Geachte redactie

Hufterig

Vooropgesteld: Sheila Sitalsing is een leuke columniste. In haar column van maandag gaat ze in op een stuk dat ik schreef op de website van de Volkskrant, waarin ik mijn zorgen uit over ons land, waar hypes en nikserige hufterigheid de middelmaat van ons land steeds vaker dreigen te camoufleren: mijn kerstvakantie in Hongkong liet mij een cultuur zien van hardwerkende, dienstbare en beminnelijke mensen, juist ook in de arme wijken, die geen tijd lijken te hebben voor oppervlakkigheid of hufterig gedrag naar mekaar. Een opvallend verschil met hier.

Ja, ook ik heb in het verleden vergaand hufterig gedrag vertoond. Niet goed te praten, en dat zal ik ook nooit doen. Maar heb ik daarom geen recht van observeren en spreken meer? Sitalsing schrijft in haar column wat bij elkaar gesprokkelde nikserigheid, helaas ook nog flink gelardeerd met hufterig persoonlijk afzeiken van mij (dat doet ze nog best leuk trouwens, zoals een goede columniste betaamt). Zij is mij daarmee (onbedoeld?) buitengewoon behulpzaam: ze bewijst in een paar honderd woorden mijn gelijk over een land waarin we elkaar te veel en te vaak op oppervlakkige, hyperige wijze de maat nemen.

Als ik daar op eenzelfde wijze op reageer doe ik precies wat ik juist aan de kaak stel. Ik doe dat dus niet.

Daarom alleen: jij kijkt reikhalzend uit naar mijn volgende vakantie. Ik kijk reikhalzend uit naar een column van jou waarin je wat serieuzer in gaat op een feit waar ik ook van schrok: dat een dikke 80 procent het met mij eens blijkt te zijn. Misschien kunnen we iets samen doen, in plaats van elkaar afzeiken.

Rob Oudkerk,

Amsterdam

Preuts (1)

'Vroeger hoorde het erbij: na het sporten ging je met z'n allen onder de douche. Bloot. Maar veel moslimjongeren doen dat niet. En in hun kielzog houden steeds meer pubers hun onderbroek aan', aldus Haroon Ali in een suggestieve reportage (V, 9 januari).

Hoe relatief kort is het nog maar geleden dat onze overgrootmoeders aan zee in een draagstoel naar de branding werden gebracht om daar in jurken te gaan baden? Vrijwel onze hele strand- en badcultuur wordt sinds jaar en dag gekenmerkt door het aantrekken van kleding om te gaan zwemmen. De hilarische beelden in de film Alleman van Bert Haanstra zijn op een zomerdag nog steeds actueel. Op naaktstranden komen nauwelijks pubers.

Op mijn middelbare school en voetbalclub hielden gymnastiekleraar en trainer streng toezicht op het verplicht douchen. Al sinds geruime tijd zie ik jongeren steeds vaker naar huis toe fietsen in hetzelfde tenue als waarin ze gingen sporten. Daar is bij mijn lokale hockeyclub geen moslimjongere aan te pas gekomen. Ook zie ik elke week in het zwembad dat autochtone jongens hun bermudazwembroeken aantrekken over hun onderbroek. Na afloop houden ze die onderbroeken inderdaad aan tijdens het douchen. Sommigen trekken zelfs hun droge kleding aan over hun natte onderbroek.

Ook daar zijn geen moslimjongeren bij. Anno 2012 geldt bij naturisme 'clothing optional' en hebben sauna's 'badpakdagen'. De 'nieuwe preutsheid' is een veel breder verschijnsel met diepere wortels dan Haroon Ali veronderstelt. Die leiden eerder naar het christendom en koningin Victoria dan naar Mohammed.

Peter van Eerden,

Castricum, socioloog

Preuts (2)

In het artikel over het steeds minder gezamenlijk naakt douchen valt mij op, dat er termen gebruikt worden die deels een negatieve betekenis hebben: preuts en schaamte.

Mijn inziens gaat het om een kwestie van waarden en zedelijk gevoel. Daarnaast betreft het een gevoel van privacy. En tenslotte het voorkomen van een vleeskeuring, met de kans belachelijk gemaakt en gepest te worden. Een logische reactie op de druk van schoonheidsidealen en verkeerde beeldvorming rond het lichaam door de porno-industrie. In mijn middelbare schooltijd (1968-1975) ging bijna niemand douchen na het sporten. Het was niet echt nodig en spaarde ook nog tijd, water- en zeepkosten en je hoefde ook niet je onderbroek onder de douche aan te houden, en een droge mee te nemen, om niet de rest van de dag in een natte onderbroek te zitten. Vroeger was het gemakkelijker.

A. van Daal,

Overloon

Woningmarkt

Naar aanleiding van de waardedaling van huizen (Ten eerste, 12 januari): in 1964 werden nog 250.900 kinderen geboren in Nederland. Vooral tussen 1970 en 1975 daalde het aantal geboorten sterk tot 177.900 in 1975. Dat zijn dus in een jaar 73 duizend kinderen minder. De kinderen van 1975 worden dit jaar 37 jaar. Mensen kopen hun eerste huis tussen de 30 en 40. Er zijn dus veel minder starters op de markt. Ook dat is een reden, dat er minder woningen verkocht worden.

John Jorna,

Odijk

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden