Geboorterituelen in de Derde Wereld

ALS EEN KRAAN loopt, voelen mensen soms een aandrang om te urineren. Als iemand gaapt, doen de omstanders hetzelfde en als een persoon lacht, lachen anderen ook, zelfs als ze niet weten waarom er gelachen wordt....

De ervaringen zijn onmiskenbaar, maar niemand kan ze verklaren. Wat er in ons lichaam gebeurt, hangt samen met wat er buiten het lichaam plaatsheeft. Het gelijke roept het gelijke op. De 'verbinding' ziet er metaforisch uit, maar hoe die in zijn werk gaat, begrijpen we niet. Sommigen noemen het 'verbeelding', anderen 'placebo-effect' - woorden die het niet-weten toedekken. Weer anderen spreken van 'magie'. Hoeveel magie kan de wetenschap verdragen?

Gelooft de wetenschapper dat een bevalling beter verloopt als alle ramen en deuren open staan? Of dat de baby kaal geboren wordt als de moeder veel eieren eet? Toen de antropologe Annette Drews tijdens haar onderzoek in Zambia een bevalling bijwoonde die niet wilde vlotten, werd haar gevraagd of zij misschien een onderbroek aanhad. Zij moest hem onmiddellijk uitdoen, want volgens de aanwezige vrouwen hield die de komst van het kind tegen.

Toen Anja Krumeich, een andere antropologe, een kind kreeg tijdens haar verblijf op Dominica, raadden de vrouwen haar aan met haar zoontje buiten te gaan wandelen als het nieuwe maan was. Het kind zou er beter van groeien.

Waarom vinden wij het een wel en het ander niet aannemelijk? Waarom zou het principe dat het gelijke het gelijke oproept de ene keer wel en de andere keer niet opgaan? Waarom zou de lopende kraan wél, maar de open deur niet werken? Hoe effectief zijn metaforen?

Zwangerschap, bevalling en baby's hebben altijd en overal magie en metaforen aangetrokken. De onzekerheid over de afloop, de gevaren en angsten maken mensen vindingrijk bij het zoeken naar veilige technieken, variërend van magische rituelen tot de meest geavanceerde medische ingrepen.

De antropologe Yvonne Lefèber en de kinderarts Henk Voorhoeve hebben gebruiken rond geboorte en zorg voor kleine kinderen uit de hele wereld bij elkaar gebracht. Het is - helaas - niet hun bedoeling geweest in te gaan op het waarom en de diepere betekenis van deze gebruiken. Vragen over de effectiviteit van 'magische' methoden komen niet aan bod.

Lefèber en Voorhoeve registreren wat anderen hebben geschreven en putten ook uit eigen onderzoekservaringen. Het geheel wordt in chronologische volgorde gepresenteerd: prenatale periode, bevalling, postnatale periode, zorg voor kleine kinderen en geboortespreiding. In het laatste hoofdstuk bespreken zij de medische implicaties van diverse gebruiken. Gevaarlijke praktijken zoals het smeren van koemest op de navelstreng, het knippen van amandelen, clitoridectomie (verwijderen van de clitoris) en infibulatie (wegsnijden van de schaamlippen) worden bekritiseerd.

In hun epiloog pleiten de auteurs voor 'tweerichting-verkeer' tussen 'hier' en 'ginds'. Zwangerschap, bevalling en zuigelingenzorg zijn erg gemedicaliseerd in onze maatschappij en in de ons omringende landen nog veel meer. Een thuisbevalling komt in Nederland nog in ruim eenderde van de gevallen voor, terwijl die elders in de westerse wereld praktisch is uitgestorven.

Een bevalling zonder verdoving, hier nog standaard praktijk, wordt in andere landen als een anachronisme beschouwd: onvoorstelbaar primitief en dat in zo'n beschaafd land. In vergelijking met veel 'ver-weg'-culturen is kinderen krijgen in onze eigen cultuur echter maar een koude klinische bedoening.

Lefèber en Voorhoeve noemen vijf traditionele praktijken die - terecht - enige navolging hebben gevonden in het Westen. Het zijn voorbeelden van denk- en leefwijzen waarin de dokter nog niet de baas is bij de bevalling en het in leven houden van de baby.

Hun suggesties voor culturele uitwisseling zijn: de verticale positie van de vrouw tijdens de bevalling, de 'kangoeroemethode' in plaats van de koude couveuse, borstvoeding, het dragen van jonge kinderen tegen het lichaam, en de permanente nabijheid van ouders bij hun kind als dat ziek is. Een zesde traditie, de thuisbevalling, wordt blijkbaar te vanzelfsprekend geacht om speciaal genoemd te worden. En een zevende, de couvade (vader in het kraambed), komt in het hele boekje niet voor, terwijl die wel degelijk overweging verdient in de Nederlandse situatie.

Ook de obstetrische metaforen en hun magische effecten komen niet ter sprake in het culturele uitwisselingsprogramma. Een gemiste kans. Als er ergens ruimte is voor een discussie over de fysische werking van poëzie, is dat bij zwangerschap en bevalling. Via de omweg van andere culturen moet het mogelijk zijn tot een dieper inzicht te komen in de metaforische reacties van het lichaam. Voorlopig valt de werking van poëzie op zwangerschap en bevalling echter nog buiten de wetenschap. Maar dat zegt meer over de wetenschap dan over de poëzie.

Sjaak van der Geest

Yvonne Lefèber & Henk W.A. Voorhoeve: Indigenous Customs in Childbirth and Child Care.

Van Gorcum; 103 pagina's; * 40,-.

ISBN 90 232 3366 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden