GEACHTE REDACTIE

In zijn bespreking van de vertaling van Kafka's Der Verschollene (de Volkskrant, 17 maart), van de hand van Gerda Meijerink en mij, meent W....

Kafka

Dat is zijn goed recht. Maar het is misschien ook het recht van de Volkskrant-lezer die niet dagelijks over vertaalproblemen nadenkt, te weten dat zijn oordeel berust op een bepaalde vertaalopvatting en dat er ook andere opvattingen bestaan.

Hansens opvatting komt er grof gezegd op neer dat een vertaling moet 'bekken': het Nederlands moet zo gewoon mogelijk zijn. Dat is een opvatting waarmee wel genuanceerd moet worden omgegaan. Voor gecompliceerder teksten, bijvoorbeeld teksten van een schrijver met veel persoonlijke stijleigenaardigheden, kan ze gemakkelijk leiden tot het gladstrijken van stilistische bijzonderheden. Dat kan zo ver gaan dat soms meer sprake is van bewerken dan van 'vertalen'.

Hansen schrijft in zijn bespreking dat de taal van Kafka zo helder en duister, en tegelijk zo 'bondig' is. Dat mag voor veel teksten van Kafka gelden, voor Der Verschollene geldt het zeker niet. De formuleringen zijn soms uiterst weerbarstig, gewrongen en onhandig.

Der Verschollene is nagelaten in een onvoltooide handschriftversie en draagt daar alle sporen van - sporen die Gerda Meijerink en ik niet hebben willen wegwerken in de vertaling. Naar onze mening dient zo veel mogelijk van de oorspronkelijke stijl gehandhaafd te blijven.

Eén voorbeeld kan volstaan om het verschil tussen Hansens vertaalopvatting en de onze te verduidelijken. Hansen ergert zich aan 'het al traag geworden schip' in de openingszin van het boek. Hij vraagt zich af waarom we niet duidelijk maken wat dat betekent: is het een oud en dus traag schip, of vaart het misschien langzaam omdat het in de haven is aangekomen? Hij vertelt niet wat er letterlijk in het Duits staat: '. . .in dem schon langsam gewordenen Schiff.'

Wat Hansen wil is dat we de bijzondere vorm van deze mededeling zouden weergeven door een uitleggende vertaling. Wij hebben er, aannemend dat de Nederlandse lezer niet dommer is dan de Duitse, voor gekozen Kafka te respecteren en niet 'bekkender' te maken dan hij is.

Het is niet de taak van vertalers Kafka's stijleigenaardigheden aan de Nederlandse lezer uit te leggen. Het is hun taak die zo precies mogelijk weer te geven - desnoods in even eigenaardig Nederlands.

AMSTERDAM Willem van Toorn

Historisch debat

Bij de geschiedschrijving van Loe de Jong is de fase van 'de gezeefde werkelijkheid' nooit gekomen, aldus Jan Blokker in zijn bespreking van de pocketeditie van De Jongs Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (de Volkskrant, 18 maart).

Dat is een veel te algemeen oordeel bij zo'n reusachtig werk. De Jong heeft bijvoorbeeld getrouw het beeld van dr A.J.C. Rüter over de Spoorwegstaking van 1944 overgenomen. Dat is bepaald geen lyrisch, grofkorrelig werk; Rüter heeft in zijn boek de noodzakelijke afstand en scepsis bewaard. Kortom, gezeefde werkelijkheid.

Aan de andere kant heeft De Jong ordening aangebracht in het wel degelijk lyrische onderzoek van zijn leermeester Jaqcues Presser over de jodenvervolgingen. Het is overigens maar de vraag of er wel een geschiedschrijving over het koninkrijk in oorlogstijd tot stand was gekomen zonder De Jong. Want werken kon hij.

Blokker heeft zonder meer gelijk als hij vaststelt dat de professionele geschiedschrijving schittert door afwezigheid in dit herdenkingsjaar. Maar dat zal snel veranderen. Vele historici zien het als hun taak De Jongs beeld bij te stellen. En zo hoort het in de geschiedschrijving als 'nooit eindigend debat'.

In Duitsland wordt het debat onder historici nu al voortgezet. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een forumdiscussie die het weekblad Die Zeit onlangs organiseerde tussen oudstrijders (onder wie oud-bondskanselier Helmut Schmidt) en jongere historici. Onderwerp was de medeplichtheid aan oorlogsmisdaden van de Wehrmacht, een krijgsmachtonderdeel dat lang als 'fatsoenlijk' is beschouwd.

Tot bijna stomme ontzetting van sommige deelnemers toonden de historici aan de hand van recent onderzoek onverbiddelijk aan, dat aan het Oostfront en op de Balkan onderdelen van de Wehrmacht zich net zo beestachtig hebben gedragen tegenover joden en Russen als de SS.

De historici lieten zien dat ook onderdelen van de Duitse marine en luchtmacht oorlogsmisdrijven hebben begaan. Het bracht Helmut Schmidt tot de erkenning, dat hij kennelijk 'geluk heeft gehad', wat betreft de luchtmachtonderdelen waarbij hij heeft gediend.

Schmidt vond, in tegenstelling tot andere oudere forumdeelnemers, dat alle feiten op tafel moeten komen: 'Die feiten moeten moreel worden gewogen en moreel worden beoordeeld.'

VOORBURG Rob Soetenhorst

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden