Gebed zonder end

Mag je een Joodse vrouw, die in de oorlog haar halve familie verloor, verwijten dat ze zelf bezetter is geworden? Vlak voor de reis van minister Timmermans naar het Midden- Oosten, portretteert Frénk van der Linden een Nederlands-Israëlische koloniste op de bezette westelijke Jordaanoever.

Achter de 40 centimeter dikke muur van de schuilkelder in de villa van Hella Hartman staan Hollandse klompen. 'Een fijne bergruimte', zegt ze. 'Het is verboden in deze nederzetting huizen te bouwen zonder schuilkelder. Ik sta er niet eens meer bij stil. Je moet leven, doorleven, overleven.' Toen ik ruim vijfentwintig jaar geleden voor het eerst in Ariel kwam, hing bij Hella een automatisch geweer aan de kapstok. Zoon Ilan diende bij een anti-terreureenheid. Zijn moeder cultiveert haar nuchterheid over zulke zaken. 'Als je je door angst laat leiden, word je gek. Stel dat minister Timmermans binnenkort langskomt. Dan zeg ik: wij zijn nooit bang. Gaan we eraan, dan gaan we eraan.'


Het is onmogelijk om de Westbank op te rijden zonder vooroordeel. Sterker, zonder oordeel. Of je moet het nieuws nooit volgen. In mijn geval luidt het oordeel: hoe afkeurenswaardig het Palestijnse geweld ook mag zijn, hier wonen een paar honderdduizend 'foute' Israëli's. Kolonialen. Maar journalistiek bestaat bij de gratie van nieuwsgierigheid. Dus denk ik bij het indrukken van het gaspedaal: kom op Hella, help me van mijn zwart-witvisie af.


Door de voorruit zie ik hoe een oude kinderbijbel zich openvouwt. Rotsige heuvels, kampementen van bedoeïenen, knoestige olijfbomen, schaapherders, kruidenmarkten, vrouwen in zwarte gewaden. Gebeden galmen door een gehucht. Zoete bakkerijgeuren. Onschuldig maar schuldig landschap. Cisjordanië, zeiden de Engelsen vroeger. Het Land van de Aartsvaderen, denken vrome Joden. Bevrijd gebied, menen nationalistische Israëli's. Bezet gebied, roepen critici. De westelijke Jordaanoever, stellen neutrale waarnemers vast. Wie zich niet door romantiek laat meeslepen, staat tussen de schamele Arabische dorpen met hun moskeeën en autokerkhoven stil bij wolken Israëlisch prikkeldraad, met daarachter een hoge betonnen afscheiding die zich van het ene naar het andere dal slingert. 'De nieuwe Berlijnse muur', zei wijlen PLO-leider Arafat. 'Ter voorkoming van aanslagen', zeggen politici in Tel Aviv.


Zestig kilometer ten noorden van Jeruzalem tekent zich Ariel af. 'Gods Leeuw' lijkt met z'n pastelkleurige woningen, zonnecollectoren en z'n tuinen vol granaatappelbloesem en bougainville een stedelijk fata morgana. Het smetteloze, naar verf en cement geurende prefabstadje wordt een yuppienederzetting genoemd. De plastic flessen waarmee elke vierkante meter Palestijns gebied bezaaid is, worden hier keurig in kooien gedeponeerd. Je komt deze gated community niet zomaar binnen: bij de slagbomen houden soldaten, mitrailleur op schoot, de wacht. Elke vijf minuten passeert een patrouille van de Israeli Defense Forces.


Hier woont en werkt Hella Hartman (78), bij wie ik sinds eind jaren tachtig meermalen te gast was. Naar eigen zeggen 'een echte Amsterdamse jodin met een grote bek'. Ze is grafica, maakt papiersneden en doceert. Geen religieuze hardliner, wel een vrouw die houdt van weinig subtiele opinies. 'Pesten, Arabieren doen niets liever. Ook onderling: altijd oorlog. Gelukkig, want daaraan danken wij ons voortbestaan.'


'Laat de Arabieren vertrekken naar Jordanië, daar hebben ze ruimte zat.'


'Wat Arabieren hun vrouwen aandoen... Achterlijke debielen!' Palestijnen is een woord dat Hartman mijdt. 'Het zijn Arabieren', zegt ze, 'en mijn belangrijkste punt is dat zij niet te vertrouwen zijn. Als je hen je rug toekeert, steken ze er een mes in.' Wie zo generaliseert, werp ik tegen, is een racist. 'Hou toch op! Zo ben ik niet, dat weet je best. Ik heb het niet over iedereen.' Ze schatert. 'Ik heb het over een groot deel van die mensen. Je kunt alleen maar zaken met ze doen als je een vuist toont.'


Haar mantra is dat Israëlische soldaten 'te engelachtig' reageren op Palestijns verzet. 'Onze jongens gebruiken knuppeltjes en traangas, zielig. Toen koning Hussein nog over de Westbank ging, stuurde hij bij rellen gewoon tanks. Hij liet zijn mensen dan flink wat lui neerschieten. Vervolgens was hij in hun ogen de held. Hij dwong respect af. En nog eerder, in de tijd dat de Britten het hier voor het zeggen hadden, hingen zij na een oproer driehonderd Arabieren op. Dat zijn methoden die werken.' Net als je denkt dat met Hartman niet te praten valt, komt ze met een onverwacht verhaal. Haar tuinman heeft 'een Arabische knecht, een aardige jongen met wie ik aan m'n keukentafel koffie drink.' En weet ik nog dat ze haar woning heeft laten optrekken door een Arabische aannemer? De Joodse bouwer met wie ze eerst in zee was gegaan 'haalde ons financieel het vel over de neus, kortom: was zo jiddisch als de pest'.


Omar Salim speelde niet vals, verstond zijn vak, en sprak goed Engels. Zeker, ik herinner me hem. Ik herinner me ook een gesprek bij hem thuis. 'Mijn volk bouwt Joodse huizen op grond die we als ons eigendom beschouwen', zei hij. 'We kunnen niet anders. We hebben geld nodig. We willen niet als katten in de straten leven. Natuurlijk is het schizofreen: je zet iets neer dat je het liefst direct zou afbreken.'


Geen boom te bekennen, geen vlinder - alleen maar zand en stof. Zo troffen de Joodse settlers begin jaren zeventig deze heuvel aan. Palestijnen repten over 'De berg des doods', waar demonen heersten. 'Zelfs hun ezels bleven liever beneden', weet Hella. De pioniers die Ariel hier grondvestten, kregen lof van Simon Peres en zijn linkse Arbeiderspartij, uitvinder van de nederzettingenpolitiek. Het eerste decennium leek de verhouding tussen de kolonisten en Palestijnen een perfect voorbeeld van vreedzame coëxistentie. Het nabijgelegen Salfit stond bekend als een communistisch bolwerk, maar Hella en andere inwoners van Ariel deden er gerust boodschappen.


Hun burgemeester Ron Nachman liet zich graag door de lokale kapper scheren. Tot hij het gevoel kreeg dat het mes van de barbier iets te weifelend over zijn adamsappel raspte. Dat was in 1987, na het uitbreken van de eerste intifadah. Salfit bleek een brandhaard van de opstand. De Israëlische overheid liet huizen dichtmetselen of platbulldozeren en arresteerde iedereen die zich te revolutionair gedroeg. Weeklagend en in de lucht schietend droegen Palestijnen hun martelaren ten grave.


Hella loodste me binnen bij burgemeester Nachman, die niets begreep van de onvrede. 'Deze mensen hebben alles aan ons te danken: water, aansluiting op het elektriciteitsnet, telefoon, medische zorg, geasfalteerde wegen, bussen... Hun infrastructuur is gefinancierd met Israëlisch belastinggeld. Ik vraag u: zijn de Palestijnen zo behandeld in landen als Jordanië, Egypte en Syrië? Steek uw licht maar op in de Palestijnse stad die Assad kapot heeft laten bombarderen.' Anno 2013 staat bij de afslag van Ariel naar Salfit, in het gebied van de Palestijnse Autoriteit, een groot bord: 'The entrance for Israeli citizens is forbidden, dangerous to your lives and against the Israeli law.'


Twee soldaten spreken me vermanend toe. 'Als je leven je wat waard is, maak je dan uit de voeten. Ze zijn in dat dorp niet zo aardig als wij.' Terwijl Hella de tafel vol zet met humus, een pan soep, pitabrood en schalen rauwe groenten, haalt ze de schouders op. 'Wees nou maar blij dat wij zo goed op je veiligheid letten, meneer de journalist.' Aan de andere kant van de vallei waarover we uitkijken, ternauwernood een kilometer verderop, ligt een Palestijns dorp waar zij nooit een voet heeft gezet. 'Mij te link.'


Het meest confronterende moment in een meningsverschil is het ogenblik dat je de ander gaat begrijpen, dat het besef daagt: ik zou in die positie misschien op dezelfde wijze denken en handelen. Het slaat door me heen als Hella vertelt over een oude portretfoto in haar atelier. De man met het vrouwelijke gezicht, het hoornen brilletje en de donkere lokken is haar vader. 'God, wat was hij zachtaardig', zegt ze. 'Ik weet nog dat hij mooie lange nagels had. Hij was econoom, zat in de oorlog bij het verzet, vervalste identiteitsbewijzen.' De Duitsers pakten Jacq Hartman in '44 op. Hij kon niet verbergen wat niet te verbergen viel: hij was besneden. 'Mijn vader werd samen met Anne Frank, een ex-leerlinge van hem, bij het laatste transport uit Westerbork weggevoerd.'


Het briefje dat hij onderweg naar Dachau uit de trein gooide, is haar dierbaarste bezit. 'Lieve Hella, gefeliciteerd met je verjaardag. Ik hoop je spoedig terug te zien. Help moeder maar flink. 10 stevige zoenen van vader Jacq.' In 1957 emigreerde Hella Hartman op 22-jarige leeftijd naar Israël. Alleen. 'Socialistisch en ondernemend was ik', zei ze eens tegen me. 'Niet het type dat op iedere straathoek wordt verkracht.' Ze vereenzelvigde zich met het zionisme, de Joodse nationale beweging die was begonnen met het koloniseren van Palestina. 'Onze eigen staat had mensen als ik nodig. Daar wilde ik carrière maken, een grote familie stichten. We laten ons niet uitroeien.' Ze trouwde met Gabbi, een warme, wijze man die als militair zijn leven op het spel zette voor Israël. Vier zoons: Yoram, Ilan, Hagai, Gidon. 'Goed getrainde vechters', hield ze zichzelf altijd voor. 'Rustige kerels over wie ik me geen zorgen hoef te maken. Geen tranen, geen buikpijn en geen tralala.'


Oorlog, ach, vertel haar wat over oorlog. In de decennia na '40-'45 was er altijd wel wat. 'Ik ben immuun geworden voor dreiging, of het nu om Libanon, Iran, Irak of Syrië gaat. Als ik op mijn balkon sta, adem ik frisse lucht in, zie ik dat Ariel een oase is, en denk ik: ook vandaag heeft de supermarkt weer verse Israëlische roquefort. Wat kijk je me nou raar aan?'


Je kunt in haar nederzetting van de stoep eten. De straten worden deels door Palestijnen geveegd, de vuilnisbakken door Palestijnen geleegd. In een zee van witte vlaggen met de zespuntige blauwe Davidsster doen de waterdragers hun werk. Veel van de arbeiders komen uit Salfit. 's morgens parkeren ze hun auto's buiten Ariel, waarna ze onder begeleiding de slagbomen voorbij gaan. Hun vaste klacht luidt dat de salarissen ver beneden die van Israëlische collega's liggen. 'Niemand verplicht zulke mannen hier aan de slag te gaan', zegt ze. 'Het is geen slavenarbeid. In Beiroet, Amman en Caïro vinden ze geen werk. Wel in Ariel. Ze kiezen er zelf voor.' In de ogen van veel kolonisten moeten de Palestijnen zich gelukkig prijzen vanwege de bezetting. 'Hun welvaart is sinds onze komst sterk toegenomen', teken ik in de enclave op. 'Maar als ze met ons samenwerken, krijgen ze te maken met extremistische organisaties als Hamas.'


In verklaringen van de fundamentalistische organisatie wordt 'afgedwaalde broeders' voorgehouden dat 'coöperatie met Joodse vijanden een misdaad' is. Vooral wanneer inlichtingen over andere Palestijnen worden verstrekt. 'Ons belangrijkste doel is die collaboratieplaag stoppen. Om dat te bereiken, nemen we collaborateurs gevangen. Verder bieden we het collaboratieprobleem het hoofd door deze criminelen te vermoorden.' 'Jonge Arabieren zijn van harte welkom', zegt Hella Hartman als ze me de uitbreidingen laat zien van The University of Judea & Samaria. 'Wij wilen behulpzaam zijn bij het opkrikken van hun niveau. Als ze maar van goede wil zijn.'


Hoe langer ik met haar praat, hoe sterker ik moet denken aan vergelijkingen die worden gemaakt met de ZuidAfrikaanse apartheid. 'Flauwekul, echt flauwekul. Durf onder ogen te zien dat dit vooruitgang is. Wat wil je dan? Nog meer strijd, nog meer bloedvergieten? Ik kan je niet volgen.'


Hoe provocerend kan politieke lectuur zijn? In de tas van minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans zal tijdens zijn bezoek aan het Midden-Oosten ongetwijfeld het recente rapport Tussen woord en daad zitten, opgesteld door de Adviesgroep Internationale Vraagstukken. Dit onafhankelijke orgaan (geleid door de VVD-minister van Staat Frits Korthals Altes) heeft een brisant stuk geproduceerd. Als Israël niet stopt met het bouwen van en in nederzettingen, schrijft de AIV, kunnen straffe consequenties niet uitblijven. De EU moet dan denken aan 'een beperking of bevriezing' van de relaties, en het 'afkondigen van een verbod op importeren' van producten uit nederzettingen.


In Ariel zijn de heimachines en betonmolens volop in bedrijf. In het snelgroeiende bedrijvenpark, in nieuwe wijken. In het verleden zei Hella Hartman al dat van een bouwstop geen sprake was. 'Officieel mogen we alleen gebouwen neerzetten waarvoor in een eerder stadium toestemming is gegeven. Maar ik zie steeds meer dingen die volgens mij niet helemaal legaal zijn.'


Met geld van Amerikaanse sponsors is inmiddels een prestigieus cultureel centrum uit de grond gestampt. Hier een country club, daar een disco; links de sporthal, rechts het winkelcentrum. De nederzetting telt nu 20 duizend inwoners. Ze zijn niet in de laatste plaats hierheen gekomen vanwege de lage huizenprijzen. Op straat hoor je mannen en vrouwen in het Russisch hun hond toeblaffen. Ruim eenderde van de settlers is afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie. 'Die knokken zich hier echt omhoog', zegt Hella. 'Wanneer ze niet dronken zijn.'


Hoe ziet Hartman haar eigen ontwikkeling? Als meisje zat ze bij de Arbeiders Jeugd Centrale, een aan de PvdA gelieerde jongerenclub. In de loop van haar leven werd ze steeds rechtser, om te belanden in het Likud-kamp van premier Netanyahu. 'Ik ben realistischer geworden', zegt ze. 'Zonder de Westbank is Israël op sommige plekken nog geen vijftien kilometer breed. Ik noem dat een zelfmoordstrookje. Als we ons daartoe zouden beperken, kunnen de Arabieren ons op een dag de Middellandse Zee in drijven.' Twintig jaar terug zag ik de nederzettingen als verdwaalde urbane stippen op de westelijke Jordaanoever liggen. Nu zijn ze overal, zo'n honderd in totaal- van een handvol stacaravans met orthodoxe Joden tot hypermoderne stadjes. Na krap een halve eeuw bezetting en schending van internationaal recht bewonen 650 duizend Israeli's 43 procent van het Palestijnse gebied. Ze worden afgeschermd door militaire zones, controleposten en afscheidingswegen. 'We hollen onze eigen waarden uit', zei de Israëlische schrijver David Grossman eens tegen me. 'Terwijl wij Joden niet zelden pretenderen de kampioenen te zijn van de humanistische moraliteit.' Hij begreep de woede en de angst van de Palestijnen wel. 'Door ons ademen zij als in een plastic zak.'


Hella Hartman was zelf in al die jaren één keer bang, geeft ze toe. Op een avond reed ze met haar echtgenoot Gabbi van Jeruzalem naar Ariel. In het duister lichtten schijnwerpers op, waarvan de lichtbundels over Arabische dorpen gleden. Blauwe zwaailampen bij een checkpoint, brandende autobanden op de weg, hoogspanning. Autoradio wat harder gezet, gas gegeven, koel gebleven. Ach, in het handschoenenvakje van hun Lancia lag een revolver. 'Een doodenkele keer gaat er een molotovcocktail af, en zo nu en dan krijgt iemand een steen door de autoruit, maar de staat betaalt die schade terug.'


Gabbi is dood. Zes jaar terug overleed hij aan de spier- en zenuwziekte ALS. De villa wordt zo langzamerhand te groot voor een vrouw van tegen de 80. Hella is haar atelier al aan het leeghalen; ze zal de Westbank verlaten en dichter bij haar kinderen gaan wonen, niet ver van Tel Aviv. 'Als je maar niet denkt dat het iets met politiek of zo te maken heeft', zegt ze. 'Of dat ik vlucht. Het is puur een persoonlijk verlangen.' Een bries voert de geur van oleander en jasmijn aan. Suburbia tropica. Tot helikopters de rust met brullende motoren verstoren. Hoe zal het hier in de ogen van Hella verder gaan? Nederland mikt vooralsnog op onderhandelingen die moeten leiden tot een tweestatenoplossing, langs de grenzen van 1967, voordat de bezetting begon. 'Als Timmermans dat beleid voortzet, kan ik me er wel in vinden', zegt ze. 'Alleen zal Israël de bestaande nederzettingen nooit opgeven. Dit is toch een paradijsje?' Ze blikt me spottend in de ogen. Ik ben toch niet zo naïef te denken dat Joodse politici serieus overwegen Joodse soldaten de opdracht te geven Joodse mensen te deporteren? 'Dat zou een burgeroorlog worden.'


Mag je een Joodse vrouw die haar halve familie verloor in de oorlog verwijten dat zij zelf een bezetter is ge-worden? Of mag je dat niet verzwijgen? Hella Hartman: 'Die zaken hebben niets met elkaar te maken. De nazi's wilden ons - een volk - compleet ausradieren. Iemand die zo'n vergelijking maakt, is een grote stommerik. Wij verheffen de Palestijnen juist.'


Heeft ze ooit een moment van twijfel gekend, al was het maar een duizendste seconde? Ze zwijgt. Dan: 'Als journalist weet jij heel goed dat de pers dingen veel erger maakt dan ze in werkelijkheid zijn. Ik ben daar niet gevoelig voor. Maar ik maak me zorgen over de invloed die de media hebben op mijn kleinkinderen. Soms zeggen ze: 'Oma, misschien is het beter als we ophouden met die nederzettingen.' Nee. Nee! Niet voor mijn dood.'


Extra: Hoe verder?

In het tv-programma Altijd Wat (NCRV, Ned. 2) is vanavond om 21.05 uur een reportage te zien over Hella Hartman. Morgenavond wordt in debatcentrum De Nieuwe Liefde (Da Costakade 102, Amsterdam) vanaf 19.30 uur een debat gehouden over de vraag 'Israël, hoe nu verder?', met medewerking van onder anderen Frénk van der Linden, die verslag doet over zijn journalistieke bevindingen op de Westbank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden