Geachte redactie

Thomashuis is verademing

Mijn broer 'woonde' ruim 30 jaar in een zorginstelling. Met lede ogen zagen we de zorg achteruit gaan. Een topzwaar management en toegenomen regelgeving gingen ten koste van de zorg op de werkvloer, waar het uiteindelijk moet gebeuren.


Dolblij waren wij, als familie, met de mogelijkheid dat mijn broer in een Thomashuis kon komen, na een aantal kennismakingsgesprekken en een proefweek. Wat een verademing. Het was er licht, het was er schoon, de sfeer open en opgewekt met ruimte voor de bewoners - acht in getal - die allen hun eigen kamer hebben en gerespecteerd worden voor wie zij zijn.


In zijn mooie nieuwe kamer was ruimte voor een gemakkelijke stoel, zodat mijn broer in alle rust kon luisteren naar zijn eigen muziek. Daarnaast werd er veel tijd gestoken in het vinden van een goede dagopvang en in de vrije tijd was er ruimte voor hobby's als paardrijden en wandelen.


Kortom, het beeld dat van de Thomashuizen bestaat en dat in ons geval nog steeds de realiteit is. Mijn broer veranderde in een man met plezier in het leven, die ook weer eigen initiatieven durfde te nemen.


Met zeer veel waardering kijk ik naar de zorgondernemers die dit mogelijk maken en zeer positief blijven, ondanks werkweken van wel eens honderd uur. Bij iedere franchiseformule zijn er spijtoptanten, zeker als je uit idealisme aan het avontuur begint.


Als ik uw artikel (Ten eerste en Vonk, 31 mei) goed lees, is het vooral een aanval op het persoonsgebonden budget (pgb) en op Vestia. Als de organisatie Thomashuizen met deze zorgondernemers nu op een maatschappelijk verantwoorde wijze zorg kan leveren, goed en goedkoper dan de zorg in een instelling, tot volle tevredenheid van de meeste bewoners en hun families, waarom zou je ze dan een strobreed in de weg leggen?


Van de 120 Thomashuizen met zo'n 960 klanten (8 keer 120), haalt u slechts twee teleurgestelde familieleden en twee teleurgestelde zorgondernemers aan en laat anderen buiten beschouwing.


Tendentieuze formuleringen als 'een soort uit de hand gelopen gezin' en 'smoezelige tussenkantoortjes' ontsieren het overige werk.


Wat betreft die dure villa's: in een dorp hier verderop stond al jaren een prachtige villa leeg. De Stichting Thomashuizen zag hoe ze dit pand kon gebruiken en nu is het een Thomashuis. Daarmee is een kenmerkend huis - mede bepalend voor het dorpsbeeld - behouden gebleven en is er geen nieuw appartementencomplex neergezet.


Wat mij betreft is de formule van de Thomashuizen een goede en moeilijk te vervangen of te evenaren. Over Vestia kan ik niet oordelen.


In de familie kijken we elkaar aan en vertrouwen we erop dat een opvolger het werk voortzet, zonder te vallen voor de aantrekkingskracht van het grote geld.


Thea Schoots-Riep, Wageningen

Mbo

Briljant plan van mevrouw Bussemaker: kleinschalige beroepsopleidingen met een eigen identiteit en een goede aansluiting bij het regionale bedrijfsleven. Bussemaker (zelf voormalig onderwijsbestuurder) vindt dat ze wel moeten blijven werken onder de bestuurlijke paraplu van een groter geheel. Maar laat dat 'groter geheel' dan gewoon haar eigen ministerie van Onderwijs zijn! Zo kunnen de besturen er niet vandoor gaan met de miljoenen die voor onderwijs bestemd zijn, valt ook de schoolleiding gewoon onder een cao én is dat bestuur ook nog eens democratisch controleerbaar! Doen!


Marion van Voorst, Houten docent mbo

Mbo (2)

Minister Bussemaker meent dat het mbo een 'moetje' is en dat het imago van het mbo wordt bepaald door de onderkant. Hiermee begint Bussemaker zelf met het aanwakkeren van een negatief beeld en dat lijkt me niet verstandig en ook onjuist.


Als docent en stagebegeleider in het mbo zie ik juist het omgekeerde. Onze leerlingen worden graag gezien en aangenomen door het bedrijfsleven waar we onze leerlingen voor opleiden. De standaard is niveau 4. Van onze school komen ook leerlingen met niveau 2, maar dat heeft de ondernemer vaak niet eens in de gaten want in het algemeen is niveau 4 de maatstaf en daar profiteren de leerlingen van niveau 2 gelukkig ook van.


Martijn Schuurman BPV Contactdocent Cibap Vakcollege voor verbeelding

Dwepen

In Sir Edmund (31 mei) gaat Martijn van Calmthout op zoek naar het biologische nut van dwepen. Dat is er niet. Dwepen komt voort uit wat ons inherent mens maakt: bewustzijn. En omdat bewustzijn gepaard gaat met vragen (bijvoorbeeld over de zin van het leven) en angsten (bijvoorbeeld voor de dood), roept het onzekerheid op. Door aan iemand anders uitzonderlijke kwaliteiten toe te kennen (als zou hij door zijn bijzonderheid zin aan het leven geven en als het ware onsterfelijk zijn), bezweren we onze eigen angsten en onzekerheden.


Peter Jamin, Utrecht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden