Geboren voor de tweede rang

Emile Hendrix is, het moest haast wel, voor het ongeluk geboren. Al twintig jaar lang hangt de 44-jarige Limburger in de springpistes waar ook ter wereld de schlemiel uit....

Van onze verslaggever Martien Schurink

De aaneenschakeling van pech, tweede en derde plaatsen en andere narigheid heeft van Hendrix bijna een cynisch mens gemaakt. Winnen, wat heb je er eigenlijk aan? Maandag sta je, zo zei hij ooit, in de krant, woensdag wordt daarin de vis verpakt en vrijdag pas kom je aan bod in het paardenblad De Hoefslag.

Een geboren verliezer, maar ook een verliezer die misschien wel tegen beter weten in blijft geloven in dagen zonder tegenslag. En waarom zouden die dagen niet de dagen van Indoor Brabant kunnen zijn, het paardenfestijn in Den Bosch dat hem al zo lang zo dierbaar is? Hij zou, als hij het dan toch voor het kiezen heeft, het liefst willen schitteren op de zondag dat de paarden worden gezadeld voor de kwalificatiewedstrijd van de wereldbeker. Want dat heeft hij nog nooit gepresteerd. Dan tel je pas mee, dan haal je de krant.

Hendrix heeft er duidelijk zin in. Zijn merrie Finesse gelukkig ook. De architect van dienst, Henk-Jan Drabbe, heeft het hout in de Brabanthallen gevaarlijk hoog opgestapeld. De duizenden op de tribunes kunnen de paarden en hun berijders horen kreunen boven de oxers. Het regent strafpunten, vier, acht, zestien zelfs. Olympisch kampioen Ludger Beerbaum, oud-wereldkampioen Franke Sloothaak, voormalig nummer een van de wereld John Whitaker en een heel regiment Nederlanders verspelen hun kansen op de driesprong. Maar Hendrix en zijn merrie blijven fier overeind en plaatsen zich na een magistrale ronde voor de finale.

De verre van contactgestoorde Limburger bereidt zich geconcentreerd op de beslissende rondgang voor. Neemt op het voorterrein nog even wat proefsprongen voor en mijdt elk contact met de buitenwereld. Het is nu of anders misschien nooit meer, want zoveel tijd van leven zal hem als ruiter niet meer zijn vergund. 'Ik ga zeker niet tot mijn zestigste op een paard zitten.' Hendrix wordt hartstochtelijk toegejuicht als hij de piste betreedt en een minuut later nog hartstochtelijker uitgezwaaid. Geen balk getoucheerd, laat staan laten vallen, en ook nog eens een scherpe tijd gerealiseerd, 31,60 seconden.

Zijn twee Ierse tegenstrevers kunnen hem dat niet nadoen. Peter Charles neemt in de haast een balk mee, Trevor Coyle loopt tegen een weigering op. Alleen Lars Nieberg, net als Hendrix een eeuwige tweede, kan de pret nu nog bederven. Bij het betreden van de piste schreeuwt Beerbaum zijn landgenoot toe hoe hij Hendrix te grazen kan nemen. 'Je kunt een seconde winnen door de bocht naar de bruine oxer scherp aan te snijden.' Nieberg knoopt de tip in zijn oren en pakt die seconde inderdaad. De arme Hendrix kan wel janken. Eens een schlemiel, altijd een schlemiel.

Een schlemiel met beperkingen, dat weet Hendrix zelf maar al te goed. 'Ik wil mezelf niet naar beneden praten. Ik weet heus wel dat ik geen klojo ben, maar ik heb de pech dat ik te maken heb met exceptionele concurrenten. Met mannen als Beerbaum, de broers Whitaker, Sloothaak en Lansink. Hun niveau heb ik niet en zal ik ook nooit bereiken.'

Gelukkig is het niet een en al kommer en kwel en zwartkijkerij. Er kunnen nog mooie tijden komen, zo mijmert Hendrix, misschien zelfs volgende maand al wel tijdens de wereldbekerfinale in Göteborg. In de afgelopen twintig jaar mocht hij daar nooit opdraven. Nu wel, want met zijn tweede plaats verdient hij meer dan voldoende punten om zich voor het finalefeest in de Zweedse stad te kwalificeren. 'Toch mooi dat ik dat op mijn oude dag nog een keer mag meemaken.'

Wat de toekomst verder brengt, ach, Hendrix zal wel zien. Hij heeft geleerd om bij de dag te leven. Niets is zeker in het leven van een ruiter. In 1995 dwong een hernia hem tot zeven maanden rust, vorig jaar tobde zijn merrie geruime tijd met een mysterieuze beenblessure. En dan heeft hij ook nog eens te maken met ene Huis in 't Veld, de eigenaar van Finesse. De merrie is miljoenen waard. 'Het is maar net wat de gek ervoor geeft.' En als zo'n gek nou eens pakweg vijf miljoen biedt? Zal Huis in 't Veld zo'n bod afslaan? Hendrix: 'Ik denk van wel, want ik heb hem leren kennen als een man zonder financiële pretenties.'

Hendrix ziet zijn tweede plaats beloond met een cheque ter waarde van 23 duizend gulden. Een aardig bedragje, maar een schijntje vergeleken met de hoofdprijs die Wout-Jan van der Schans zaterdagavond in de wacht sleept met zijn overwinning in zomaar een rubriekje. De Veluwenaar verlaat de piste achter het stuur van een Volvo met een marktwaarde van een kleine zestig mille.

Hendrix is niet jaloers, zijn bedwinger Nieberg, winnaar van 35 duizend gulden, evenmin. 'Geef mij de poen maar', zegt de Duitser, 'auto's heb ik meer dan genoeg.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden