgenoot Frénk van der Linden reconstrueert leven en dood van een rijke loser en een charmante ploert met geheimen. 'Wie iets van het menselijk tekort wil begrijpen, moet zich in Ton verdiepen.'

Hier riep hij luidkeels: 'Ik ben god', en een uur later: 'Ik ben de slechtste mens op de wereld'. Hier rolschaatsten zijn dochters begin jaren zeventig op autoloze zondagen pal voor de deur over de N-208 Haarlem-Leiden.


Hier kocht je, op weg naar school, in het winkeltje van zijn benzinestation voor 5 cent trekdrop of Bazooka-kauwgom.


Hier was hij gelukkig en ongelukkig met Lida.


Hier sliep hij na de vliegramp met het licht aan, een geweer onder handbereik.


Rondom dit simpele hoekhuis aan de Weeresteinstraat in Hillegom lag in de glorietijd van Ton Valkenburg nog het Hollandste landschap van Holland, een kleurrijk mozaïek bestaande uit tulpenvelden, sloten en schuren van vermogende bollenboeren.


Anno 2012 verkeert de goudkust van toen in vervallen staat. Veel bollenkwekers zijn vertrokken; verf bladdert van de verlaten panden. Wel rijden nog elk jaar in april de praalwagens van het bloemencorso voorbij. Ton Valkenburg zat bij leven en welzijn eerste rang tussen zijn Esso-pompen aan de provinciale weg - echtgenote en kroost naast zich. Om de hoek glommen in een showroom de Paradiso Vouwcaravans die hij verhandelde. Het gelijknamige zaalvoetbalteam, ruimhartig gesponsord, was zijn trots.


Ton Valkenburg had het helemaal voor elkaar.


Totdat.


Schiphol, 27 maart 1977, 9.30 uur


Als Lida Valkenburg (43) op een zondagochtend in maart 1977 met Nelleke (16) en Anneke (14) aan boord gaat van de KLM-Boeing Rijn, delen stewardessen kranten uit met berichten over een kabinetscrisis. De regering-Den Uyl is demissionair; over twee maanden worden verkiezingen gehouden.


Lida's hoofd staat daar niet naar. Ze zit in de problemen, maar is geen vrouw die makkelijk haar hart lucht. Met een charter van Holland International gaat ze op vakantie naar de Canarische eilanden. Het toestel vertrekt om 10.20 uur van Schiphol onder vluchtnummer KL 4805. Gezagvoerder is Jaap Veldhuyzen van Zanten, ook wel Mr. KLM genoemd. Zijn portret siert posters van de luchtvaartmaatschappij.


Na ruim drie probleemloze vlieguren komt Las Palmas in zicht. Luchthaven Gando is sinds het middaguur gesloten wegens een bomaanslag. Een bevrijdingsbeweging die de Canarische eilanden wil losmaken van moederland Spanje heeft gewaarschuwd voor méér aanslagen.


Captain Veldhuyzen van Zanten ziet zich genoodzaakt met zijn 747 uit te wijken naar Los Rodeos op Tenerife.


Ton Valkenburg was een man aan wie de charme van het gevaar kleefde. Joviaal liet hij begin jaren zeventig in de kantine van een sporthal na elke wedstrijd voor iedereen het bier vloeien, maar de getapte jongen had een losse moraal en losse handjes. Viel iemand een vriend of familielid lastig, dan sprong Valkenburg met een paar beuken in de bres.


Streetwise was hij - lang voordat het woord in de mode raakte. Verkeerde tweedehands auto's schafte Valkenburg nooit aan, hij was het type dat ze verkocht. 'Hij gold zo'n beetje als de James Dean van de Bollenstreek', zegt een familielid. 'Al leek hij fysiek ook op de jonge Frank Sinatra, inclusief dat licht pokdalige gezicht en de maffia-achtige sfeer die rond hem hing. Een boeffie, op een aantrekkelijke manier spannend.'


Vrouwen vonden dat ook. Valkenburg liet zich hun aandacht welgevallen, al was hij sinds 1960 getrouwd met Lida. De twee dachten ruim (op het nachtkastje lag Ik Jan Cremer), en hadden het ruim. Als één van de allereersten in hun familie- en kennissenkring schaften ze een kleuren-tv aan.


Bij de Valkenburgs was het een zoete inval. Ton, gek op basketbal, gaf regelmatig Amerikaanse spelers van de Haarlemse landskampioen Levi's Flamingo's gratis onderdak. 'Hij omringde zich graag met grote namen', zegt Ab Schniedewind, voor wie Valkenburg 'coach en drankmaat' was. 'Ook haalde hij een zaalvoetbalteam met NOS-coryfeeën naar Hillegom. Wij van Paradiso Vouwcaravans speelden daar dan een potje tegen in Treslong (zalencentrum, red.) - waar The Beatles ooit hadden gestaan. Na afloop nam Ton het hele zooitje mee naar een restaurant en trok hij de poeplap.'


Ook Nelleke en Anneke werden in de watten gelegd. Op dure fietsen reden de dochters Valkenburg - wapperende blonde haren, spijkerbroeken met olifantspijpen - naar het Coornhert Lyceum en de manege waar hun paarden stonden. Op jonge leeftijd figureerden de modelmeiden al in advertenties van spelletjesproducent Jumbo. Slimme zet van moeder Lida, die geen gelegenheid onbenut liet om de weelde waarin het gezin baadde te vergroten. Ze stond 'op Hillegom' bekend als een warme, energieke, ideeënrijke vrouw die zich niet beperkte tot het verkopen van erwtensoep tijdens dorpsfeesten. Lida zag aankomen dat breien een rage zou worden en begon een wolwinkeltje. Het liep goed. Té goed, vertelde ze haar huisarts. Ze dreigde overspannen te raken.


Tenerife, 27 maart 1977, 13.30 uur


Los Rodeos, de kleine luchthaven van Tenerife, heeft bij piloten geen geweldige reputatie. Gelegen op 800 meter hoogte; niet zelden gehuld in nevel; voorzien van relatief oude apparatuur. Als de KLM-Boeing om 13.30 uur arriveert, is het vliegveld een chaos. Met moeite heeft de overbelaste verkeerstoren tientallen uitgeweken vliegtuigen aan een parkeerplaats kunnen helpen.


De inzittenden van vlucht KL 4805 moeten in eerste instantie aan boord blijven. Na een uur staat gezagvoerder Veldhuyzen van Zanten hen toe even de benen te strekken.


Eén passagier blijft op Tenerife. Robina van Lanschot, hostess bij Holland International, zou in Las Palmas naar een feest van haar werkgever gaan om het begin van het zomerseizoen te vieren. Het was haar voornemen later door te vliegen naar Tenerife, waar haar geliefde wachtte. Ter plekke besluit ze direct naar hem toe te gaan.


Lida, Nelleke en Anneke nemen weer plaats in de KLM-machine, net als ruim tweehonderd andere passagiers.


'Ik voel me tot op de dag van vandaag schuldig aan de dood van die moeder en haar twee dochters', zegt Hugo Rol, huisarts in Bennebroek. Hij praat open over de Valkenburgs, de betrokkenen zijn immers overleden. 'Ik was degene die tegen Lida zei: 'Je bent overwerkt, ga een weekje naar het buitenland of zo. Desnoods zonder Ton. Misschien is dat zelfs beter.' Als ik gezegd had: 'Ga lekker op je kont zitten', was het niet gebeurd.'


Het huwelijk van de Valkenburgs stond onder spanning, weet Rol. 'Ik had de indruk dat Ton - een sjoemelaar, met zo'n 'Ik mag alles want ik ben Ton Valkenburg houding' - jaloers was op Lida. Haar zaakje liep geweldig, zijn business minder. Van eerste naar tweede viool, dat vond hij niks.' Verwijten, scheldpartijen, klappen over en weer. 'Saai was het nooit, daar in Hillegom', zeggen familieleden. In hun bijzijn gooide Lida bovenaan de trap een grote vaas naar Tons hoofd. Hij stapte achteloos opzij en lachte haar uit.


'Tegelijkertijd waren ze gek op elkaar', onderstreept media-adviseur Jaap Hofman, broer van Lida. 'Dat tripje naar Las Palmas was echt een gebaar van Ton: ga maar, time-out, geniet met die meiden.'


Het aanvankelijke plan was dat Lida met haar moeder of een vriendin zou gaan. Niemand kon zich vrijmaken. Nelleke en Anneke wel; zij kregen speciale toestemming van school.


Tenerife, 27 maart 1977, 15.00 uur


Naarmate de tijd op luchthaven Los Rodeos verglijdt, nemen de zorgen van Veldhuyzen van Zanten toe. Met zijn bemanning bespreekt hij de dreigende overschrijding van het toegestane aantal werkuren. Bij KLM is net een nieuw, vrij streng reglement ingevoerd. Als de vertraging te lang gaat duren, mag de terugvlucht naar Nederland niet meer worden gemaakt - met alle kosten van dien.


Om straks op Las Palmas geen minuut te verliezen, laat de gezagvoerder alvast op Tenerife de brandstofvoorraad aanvullen.


Dan komt het bericht door dat weer mag worden gevlogen op Gando, Las Palmas. In het KLM-toestel dat tegen het eind van de middag aan de kop van de start- en landingsbaan staat, zitten 234 passagiers en 14 bemanningsleden. De crew van de Rijn maakt zich gereed voor take-off.


'Ik zat zondag geheel verslagen voor het tv-toestel', schrijft columnist Nico Scheepmaker maandag 28 maart 1977 in zijn Trijfel-column voor de GPD-kranten. 'Het waren tenslotte Nederlanders met Nederlandse namen, dorps-, stads- of streekgenoten. En misschien had één van die stewardessen ooit koffie voor me ingeschonken.'


In Hillegom wordt in eerste instantie met een mengeling van afschuw en opluchting gereageerd op de vliegramp. 'Hoe vreselijk dat ongeluk ook was, we voelden ons een beetje bevrijd', zegt Anke van Nunen, hartsvriendin van Nelleke. 'Tenerife? Poe, blij dat ze naar Las Palmas gingen. Met die gedachte sliep ik in. 's Morgens vroeg werd ik wakker gemaakt door mijn vriendje Rik, die in zijn vrije tijd bij Valkenburg werkte. 'Ik denk dat ze dood zijn, Anke.' Direct naar Ton natuurlijk. Trillend als een rietje liep hij thuis te ijsberen."


'Ik zag geen grote emotie bij hem toen de verpletterende mededeling kwam', zegt zwager Jaap Hofman. 'Het was eerder een soort implosie. Dat veranderde tijdens een herdenkingsdienst met een paar honderd scholieren. En probeer het maar eens droog te houden als iemand langskomt met een boek waarin foto's staan van sieraden, halve creditcards, vulpennen en andere bezittingen van de verongelukte passagiers. Ton herkende trouwens niks. Uiteindelijk werden Lida, Nelleke en Anneke pas na een paar maanden geïdentificeerd, als één van de laatsten, aan de hand van hun gebitten.'


Eénmaal liet Ton Valkenburg zich tegenover een journalist uit over zijn gevoelens. 'Ik ben niet ingestort toen het bericht van het ongeluk kwam', zei hij eind jaren zeventig in Nieuwe Revu. 'Ik was juist degene die iedereen moest troosten: mijn schoonouders, kennissen - zelfs de man van de KLM die mij ter begeleiding was gestuurd, bleek volkomen van de kaart. Op zo'n moment voel je je steeds sterker worden. IJzersterk en oerkalm.'


Huisarts Hugo Rol omschrijft Tenerife als een wereldgebeurtenis in de minigemeenschap die de Bollenstreek indertijd was. Hij verloor een klein dozijn patiënten op Tenerife: het KLM-toestel vervoerde veel inwoners uit de regio. Zo kwam captain Veldhuyzen van Zanten - van wie nooit iets zou worden teruggevonden - uit Sassenheim. Hij stond te boek als een religieus man, die behoorde tot een streng gereformeerde gemeente. Al snel deed in Hillegom het apocriefe verhaal de ronde dat op de kansel van zijn kerk na de vliegramp hel en verdoemenis was gesproken: dit was de 'wrake gods', omdat de gezagvoerder op zondag had gewerkt.


Ook zijn dochter Mariëtte zou nog verbazing oproepen. In het Haarlems Dagblad zei ze over fouten die haar vader mogelijk had gemaakt: 'Ik heb de zekerheid dat dingen gebeuren omdat God wil dat ze gebeuren. (...) In al die missers zie ik Gods leiding. Het heeft mij bevestigd dat Hij echt bestaat. Daar put ik troost uit. (...) Ik denk dat veel mensen door de ramp Zijn leiding en bestuur zagen. Het zou een grote zegen zijn als dat het doel was van Tenerife.'


Ton Valkenburg voelde zich niet op die manier gesterkt. Voor hem zat aan de ramp slechts één voordeel: hij werd rijk. Heel het bollendorp speculeerde over de som die hij kreeg uitgekeerd. Een kwart miljoen gulden, zei de één. Vijfhonderdduizend, beweerde de ander. Een derde meende dat het nog meer was. Het was nog véél meer, vertellen Valkenburgs nabestaanden: ruim een miljoen.


Voor wie in Hillegom opgroeide, was dit het verhaal: dorpsgenoot verliest vrouw en kinderen bij de grootste luchtvaartramp ooit, en moet als gefortuneerd man zien te overleven. Volgens een lokale legende kocht Valkenburg een eenpersoonsbed, en ging hij nooit meer 'naar boven'. Hij was levend dood.


Hoe is het Ton Valkenburg in werkelijkheid vergaan? Hoe leefde hij met zijn verlies, hoe redde hij zich? En wie was de charismatische figuur met de pokerface eigenlijk? Die vragen bleven biologeren. Ieder vakantieseizoen dook bij het op gang komen van de toeristenvluchten het Tenerifeverhaal weer op in de Bollenstreek, als een litteken dat trok. Niemand kende het complete verhaal achter Ton Valkenburg. Tot nu toe zelfs zijn intimi niet.


Tenerife, 27 maart 1977, 16.55 uur


Onzichtbaar voor de bemanning van het KLM-toestel en de luchtverkeersleiding - door nevel en lichte regen kan geen van de betrokkenen zien wat zich meer dan 300 meter verderop afspeelt -komt onder vluchtnummer PA 1736 de Jumbo Clipper van Pan Am Airways over de enige baan van Los Rodeos aangereden. Het uit New York afkomstige vliegtuig, met 25 bemanningsleden en 381 passagiers, koerst recht tegen de startrichting van het KLM-toestel in. De verkeerstoren geeft de Pan Am-reus een helder commando: ga opzij, neem afslag 3. Maar gezagvoerder Victor Grubbs, een betrekkelijke nieuweling op de 747, taxiet door naar afslag 4. Hij mist door het ontbreken van borden de 'poort' - of laat de Clipper er bewust voorbij rollen, omdat deze bocht te scherp is voor zijn toestel. Daardoor blijft het langer op de baan dan gepland.


De cockpit-voicerecorders, de flightdata-recorders en de recorders in de verkeerstoren registreren wat er vervolgens gebeurt. In de KLM-Jumbo worden de gashandels opengedraaid. Co-piloot Meurs attendeert captain Veldhuyzen van Zanten erop dat de verkeerstoren nog geen officiële toestemming heeft gegeven om te vertrekken. Maar de gezagvoerder zet door. Een hiërarchieprobleem, constateren onderzoekers later. Meurs is nog maar kortgeleden 'gekwalificeerd' op de 747. Zijn instructeur: Jaap Veldhuyzen van Zanten.


Rijbewijzen waren voor de dommen, vond Ton Valkenburg. Een echte vent kon zonder. Zo gaf hij 16- en 17-jarige jongens die voor hem klusten doodleuk de opdracht met zijn auto een vouwwagen op te halen bij de fabriek in Apeldoorn. Een clan vormden ze. En hij was de pater familias.


'Vóór de ramp was het anarchisme, kameraderie, feest', zegt Ab Schniedewind. 'Daarna werd alles raar. Elke avond zat ons groepje bij Valkenburg. We gingen bowlen, zuipen, en drie of vier keer per week uit eten bij bistro Les Jumeaux in Bennebroek, maar het voelde niet goed. Ton betaalde. En hij strooide met auto's. Ik kreeg een nieuwe Toyota Corolla van hem, zoals zovelen.'


Valkenburg leek weg te zakken in een depressie. Deed er dagenlang het zwijgen toe. Bleef in bed liggen. Zijn verslagenheid maakte plaats voor agressiviteit. 'Hij werd licht ontvlambaar', zegt huisarts Rol. Zijn patiënt vervreemdde mensen in zijn omgeving van zich door een cocktail van cynisme en botheid.


Schniedewind kon het niet aanzien dat Valkenburg bezig was zichzelf te vernietigen. 'Als je goed keek, was hij niet stoer: hij was een stumper. We kregen ruzie, ik ging weg en heb de autosleutels bij hem ingeleverd.'


Anderen kleedden Valkenburg uit. Zijn buren aan de Weeresteinstraat zien het nog voor zich: 'Hij liet mensen over de vloer komen die alleen maar wilden meedrinken en met hem naar het casino gingen. Natuurlijk had Ton sterker moeten zijn, maar Jezus, hoe kon je het die man kwalijk nemen?'


Hans van den Hoorn huurde enkele jaren een woning naast Valkenburg. 'Er was een echtpaar dat het bonter maakte dan wie dan ook. Die man zat als een sul beneden terwijl zijn vrouw het in de slaapkamer met Ton deed. In ruil daarvoor plukten ze hem.' Verschillende andere bekenden van Valkenburg bevestigen het verhaal. 'In drie, vier jaar was het geld op en lieten zijn nieuwe vrienden hem in de steek.'


Begin jaren tachtig ging de garage van Paradiso Vouwcaravans in vlammen op. Buurtgenoot Rob Weeberg: 'Iedereen dacht: is dat wel zuivere koffie?' Niet echt. Tegen een kennis lachte Ton Valkenburg achter zijn hand dat de verzekeringsmaatschappij rijk genoeg was. De uitbetaalde vergoeding hielp slechts tijdelijk. Huisarts Hugo Rol zat 's winters rillend bij Valkenburg in de kamer. 'Hij had z'n laatste cent er doorheen gejaagd, en doordat de markt voor vouwcaravans instortte, ging zijn zaak definitief naar de donder. Hij zat letterlijk en figuurlijk in de kou. Afgevallen, drankzuchtig, bitter. Ik verloor hem uit het oog. Ton staat als een totale loser op mijn netvlies.'


Tenerife, 27 maart 1977, 17.06 uur


Gezagvoerder Veldhuyzen van Zanten laat de remmen van de Rijn los.


Zijn co-piloot heeft nog even contact met de verkeersleiding, maar er doet zich spraakverwarring voor. De meeluisterende bemanning van de Pan Am-Boeing deelt bij monde van gezagvoerder Grubbs ongerust mee nog steeds over de baan te taxiën. Die opmerking is niet hoorbaar in de KLM-cockpit: het intensieve gebruik van de radiofrequentie veroorzaakt een fluittoon.


Terwijl Veldhuyzen van Zanten vol gas geeft, verhinderen de slechte weersomstandigheden dat hij op tijd de Pan Am-kist ziet. Boordwerktuigkundige Schreuder wordt besprongen door twijfels: 'Is hij er niet af, die PanAmerican?' De gezagvoerder antwoordt gedecideerd: 'Jawel.' Een noodstop is op dat moment nog mogelijk, maar het Nederlandse vliegtuig blijft met ongeveer 250 kilometer per uur afrazen op zijn Amerikaanse tegenligger.


Waardoor heeft de ene mens genoeg kracht om grote klappen te verwerken - tot een verblijf in Auschwitz aan toe -, terwijl anderen ten onder gaan, of kiezen voor zelfdestructie? Jellinek-verpleegkundige Trudy van Bodegom vraagt het zich al jaren af. Ze was bevriend met Lida Valkenburg en zag Ton eind jaren zeventig in hoog tempo afglijden. Psychosociale hulp kreeg hij niet of nauwelijks. De professionalisering van geestelijke bijstand na rampen moest nog beginnen. Dat gebeurde pas na het neerstorten van een Boeing in de Bijlmermeer (1992).


'Ton zweeg altijd als het graf over zijn achtergrond', zegt Van Bodegom. 'Daar zit de sleutel. Zijn gezin was nog heiliger voor hem dan voor anderen. Bijna niemand weet dat hij een eerder huwelijk heeft gehad. Het was ultrakort, die vrouw is bij hem weggegaan. Op een gegeven moment vertelde hij me dat hier of daar zelfs een zoon van hem moest rondlopen.'


Een zoon - dat was ook voor Lida een verrassing. Een onaangename. Pas jaren na de geboorte van de meisjes kwam het geheim uit, herinneren familieleden zich. En dat die zoon nooit iets van zich liet horen, was trouwens wel treurig voor Ton.


Nelleke en Anneke waren dan ook één groot geluk voor Valkenburg, zegt Van Bodegom. Dat bleek wel uit hun nagenoeg identieke geboortenamen: Petronella Johanna en Johanna Petronella. Het tweetal werd verwend: door een verbouwing van het huis kregen de dochters vlak voor 'Tenerife' eigen slaapkamers, voorzien van prijzige hifi. Na de dood van de meisjes troffen familieleden de elpee met de soundtrack van Once Upon a Time in the West aan op de pick-up.


'Het lukte Ton eerst niet om de spullen van Lida en de meisjes weg te doen', zegt Van Bodegom. 'Uiteindelijk haalden we samen de kasten leeg. Ik draag elke winter een door Anneke gebreide sjaal.'


Na de vliegramp vroeg Valkenburg meerdere vrouwen de kleren van Lida aan te trekken. Onmachtige pogingen om haar weer even tot leven te wekken, denken ze. 'Ik heb het één keer gedaan', weet Van Bodegom nog. Een wonderlijk moment, ja, maar ze snapt de onmetelijkheid van Tons verdriet. 'Tegelijkertijd moet ik zeggen dat hij haar snel achter zich liet. Ton vroeg me mee op wereldreis. Als maatje wilde ik dat wel, maar hij had seksuele plannen. Dat wilde ik niet. Niet met de weduwnaar van mijn vriendin.'


Tenerife, 27 maart 17.06 uur


'Wat gebeurt er, wat doet hij nou?', roept gezagvoerder Grubbs in de Pan Am-Jumbo. 'Zo gaan we er allemaal aan.' Verbijsterd ziet de captain het KLM-toestel opdoemen vanuit de mist.


Hij wil zijn vliegtuig met een abrupte manoeuvre van de startbaan af draaien, maar slaagt daar niet meer in. Als Veldhuyzen van Zanten beseft wat er staat te gebeuren, probeert hij zijn toestel zo steil mogelijk op te laten stijgen. De staart trekt een groef van 22 meter in het asfalt. De Rijn komt los - te traag. De 55 duizend liters bijgetankte kerosine vormen een handicap. Enkele seconden later rijt het landingsgestel het Amerikaanse vliegtuig open. De KLM-jet crasht 150 meter verder op de landingsbaan, schuift 300 meter over het tarmac en vliegt in brand. Ook het Amerikaanse vliegtuig staat in lichterlaaie. Alle 248 inzittenden van het KLM-toestel komen om. Van de 396 passagiers in de Pan Am-Boeing overleven 61 mensen de ramp; zij zijn vrijwel allemaal door de explosie naar buiten geslingerd.


Vrijwel alle familieleden van Ton Valkenburg verdwenen kort na de vliegramp uit zijn leven, om er nooit meer in terug te keren. Ze verhalen nu met verbijstering over hem. Enige tijd na 'Tenerife' wilde hij zelf op vakantie. Probleem: Valkenburg had thuis een dalmatiër die het lievelingsbeest van Nelleke en Anneke was geweest. Hij vergiftigde de hond, zodat die kon worden afgemaakt, en hij zijn handen vrij had.


'Ton was niet te harden', zegt zijn schoonzus Els Powell, zus van Lida. 'Ging je langs, lag-ie boven in bed met één of andere vriendin. Of was-ie straalbezopen. Of begon hij je te jennen. Als we hem onder curatele hadden kunnen stellen, zouden we het hebben gedaan. Ton hield z'n hand op bij mijn ouders, en gaven ze niks, dan bedreigde hij hen met de dood. Dat hij op zeker moment niets meer liet horen, was een bevrijding.'


Zelfs Valkenburgs eigen moeder en zijn zussen Annie en Jo meden hem op den duur. Waarom? Een oproep in het Haarlems Dagblad leidt tot contact met de enige van de drie die nog in leven is: Annie, 83, en naar eigen zeggen helemaal bij de pinken.


Ze gaat terug in de tijd, naar de jaren dertig, toen de crisis woedde, en schetst een 'houtjebijterig' katholiek gezin aan de Hoogte Kadijk in Amsterdam. Vader Valkenburg liep in de steun. Hij probeerde het hoofd boven water te houden door de verkoop van bosjes bloemen bij het Centraal Station. Midden in de Tweede Wereldoorlog verliet hij zijn gezin voor een prostituee. 'Er waren twee mensen die Ton en ik haatten', zegt Annie. 'Hitler en dat wijf. In de hongerwinter stuurde mijn moeder ons met een bedelopdracht naar pa. Als er mensen naast hem stonden, wilde hij weleens laten zien hoe goedhartig hij was. Kreeg je een gulden.'


Ton werd een eigenheimer, zegt Annie. Brak expres zijn arm om niet met een kaars in de hand mee te hoeven lopen in de Heilig Hart-processie. Jatte geld van moeder. Mepte mensen in elkaar. Leende op zijn 18de een auto van een buurjongen en verkocht die. 'Zijn lijfspreuk was: 'Niemand weet hoe ik ben.' Als je je in bijzijn van Ton omdraaide, wist je: uitkijken, hij heeft een mes in zijn hand.'


Valkenburg trouwde met Grietje de Vries van de Laagte Kadijk. 'Daar waren ze nóg armer', zegt Annie. 'Maar hij was stapel op haar. Mooie meid, veel haar. Alle vrouwen op wie Ton later viel, leken op Grietje. Al vóór ze trouwden, was ze zwanger. Een half jaar na de geboorte van de baby, Rolf, ging Grietje weg. Ton had bijna nooit werk, en als-ie het had, kieperde hij zijn loonzakje leeg in de kroeg of een gokhuis.'


Van de Amsterdamse zelfkant naar de brave Bollenstreek: het was een stap die Valkenburg eind jaren vijftig, begin jaren zestig zette via Lida. 'Nadat mijn zus was getrouwd met Ton, kregen ze van mijn vader - die al zo'n toko had in Bennebroek - dat Hillegomse Essostation', zegt Jaap Hofman. 'Bij wijze van mooi gebaar. Zo werd Ton het mannetje. Maar door Tenerife flikkerde zijn hele leven in elkaar.'


Wat nooit zou veranderen, was Valkenburgs intensieve omgang met vrouwen. De reeks (dubbele) verhoudingen en minnaressen blijkt oneindig. Hij kon bij vingerknip met iemand in ondertrouw gaan, om de andere week een punt achter de relatie te zetten. Ook viel hij onophoudelijk vrouwen lastig - jong, oud, mooi, lelijk. Sommigen verhalen over aanrandingen en bijna-verkrachtingen.


'Ton liet de echtgenote van gezagvoerder Veldhuyzen van Zanten op een dag weten dat hij haar man niets kwalijk nam', vertelt zus Annie. 'Wat bleek? Hij was van haar gecharmeerd. Hij probeerde het aan te leggen met de weduwe van de KLM-piloot.'


Vlakbij bloemenpark Keukenhof, trots van de Bollenstreek, staat het Total-benzinestation waar Ton Valkenburg begin jaren negentig zijn loopbaan eindigde als pompbediende.


Ruim voor zijn pensioensgerechtige leeftijd werd hem te verstaan gegeven dat hij weg moest. 'Je kon niet van hem op aan', zegt voormalig collega Karin Huizer. 'Maar Ton was een goeie gozer. Dat norse van hem snapte ik wel; ik had ook een kind verloren. Wij wisten het van elkaar, toch hadden we het er nooit over, het was een gesprek zonder woorden. Waarom probeerden zo weinig mensen hem te begrijpen? Ik zag dat hij het allerliefst óók in dat klotevliegtuig had gezeten.'


Ton Valkenburg sleet zijn laatste jaren in een kleine woning aan een nieuwbouwhofje in de Hillegomse wijk Elsbroek. Zijn streken was hij niet verloren. 'Hier staat nog steeds de rekening open van een televisie en een stofzuiger die hij op een gegeven moment kocht', zegt de oude mede-eigenaar van Jac der Nederlanden Electro. 'Met die vouwwagens van hem was vroeger ook altijd wat mis. Oplichter.'


In dezelfde periode bracht Els Powell een bezoek aan de Amsterdamse begraafplaats Westgaarde. 'Ik wilde bloemen plaatsen bij het graf van mijn zus Lida en de meisjes. Maar ik kon het nergens vinden. Ze lagen er niet meer. Bleek dat de directeur van Westgaarde Ton diverse brieven had gestuurd met de vraag of hij het contract wilde verlengen. Geen antwoord. Hij wilde geen cent besteden aan dat graf; het werd geruimd. Toen ik die directeur het hele verhaal vertelde, begon hij te huilen boven de aanmaningen.'


Aan de Hillegomse Brederowende wordt milder geoordeeld over Valkenburg. 'Op de dag in 1977 dat zijn vrouw en kinderen zouden terugkeren van hij vakantie, is hij naar Schiphol gegaan', zegt een buurvrouw. 'Alsof er niets was gebeurd, alsof ze gewoon terug zouden komen. Maar ze kwamen niet. Nooit. Het enige dat van die drie overbleef, was een groot portret in zijn huiskamer.'


Ton kreeg het aan zijn hart, zegt ze. 'Hij stonk. Hij dronk. Rookte als een ketter, zag blauw, zag rood, zag grauw. In zijn woning hingen geen gordijnen, het gasstel was kapot, in de slaapkamer ontbrak vloerbedekking. Er kwam bijna niemand langs, iedereen liet hem barsten, hij had alleen een hondje. Trippie. Dat beest had een verlamd achterlijf en liet alles midden in de huiskamer lopen.'


Ria van der Zande van de thuiszorg bleef Valkenburg trouw. Ook nadat haar periode bij hem er officieel op zat. Ze liet haar dochter Lisa op een zondagmorgen in april 1997 wat boodschappen bij Ton bezorgen. Hij lag op de keukenvloer, bij de ijskast.


In het nabije Diaconessenziekenhuis leefde Valkenburg nog drie dagen. Ria van der Zande ging zo vaak mogelijk langs. 'De avond voor z'n dood zei hij: 'Het is genoeg geweest.' Ik liep weg, had zijn was onder mijn arm - die zou ik de volgende dag terugbrengen. Hij zwaaide, ik zwaaide. 'Tot morgen', zei ik. 'Dat zullen we nog wel zien', antwoordde hij.'


In een hoekje van de lommerrijke Algemene Begraafplaats in Heemstede ligt een anoniem graf, voorzien van een paar bemoste kaboutertjes: X104-A. Hier werd Ton Valkenburg op 67-jarige leeftijd 'van de armen' begraven. Geen van de nabestaanden wenste een financiële bijdrage te leveren. Een handjevol mensen woonde de 3 minuten durende plechtigheid bij. Eén man werd door de meeste aanwezigen niet herkend: Rolf, zoon van, die volgens velen zijn vader altijd aan z'n lot had overgelaten en in eenzaamheid had laten sterven.


'Ik vond het mijn sociale plicht op het kerkhof te verschijnen', zegt Rolf Valkenburg als hij zich heeft laten traceren. Hij is 53, werkt bij een bank en woont in Wormer.


'Op het moment dat mijn moeder bij mijn vader wegging, was ik 9 maanden. Je groeit op, je wordt ouder, je begint te beseffen dat je ooit op zoek moet naar je roots. Begin jaren tachtig, vijf jaar na de vliegramp, las ik een herdenkingsartikel waarin mijn vader voorkwam. Nou ja, mijn biologische vader. Ik wist niet eens dat zijn vrouw en mijn twee halfzusjes op Tenerife waren omgekomen. Sterker, ik wist niet eens dat ik twee halfzusjes hád. Toen heb ik hem gebeld, en nog eens, en nóg eens. Hij wilde niet met me praten. Tien jaar later, op mijn 31ste, werd ik vader. Weer pakte ik de telefoon: 'Je bent opa geworden. Als je wilt, kom ik met mijn zoontje Dave bij je langs.' Nee, kon geen sprake van zijn. Ik heb hem niet laten barsten; hij heeft mij laten barsten.'


In 1996 besloot Rolf Valkenburg in de auto te stappen en naar Hillegom te rijden.


'Ton liet me binnen, maar ik zat tegenover een wildvreemde die zich geen houding kon geven. Toen ik vroeg waarom hij me nooit had opgezocht, zei hij: 'Ik had een ander leven.' Op fotootjes van Dave reageerde hij kil, het interesseerde hem totaal niet. We hebben die avond allebei geen traan gelaten.'


Een jaar later ontving Rolf Valkenburg een telegram ('Die had je toen nog'): 'Ton was dood. Het deed me niet veel. Ik bleek de enige erfgenaam, maar hij had voornamelijk schulden. Het enige dat ik aanpakte, waren foto's. En de dagboeken van Anneke en Nelleke. Die hadden zij bijgehouden tot de dag van vertrek naar Las Palmas. Dat raakte me: sta je daar in enen met de intieme gedachten van de twee zusjes die ik nooit zou leren kennen.'


Wat maakt een mens? Wat maakte Ton Valkenburg? Hij was geboren voor het ongeluk, zegt één van zijn familieleden. 'Misschien nog het meest voor het ongeluk dat hij anderen bezorgde. Ton was een sympathieke ploert. Ik zou zeggen: wie iets van het menselijk tekort wil begrijpen, moet zich in hem verdiepen.'


Over vijf jaar wordt zijn eigen graf geruimd. 'Weg ermee', zegt zus Annie. 'Dan zijn we definitief van hem verlost. Ton beduvelde mensen, deed ze pijn. Weet je wat ik het allerergste vind? Dat hij je chanteerde met je medelijden. Als een familielid, een klant of wie dan ook over zijn wangedrag begon, zei hij: 'Ja, maar de Tenerife-ramp, ja maar mijn vrouw, ja maar mijn kinderen...' Hij boekte desnoods over de rug van de doden zijn voordeeltjes. Wat je ook schrijft: aan mijn broer is niets verloren gegaan.'


Met dank aan Aukje de Vries en de tientallen Hillegommers/streekgenoten die hielpen bij de totstandkoming van dit verhaal, alsmede familieleden en bekenden van Ton en Lida Valkenburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.