GEACHTE REDACTIE

Michaël Zeemans bespreking van Peter Verstegens vertaling van De bloemen van het kwaad van Baudelaire (de Volkskrant, 24 februari) is zo glibberig geschreven, dat een normaal brein er geen vat op krijgt....

Baudelaire

Zo vertaalt Verstegen 'alcove' met 'boudoir' en maakt aannemelijk waarom. Maar dan krijgt hij van Zeeman te horen dat hij een Frans woord door een ander Frans woord vervangt. Dat is niet het geval. Het leenwoord 'boudoir' is functioneel Nederlands, omdat we er zelf geen woord voor hebben, net zoals bij salon, toilet, trottoir, et cetera.

Zeeman valt over Verstegens gelukkige neologisme 'erezerken' voor 'sépultures célèbres'. Bij die woordcombinatie in de gegeven context denkt een normaal mens niet in de eerste plaats aan de protsgraven der bourgeoisie, maar aan de graven der beroemdheden. Maar zelfs als hier die protsgraven wèl bedoeld zijn, dan nog blijven Verstegens 'erezerken' overeind staan als een voorbeeld van Baudelaires ironie.

Die ironie, door Zeeman in Baudelaires werk ontkend, komt in het boek als woord niet minder dan acht keer voor. De dichter noemt de ironie zelf ergens 'une qualité litéraire fondamentale'.

Tot zover de controleerbaar malafide heer Zeeman. Resteert de gek Zeeman, die het heeft over 'Verstegens vrijwel manische behoefte (om) te rijmen en te stampen' (= metrisch vertalen, MF). Verstegen vertaalt rijmende en metrische poëzie rijmend en metrisch en doet dat als perfect vakman. Wat is daar manisch aan?

Al die Franse dichters werden op school al getraind in het lettergrepen tellen. Juist door die niet aflatende training kon het overheersende metrum van de Franse poëzie, de alexandrijn, zich zo lang handhaven: de werkelijk bezielde Franse dichters herken je meteen aan het feit dat hun alexandrijn nooit een alexandreun wordt, doordat zij binnen de strikte metrische wetten altijd weer de tegenstroom van het ritme, die ademhaling van de poëzie, wisten te behouden. Verstegen beheerst de alexandrijn, ook bij Baudelaire de overheersende versregel, perfect.

Baudelaire mag dan aan het begin staan van de moderne poëzie, maar zijn versificatie volgt doorgaans de klassieke patronen, met alle fijne knepen van een bezielde retoriek. Daarvoor heeft de Nederlandse poëzie geen enkel equivalent te bieden. Verstegen is er niettemin in geslaagd een brug te slaan tussen Baudelaires negentiende-eeuws en een modern Nederlands.

Maar waarom zou een Zeeman dáárvan wakker liggen, zolang hij kan stijgen door het neerhalen van de werkelijk getalenteerden?

HYDRA Marko Fondse

Kookboek

Een wetenschappelijke bibliotheek die een hardwerkende onderzoeker saboteert die boeken wil raadplegen, ongehoord!

Toch is dat de aantijging van John Landwehr, de samensteller van een bibliografisch overzicht van het Nederlandse kookboek. In de Volkskrant van 25 februari haalt Landwehr uit naar de afdeling Zeldzame en Kostbare Werken van Universiteitsbibliotheek Amsterdam (UB). Hij zou door de medewerkers gedwarsboomd zijn bij zijn bibliografische slavenarbeid, omdat in de bibliotheek aan een eigen catalogus van de kookboeken wordt gewerkt.

Dit is je reinste flauwekul. De UB heeft een bijzonder fraaie verzameling zeventiende- en achttiende-eeuwse kookboeken. Om die verzameling beter toegankelijk te maken voor de gebruikers, werkt een medewerker van de bibliotheek aan een speciale catalogus van deze collectie. Dit project en Landwehrs boek bijten elkaar op geen enkele manier.

Wat is er dan in hemelsnaam gebeurd? Landwehr, die helemaal uit Tiel moet komen, kreeg bij een niet aangekondigd werkbezoek aan de Amsterdamse bibliotheek niet alle kookboeken die hij wilde inzien, omdat een aantal juist in die tijd bewerkt werd voor de UB-catalogus. Dat is Landwehr uitgelegd en hem is aangeraden om in het vervolg van tevoren een briefje te schrijven welke boeken hij wilde inzien. Dan konden we ze klaar leggen.

De keer daarop verscheen de ongeduldige bibliograaf eerder dan het briefje dat hij ons had gezonden. Ongelukkig natuurlijk en niet onze fout, maar hij is zo goed mogelijk geholpen. De keer daarop heeft hij zijn aanvragen zelfs telefonisch aan ons door kunnen geven. Extra werk voor de bibliotheek, maar je wilt iemand uit Tiel toch niet in de kou laten staan?

De bibliograaf van het kookboek heeft alle werken gekregen die hij wilde zien. Hij is niet de enige gebruiker van de oude drukken in de UB. Per jaar worden twintigduizend zeldzame en kostbare werken ter inzage gegeven aan onderzoekers. Wij bezwijken soms bijna onder dit succes en er gaat natuurlijk wel eens iets fout. Maar niet in dit geval.

AMSTERDAM Kees Gnirrep

UB Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.