Geboren tienkilometerman nam telkens de B-route

Bob de Jong

Het verhaal wil dat Bob Johannes Carolus de Jong op een dag vanuit de huiskamer van zijn opa en oma schaatsers voorbij zag komen op de Nieuwkoopseplassen, zich naar buiten haastte, op zijn rode laarsjes het ijs opliep, door de knieën ging, de handen op de rug legde en schaatsbewegingen begon te maken. Hij was vier.


Bob de Jong werd geboren in een gebied dat was geschapen voor de schaatser, de polders rond de Westeinderplassen - met hun sloten en vaarten die zelfs in hete zomers smeekten om zwart ijs.


Zijn eerste tien kilometer reed hij in de week waarin Evert van Benthem zijn tweede Elfstedentocht won, in februari 1986. Hij was toen negen. Over de mooie Drecht ging het, langs Vriezekoop en weer terug naar de ijsbaan van ijsclub Nut en Vermaak in Leimuiden, waar hij woonde. Toen had je eigenlijk al kunnen weten dat in Bob de Jong een stayer school. Ver voor jongens die jaren ouder waren, gleed hij Leimuiden weer binnen.


Zijn genen stuurden de uitzonderlijk lage lactaatproductie in zijn spieren, waardoor het melkzuur hem veel later dan anderen begon uit te putten. Er moet al iets van het intuïtieve ijsgevoel zijn geweest, iets van de perfecte timing van de afzet die hem tot een van de meest efficiënte schaatsers ter wereld zou maken.


Misschien kon hij al een beetje wat zijn huidige trainer Jillert Anema meteen opviel toen hij zich verdiepte in De Jongs stijl: dat hij achterop kon blijven zitten en er toch in slaagde voorover te hangen om zo onder de wind door te duiken.


Moet je 'm zien schaatsen, zei Bart Veldkamp, oud-stayer en trainer. Het lijkt wel of hij zwalkt. Maar dat was maar schijn. Niemand raakte het ijs zo goed als Bob. Kijk, zei Veldkamp, je moet straks 25 keer 30,3 rijden om olympisch kampioen te worden. Dat kan niet op kracht, alleen op efficiency. De nieuwe tienkilometerrijder is een mager ventje, zei Veldkamp. Bob was zijn tijd vooruit, hij was altijd al een nieuwe tienkilometerman geweest. Hij had bij BAM zelfs de krachttraining eruit gegooid.


Er moest in de jonge Bob de Jong ook al de liefde zijn geweest voor de eindeloos herhaalde beweging. Dat was volgens Ingrid Paul, die hem in 2002 naar zijn olympische titel op de tien kilometer leidde, misschien wel Bob de Jongs grootste geheim: hij hield intens van rondjes rijden.


Bob de Jong was een stil en verlegen jongetje, dat zich uitte via de sport. Dat was ook nog zo toen hij als junior bij Herman Nota ging trainen, op de ijsbaan van Haarlem. Nota zag iemand met een hoge sportintelligentie. Maar ook een introvert mens.


Ergens rond die tijd moet het imago zijn geboren dat het leven van Bob de Jong tot op de dag van vandaag bepaalt. Het imago van de zonderling, de anti-held, de schlemiel. Dat van de contactgestoorde einzelgänger die vaak niet zo goed raad leek te weten met de wereld om hem heen.


'Gekke Bob': in die omschrijving van Sven Kramer werd kort samengevat hoe veel mensen in het schaatswereldje tegen Bob de Jong aankeken.


Bob de Jong, aan wie, als een van de weinige toppers van zijn generatie, het grote geld voorbij was gegaan. Hij was geen Romme en ook geen Kramer, mannen die een sponsornaam konden dragen. De Jong had de klasse, niet de uitstraling. En hij had ook nog een merkwaardige voorkeur voor rare kapsels en keek vaak alsof hij alweer de laatste trein had gemist. Waar Sven in een BMW kwam aanzetten en Romme in een Porsche, was Bob het boegbeeld van de Bob-campagne, in een Golfje.


Bob past nu eenmaal niet in een Porsche, zei Peter Plevier, de pr-man van BAM.


Bob, zei schaatstrainer en columnist Geert Kuiper, wás niet alleen apart, hij wilde ook graag apart zijn. Als ze in een hotel zaten, en iedereen ging via route A naar de ijsbaan, zocht De Jong net zo lang tot hij een route B had gevonden. Die hij vervolgens angstvallig geheim hield. Wat Bob ook graag deed, was tegen de richting in schaatsen. Of omhoog skieën. Hij maakte soms vreemde keuzes, zei Kuiper, maar als je dan verbaasd naar Bob keek, zag je dat hij ze volkomen normaal vond. Dat hij gisteravond niet bij de uitreiking van de Jaap Eden Trofee was: typisch Bob.


Er school soms ook iets ongemakkelijks, in de wijze waarop Bob de Jong zich manifesteerde. Toen Sven Kramer in Vancouver verkeerd wisselde, waardoor Bob de Jong brons won, juichte hij misschien net iets te hard. Toen Kramer dit seizoen terugkeerde, vond Bob de belangstelling maar overdreven, Hij was toch de kampioen? Er klonk frustratie in door, zei Geert Kuiper. Bob moest zichzelf blijven, vond hij. Niet geforceerd populair gaan doen. Kuiper ergerde zich bijvoorbeeld aan Bobs act met de handen op de knieën, tijdens een race. Dat was allemaal toneel, om het erger te laten lijken dan het was en dat had hij niet nodig.


Bobs hele loopbaan was een zoektocht naar erkenning, zei Bart Veldkamp. En soms leek hij wraak te willen nemen op de wereld die hem die erkenning onthield, en dan ging hij de mist in.


Bob was nu eenmaal Bob, zei Peter Plevier. Bob was ontzettend goed in op het verkeerde moment de verkeerde dingen tegen de verkeerde mensen zeggen. Er zat iets dwars in zijn karakter. Als je onderhandelde met een vegetarische sponsor, zou hij zomaar kunnen beginnen over lekkere biefstuk.


Ergens zat er misschien wel een minderwaardigheidscomplex achter Bobs gedrag, dacht Peter Plevier. Een gevoel altijd miskend te zijn en nooit helemaal serieus te zijn genomen. Dat hij altijd als een loser werd gezien, hoe mooi hij zijn palmares ook optuigde. Daar kon je recalcitrant van worden.


Toen hij na 1998 een professionele ploeg vormde met Gianni Romme, overheerste Romme hem niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Een jaar later formeerde Peter Müller het Dreamteam van Spaar Select: opeens kon je als schaatser miljonair worden. In het gezelschap primadonna's rond Romme en Jan Bos was Bob de Jong Müllers pispaal.


Na de overstap naar TVM leek alles ten goede te keren: De Jong begon als een van de favorieten bij de Spelen van Salt Lake City. Maar hij werd roemloos dertigste op de vijf en vijftiende op de tien kilometer. Hartverscheurend stond Bob de Jong te snikken in de catacomben. Hij begreep er niks van.


De Jong had zijn eigen illusies aan gort gereden. Bob, zei Bart Veldkamp, kon zich heel goed rijk rekenen. Dan was hij in zijn hoofd al de beste, terwijl de race nog moest beginnen. En als dan het plaatje in zijn hoofd niet klopte met de harde realiteit van de rondetijden, ging er in Bobs hoofd iets behoorlijk mis. Dan kon hij zomaar opgeven.


Soms, zei Ingrid Paul, was Bobs realiteitszin niet helemaal in orde. Was hij onderweg al zo bezig met de vraag hoe hij op het hoogste trapje van het erepodium zou springen, dat hij helemaal vergat door te schaatsen. Zo Bob een probleem had, dan was het de moeite die hij had zich te blijven focussen.


Vier jaar na het echec van SLC stuurde coach Ingrid Paul hem in Turijn na de 5K weg uit het olympisch dorp naar Collalbo. Ze wist dat Bob zijn focus zou verliezen als hij bleef. In het bergdorp ging Bob skieën, zijn andere passie. Na terugkeer boekte hij op de 10K de grootste zege uit zijn loopbaan. Eindelijk had hij de top van de Olympus bereikt.


Het was schijn. Een maand later stond er een kapotte, geknakte en afgeknapte schaatser bij Herman Nota voor de deur. Bij Telfort hadden ze zijn contract niet verlengd en de andere profploegen zaten vol. Bob de Jong had gewonnen, maar was toch weer de loser. Nota zei dat hij hem zou helpen. Even later reed Bob vrolijk op een oude damesfiets door Berlijn, zijn schaatsen in een wit mandje aan het stuur. Hij trainde bij Bart Schouten, de man die Nota en De Jong nog kenden uit Haarlem.


Even leek de Olympisch kampioen weg te glijden in de sportieve anonimiteit. In 2007 ontbrak hij voor het eerst bij de WK Afstanden. Maar in 2008 was hij er weer bij en won brons op de 10K. Bob de Jong was begonnen aan de volgende comeback. Dit voorjaar werd hij met supertijden wereldkampioen op de 5 en de 10.


Bart Veldkamp zei dat Bob de Jong de beste stayer aller tijden was. Je moest, zei hij, niet vergeten hoe allemachtig moeilijk het was dertien blank te rijden op de tien. Laat staan nog harder. Hem was het nooit gelukt. Bob deed het aan de lopende band.


In 2010 kwam Bob de Jong bij de BAM-ploeg. Het leek of hij eindelijk thuiskwam. Coach Jillert Anema begreep Bob. Zo moeilijk was dat niet, vond hij: Bob wilde winnen. Als je Bob een beetje leerde kennen, zei Anema, dan besefte je dat einzelgänger en sociaal dier een schijnbare tegenstelling was. Bob, zei Anema, verplaatste zich van gezellige plaats naar gezellige plaats, langs zijn eigengekozen route, vaak alleen. Hij vond De Jong een lieve jongen, zo'n type dat wegliep als er ruzie was. Hij waardeerde Bobs ongecompliceerde echtheid.


Als Bob nou een Amerikaan was geweest, zei zijn voormalige ploeggenoot Erben Wennemars, dan hadden we hem allemaal zó'n pik gevonden. Lekker eigenzinnig en een beetje raar, soort Shani Davis. Maar hij was een Nederlander, en daar accepteerden we minder van.


Bob was inmiddels 35, maar hij vertoonde geen enkel teken van slijtage. Volgens Anema kon hij nog zeker tot zijn veertigste mee op topniveau.


Bob de Jong was dit jaar de enige Nederlandse sporter die een individuele wereldtitel won. Dat bleek gisteravond niet genoeg om Sportman van het Jaar te worden. Iemand die van de rekstok lazerde kreeg de voorkeur. Dat was nou typisch iets voor Bob de Jong, winnaar met een losersimago.


CV


1976


Geboren in Leimuiden 1995


Goud WK allround junioren


1996


Goud WK allround junioren.


1998


Zilver 10K, OS Nagano


1998-2000


SpaarSelect


2000-2002


TVM


2003-2006


Team Telfort


2006


Goud 10K, OS Turijn


2007-2008


4de Dancing With The Stars


2008-2010


VPZ


2010


Brons 10K, OS Vancouver


2010-heden


BAM


2011


Oscar Mathisen Trofee


Zes wereldtitels op 5 en 10 km en 8 nationale titels.


Bob de Jong is single.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden