Gebaar

Ik had net bij de HEMA een nieuwe leesbril gekocht, iets sterker nog dan de vorige, dus de neerslachtige gedachten bleven weer niet uit. Maar om de hoek was een bloemenstal. Grote, open zonnebloemen straalden de voorbijganger tegemoet, zo mooi dat ik de dood maar weer even opzijschoof en 'Geef mij er maar tien' zei tegen de bloemenman, aan wie overigens niks bloemigs te bekennen viel: hij zag eruit als een parodie op een ambtenaar in een stripverhaal, een stille blekerd, zo iemand die ponskaarten eet en slaapt in een archiefkast.


'Tien zonnebloemen doen', constateerde de man, op een toon alsof hij een ziektebeeld kenschetste, en hij tilde ze met druipende stelen uit hun emmer. 'Mag ik jou iets vragen?', vroeg nu een heel andere man, die naast me was komen staan. Hij was dik, diep in de vijftig en rook overstelpend naar Old Spice. 'Het zit namelijk zo, ik heb wat goed te maken thuis', vervolgde hij. 'Niks ernstigs hoor. Ik ben niet vreemd geweest of zoiets. Gewoon, een paar woorden die verkeerd vielen. Kan gebeuren, niet?'


Ik knikte. Ja, dat kan gebeuren. 'Drachenfutter' noemen Duitsers dat, drakenvoer, een cadeautje om het bij te leggen met je vrouw. Inderdaad willen bloemen dan wel eens helpen. Bij uitgelekt vreemdgaan trouwens beslist niet, al bestaan er stellig nog steeds mannen die het proberen, en misschien zelfs, God verhoede, vrouwen die ze nog gedwee in een vaas zetten óók, in plaats van zo'n vent met die bos rozen op zijn smoelwerk te rossen tot de doornen in het rond spatten.


'Maar nu zit het zo', ging de dikke man verder, 'dat we overmorgen op vakantie gaan. Voor twee weken. En ik kén haar: als ik nu met bloemen kom aanzetten, vindt ze dat zonde. Dat die bloemen daar voor niets staan te bloeien als we weg zijn...'


Ik dacht aan het oude filosofische vraagstuk van die vallende boom in het bos. Als er niemand was om die bloemen te zien bloeien, zóúden ze dan wel bloeien? Maar ik hield een en ander voor me. Die man had al sores genoeg. 'Nou ja, het gaat toch om het gebaar', sprak ik. De dikkerd stootte een vreugdeloos lachje uit en riep: 'Gebaar? Gebaar? Ha! Dan ken je mijn vrouw niet... Nee, wat ik me afvroeg: bestaan er bloemen die meer dan twee weken goed blijven?'


Ik wist het antwoord wel, maar keek voor de vorm nog even naar de bleke bloemenman, die mee stond te luisteren. Ook hij schudde met neergeslagen ogen van 'nee'. Ja, daar was de dikkerd al bang voor. Nee, dan wist hij het ook niet meer.


'Weet je wat je doet?', zei ik. 'Je koopt een lekkere fles wijn. Of twee. En die drinken jullie vanavond samen op.' Een prima oplossing, al zeg ik het zelf. Maar de dikkerd lachte opnieuw zo honend en riep: 'Wijn? Ha! Nee, dan ken je mijn vrouw niet....'


Nee, ik kende zijn vrouw niet. En dat was maar goed ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.