Geachte redactie

Kamerreces uit de tijd

De Tweede Kamer heeft in mijn ogen nadrukkelijk een voorbeeldfunctie. Kamerleden werken in de regel hard en worden daar ook vorstelijk voor betaald. Maar waar de meeste werknemers zich tevreden moeten stellen met amper 25 vrije dagen, gaat de Tweede Kamer per jaar maar liefst 18 weken (90 dagen) met reces. Het voorjaarsreces, het meireces, 8 weken zomerreces, het herfstreces en natuurlijk het kerstreces. En dan reken ik de talloze verkiezingsrecessen niet eens mee.

Waarom 18 weken op reces? Omdat Kamerleden stages moeten lopen en hun kiezers moeten opzoeken. Of en waar dat gebeurt, wordt totaal niet duidelijk. Een eenvoudig stagerooster ontbreekt. Bovendien, doe dat gewoon op maandag en vrijdag als de Tweede Kamer ook niet vergadert.

Die vergaderloze dagen stammen uit de tijd van de postkoets, toen de heren volksvertegenwoordigers uit den lande nog de hele dag met paard en wagen onderweg waren naar hun logementen in Den Haag.

We leven in een andere tijd. Er is werk aan de winkel, criminelen en treinrampen houden geen rekening met het Kamerreces. Wetsvoorstellen liggen soms jaren te wachten op behandeling in het parlement. Er zijn nachtelijke debatten en stemmingen tot in de ochtend omdat de Kamer de dag erna met reces moet.

Er is één groot voordeel aan die 18 weken verlof van de Tweede Kamer: het kabinet kan door-regeren. Of, zoals Piet Hein Donner het verwoordde: 'Dan hebben we even geen last van Femke Halsema.' Hoe dan ook, de tijd om 90 dagen per jaar stil te staan heeft de volksvertegenwoordiging niet meer.

JOOST EERDMANS, TWEEDE KAMERLID VOOR DE LIJST PIM FORTUYN 2002-2006

Goudgerand

De feiten die Bart Jonkergouw in de Brief van de Dag ('Ooit zal de crisis voorbij zijn', O&D, 18 oktober) presenteert, staan heel ver af van de werkelijkheid. Niet alle 65-plussers hebben een eigen huis afbetaald. Nog niet de helft van de 65-plussers bezit een eigen woning en slechts 32 procent van hen bewoont een hypotheekvrij pand. Dus heeft maar 16 procent van alle 65-plussers het huis afbetaald.

En wat Jonkergouw een 'goudgerand' pensioen noemt, komt in de praktijk neer op een bedrag van ongeveer 9.200 euro per jaar. Dat is het gemiddelde ouderdomspensioen dat (bruto) bovenop de AOW komt. Verreweg de meeste gepensioneerden eten dus bepaald niet uit de vleespotten van Egypte.

Verder vind ik het bijzonder kortzichtig van de beeldredacteur om als foto bij die brief een oudere dame in een dure sportauto af te beelden. Maar ik geef toe, het is weer eens wat anders dan de eeuwige foto van golfspelende oudjes.

ROB BOUBER, KOEDIJK

Jan Kees de Jager

'Techniek bankunie gaat veel EU-leiders boven de pet' (Ten eerste, 19 oktober). Het wordt steeds duidelijker, dat dit niet geldt voor onze minister van Financiën, Jan Kees de Jager.

Geen multinational zal erover peinzen zijn uitstekend presterende, goed ingevoerde financiële specialist midden in uiterst belangrijke fusiebesprekingen naar een ander bedrijf te laten vertrekken.

In het 'landsbelang' moet men 'over zijn schaduw heen stappen' en in dit geval niet alleen op 'bloedgroepen' selecteren.

A.G.EPPING, WOERDEN

Steun techniekopleiding

Met veel plezier heb ik het artikel van Lodewijk Pessers over de studiefinanciering gelezen (O&D, 17 oktober). Hij schrijft dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs wat minder zal worden door de invoering van het sociaal leenstelsel, maar dat dit helemaal niet zo erg hoeft te zijn. Er zijn genoeg opleidingen die maar een heel beperkt arbeidsmarktperspectief hebben, maar waar scholieren te makkelijk voor kiezen. Natuurlijk hebben opleidingen sinds dit jaar de plicht het arbeidsmarktperspectief mee te nemen in hun voorlichting, maar er is echt geen opleiding die gaat zeggen dat ze wel leuk is, maar dat er geen werk in te vinden is.

Door ons financieringssysteem bepalen scholieren welke opleidingen het meeste geld krijgen. Arbeidsmarktperspectief of niet. Dit leidt tot jeugdwerkloosheid. Met een andere opleiding hadden de jongeren direct een baan gevonden. De politiek weet dit: in bijna alle verkiezingsprogramma's werd aandacht gegeven aan pogingen meer jongeren te laten kiezen voor een technische studie. De vraag vanuit deze arbeidsmarkt is enorm.

De staatssecretaris zei voor de zomer dat een sociaal leenstelsel leidt tot een betere studiekeuze. Studenten moeten dan immers meer in zichzelf investeren en zullen beter nadenken. Het grote gevaar is dat techniekstudies, die langer duren en intensiever zijn, duurder worden dan andere en daardoor minder aantrekkelijk.

De politiek moet scholieren helpen in het keuzeproces. Dat kan door opleidingen meer op arbeidsmarktrelevantie te belonen dan op basis van instroom. Door dit zichtbaar te maken, begrijpen jongeren beter welke opleidingen perspectief bieden. Daardoor durven onderwijsinstellingen zich scherper te profileren. Werp daarnaast geen financiële barrières op voor langduriger en intensievere studies, zoals nu dreigt met invoering van een generiek sociaal leenstelsel. Kom over de brug met een jaar studiefinanciering voor die opleidingen, waartoe ook de techniekopleidingen behoren. Dit betaalt zich gemakkelijk terug en iedereen heeft er baat bij.

BOUKE BOSGRAAF, HOOFD BELEID VAN HET KONINKLIJK INSTITUUT VAN INGENIEURS KIVI NIRIA

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden