GEACHTE REDACTIE Welke bevrijding herdenken wij nu?

Ontelbare lege barakken. Daar waar honderdduizenden hun laatste uren doorbrachten. Een 'levend' bewijs van genocide staat in Auschwitz. Ik heb het zelf gezien op een kille, sombere decemberdag....

Ontelbare kapot geschoten woningen. Daar waar eens Serven en Kroaten vreedzaam samenleefden. De inwoners zijn vermoord of gevlucht. Ik heb het zo vaak gezien op de televisie.

Waarom zie ik zo weinig politici zich kwaad maken om dit conflict tot een goed einde te brengen? Waar zijn de bevlogenheid en het gedrevene van de verantwoordelijke politici om te streven naar een iets rechtvaardiger wereld? Waarom verbaast niemand zich nog?

Binnenkort wordt een bevrijding herdacht. Wie herdenkt welke bevrijding?

UTRECHT Johan van der Craats

Dat nooit weer

Zij die bewust betrokken waren bij de Duitse bezetting 1940-1945 zijn nu ongeveer zestig jaar en ouder. Dat is rond 20 procent van de bevolking. Heeft die groep nog veel behoefte aan feestvieren om de bevrijding te herdenken?

En de andere 80 procent? Van hen gaan veel mensen niet feesten. De telkens klinkende oproep 'dat nooit weer' is immers zonder gevolg gebleven. De mensheid werd op 5 mei 1945 nog lang niet bevrijd van het in de Tweede Wereldoorlog zo desastreus toegepaste geweld. De ontwikkeling en perfectionering van het wapengeweld gaat rustig door.

Bij de herdenking van de slachtoffers is het aantal betrokkenen ook gering geworden. Dat komt niet zo duidelijk tot uiting, omdat de aandacht van de media vooral uitgaat naar de deelnemende gezagsdragers. Ook hier telkens weer de roep: 'dat nooit weer.' Terecht, want op 4 mei is deze roep voor een ieder herkenbaar. Maar wat gebeurt er om een herhaling te voorkomen?

Via tentoonstellingen, tv-programma's en noem maar op toont men hoe verschrikkelijk het is geweest. De jeugd wordt doordrongen van de gedachte 'dat nooit weer' via een afschrikkingsmethode. Maar gezagsdragers zouden bij herdenkingen juist moeten kunnen wijzen op feiten waaruit blijkt dat het hen ernst is met die oproep.

BAARN A. van 't Ent

oud-verzetsstrijder

Koeioneren

Waar haalt G.A. Ankoné (U-pagina, 15 april) het recht vandaan de vraag te stellen: 'Al diegenen die nu hun mond open durven te doen: hoe moedig zouden zij geweest zijn als zij oog in oog hadden gestaan met de Grünen of de SS?'

Behoort hij soms tot een generatie die met stenen mag gooien naar ons van na de oorlog?

Weet hij soms niet, dat uitgerekend zijn generatie Nederlanders de strijd tegen het nazisme in mei 1940 al na vijf dagen opgaf? Dat zijn generatie zo 'gezagsgetrouw' was, dat van alle Westeuropese landen uitgerekend Nederland het hoogste percentage joden naar de vernietigingskampen heeft laten afvoeren? Dat meer mannen van toen dienst hebben genomen vóór de nazi's in de 'SS-Division Wiking' dan ertegen in de Irene Brigade?

Is het hem soms ontgaan, dat al het onrecht en al het leed, dat hem en zijn generatie in de Tweede Wereldoorlog is aangedaan - en dat wij allen van hem vijftig jaar later nog moeten herdenken - niet afschuwelijker is dan al het onrecht en al het leed dat de Tutsi's van Ruanda precies een jaar geleden is aangedaan, zonder dat hij zelfs maar een woord van protest liet horen?

Aan al diegenen die, net als Ankoné, de na-oorlogse generaties willen intimideren met een blik 'Grünen en SS' en ons willen koeioneren met hun versie van het verleden tijdens deze 'vijftigste mei', zou ik op mijn beurt een vraag willen stellen: 'Wat heb je helemaal geleerd over onrecht en verzet, als je koeiig toe kunt kijken terwijl voor je snufferd een miljoen weerloze mensen met kapmessen worden doodgehakt?'

HOUTEN Simon Rüpplon

Onderduikers

Steeds weer wordt herhaald dat slechts vierduizend mensen zich hebben ingezet voor de bedreigde joden. Het is duidelijk dat diegenen die dit durven te zeggen, niet begrijpen hoeveel mensen nodig waren om de onderduikers van al het nodige te voorzien.

Openlijk organiseren was niet mogelijk, dus zo maar een organisatie uit de grond stampen was een moeizame en delicate zaak. In Amsterdam was het bovendien heel lastig mensen onder te brengen. Ongeveer een zevende van de bevolking was joods. Een groot deel behoorde tot het proletariaat, dat over weinig of geen geld beschikte en bovendien zeer kinderrijk was. En wie was in staat op langere termijn een gezin extra te onderhouden?

Bovendien waren de woningen veelal klein en boden geen plaats voor meer bewoning. Indien alle joodse Amsterdammers plotseling waren ondergedoken in de stad, dan hadden de Duitsers geen moeite gehad met het uitkammen van Amsterdam. Een utopie dus.

Toch zijn in Amsterdam uiteindelijk enkele duizenden ondergedoken. Vaak niet erg veilig; zie de familie Frank. Intussen begon het ophalen juist onder het proletariaat. Een makkelijk te vangen prooi. En de Joodse Raad werkte op allerlei wijzen mee en ook weer tegen. Een spel van kat en muis.

Het Duitse bewind was hier streng en fanatiek en de joden waren helaas sterk geconcentreerd. Verraad, maar ook onvoorzichtigheid van beide zijden heeft een grote rol gespeeld bij het oppakken van onderduikers. Dat er uiteindelijk toch nog heel wat joodse Nederlanders de oorlog overleefd hebben, is een prestatie.

De rol van de Nederlandse regering was hierbij niet bepaald glorieus. In maart 1945 stelde de regering een contract op met mensen van de L.O. (Landelijke Organisatie). Deze organisatie had nogal wat christelijken in de gelederen; door de regering in Londen werden die uitverkoren om op een lijst van verzetsmensen te worden opgenomen. Een lijst waarvan in Israël nogal gebruik wordt gemaakt om het geringe verzet van de Nederlanders aan te tonen.

Men vergeet echter dat het overgrote deel van de mensen uit het verzet niet op de lijst wilden staan. Men moest namelijk een verklaring ondertekenen, waarin stond: 'Ik heb verzet gepleegd uit gehoorzaamheid aan God, uit liefde voor het Vaderland en uit trouw aan het Huis van Oranje.' Dat was voor het overgrote deel van de verzetsstrijders, ook de christelijke, te gortig.

Nu de herdenking en viering van 4 en 5 mei mogelijk de laatste officiële zal zijn, zou het de regering sieren te erkennen dat de lezing die de Israëlische regering hanteert, in strijd is met de waarheid. Men zou daarmee recht doen aan al diegenen die zich met gevaar voor eigen leven, ingezet hebben voor hun bedreigde medemensen.

AMSTERDAM René Devèrs

Ver van je bed

Wat herdenken we nu eigenlijk nog? Moeten we nog steeds (ook in tweeduidendzoveel) herdenken? Dit vragen degenen die de Tweede Wereldoorlog niet meemaakten zich af.

Joden, zigeuners, etnische minderheden, enzovoort, werden massaal uitgemoord door (onder anderen) de Duitsers. Ver van je bed, uit de tijd?

Nee. Als de Duitsers de oorlog gewonnen hadden, was Nederland nu Duitsland geweest. Eén ding kunnen we dus al herdenken: onze vrijheid. En te zamen met joden, zigeuners, buitenlanders, enzovoort zullen we dit vieren!

UTRECHT E.P.M. Monsma

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden