GEACHTE REDACTIE Nederland had de Papoea's in de Baliemvallei gewoon met rust moeten laten

Het onsmakelijke gedoe over de heer Gonsalves en zijn optreden in de Baliemvallei bracht mij tot de volgende herinneringen...

Van mei 1955 tot eind november 1956 was ik stafofficier marineluchtvaartdienst bij de commandant zeemacht in Nieuw-Guinea. Ik had goede contacten met de CAMA, the Christian American Missionary Alliance, die al vroeg in de Baliemvallei was gevestigd. Niet om er met kruis en zwaard het christendom te brengen, doch door voorbeeldig gedrag en het bieden van medische hulp de inwoners tot voorbeeld te zijn. Zij waren te voet, door onherbergzaam gebied, in de vallei aangekomen.

Omdat over land geen vervoer mogelijk was, had de CAMA een Short amfibievliegtuig gekocht, dat talloze malen van Hollandia naar de Baliem vloog. Piloot Lewis landde op het minst woelige stuk van de Baliemrivier en bracht zo geprefabriceerde huisjes, koelkasten en aggregaten voor elektra. In april 1955 vloog Lewis tegen een berg en kwam om.

Ondertussen had de ex-militair en missionaris Lloyd van Stone, die zich er had gevestigd met zijn gezin, tegen een helling een landingsstrip aangelegd, zodat er met een Cessna eenmotorig vliegtuig kon worden geland.

Met CAMA-vlieger Ulrich mocht ik in juni 1955 mee naar de Baliemvallei. Wij startten heel vroeg, daar wij alleen tussen de bergen door de Baliem konden bereiken. Wat later op de dag zou de dagelijkse wolkenopbouw ons hetzelfde lot hebben gegeven als Lewis. Die was op zijn laatste vlucht te laat vertrokken omdat hij meende dat hij de situatie zo goed kende dat hij de vallei ook blind vliegend zou kunnen bereiken.

Zonder moeite landden wij op de kleine strip helling-op. Wat onderweg was opgevallen, was de georganiseerde wijze van landbouw van deze in het stenen tijdperk levende Baliemers.

Er volgde een hartelijke ontvangst door Van Stone en het rijzige opperhoofd van alle clans die zich had uitgedost met een mooie peniskoker en zich extra had ingesmeerd met een mengsel van varkensvet en vettige modder.

Vervolgens maakten wij een wandeling van enige uren naar de hangbrug over de Baliemrivier. Onderweg werd een vrouw met een huidaandoening (framboesia) met penicilline geholpen, waarbij Van Stone zijn God om genezing vroeg en de vrouw dat aan haar opperwezen werd gevraagd te doen. De vrouw had nagenoeg geen vingerkootjes meer, daar er in verband met het overlijden van een familielid telkens een werd afgehakt. Vrouwen zagen wij meer dan eens een baby en ook een big zogen.

Terug in het huis van Van Stone, waar Baliemers in en uit liepen, wachtte zijn gezin met frisdranken en een barbecue. In mijn slaap werd ik opgeschrikt door een Baliemer die, evenals zijn stamgenoten, mij een hoogst merkwaardig wit wezen vond. Toen ik wakker was, streek hij over mijn arm om zich ervan te vergewissen dat ik mij niet had geblanket.

De volgende ochtend werden wij al heel vroeg uitgeleide gedaan door onze gastheer en -vrouw, het opperhoofd en een groot aantal belangstellenden, gekleed in peniskoker of schaamlap. Van de Chief kreeg ik diens peniskoker als teken van vriendschap met daarbij een langdurige, nogal riekende omhelzing. Voorts kreeg ik een stenen strijd- en werkbijl cadeau.

Na eerst helling-af gestart te zijn, mocht ik de eeuwige sneeuw van de hoge bergen bewonderen en tegelijk in de angst zitten, daar de motor van het toestel door de ijle lucht telkens sputterde. Wij landden veilig op Sentani, het vliegveld van het toenmalige Hollandia.

Zo'n trip, gevolgd door nog een een aantal maanden later, blijft onvergetelijk. Nu de zaak-Gonsalves is opgerakeld blijft er voor mij een aantal vragen.

Nieuw-Guinea was in onze koloniale tijd eigenlijk een vergeten gebied. Het immense gebied telde tot eind jaren twintig slechts enkele lagere bestuursambtenaren. De Marineluchtvaartdienst en de Nieuw Guinea Petroleum Maatschappij hebben er voornamelijk toe bijgedragen dat het land in de jaren dertig wat meer werd verkend. Over pacificatie sprak men niet.

Pas toen de soevereiniteit van Indonesië een feit was, werd het land overstroomd met BB-ambtenaren. In plaats van een assistent-resident voor het hele gebied kwamen er departementen van bestuur en een vijftal residenten met gevolg, die kien waren om het land 'open te leggen'.

De Koninklijke Marine werd al vroeg na de soevereiniteitsoverdracht in Nieuw-Guinea actief, speciaal de Marineluchtvaartdienst, met transportvluchten en later met verkenningen. Naarmate de Indonesische dreiging groter werd, werd het aantal eenheden ook groter. De landmacht die er eerst ook had gezeten en in 1954 was teruggetrokken, kwam weer terug. Zo ook de luchtmacht, toen de situatie steeds ernstiger werd.

Uit het beleid van de marineleiding bleek dat investeringen ter plekke in Nieuw-Guinea vooral niet te groot mochten zijn. De indruk werd gewekt dat we er niet lang zouden blijven.

Toen ik in 1955 op Biak aankwam, stond de Marineluchtvaartdienst mij op te wachten met een bord met daarop: 'Nog maar achttien maanden sodemieter'.

Het oprakelen van de geschiedenis van Gonsalves in de Baliem brengt mij een opmerking van pater Verschueren in herinnering. Toen hem werd gevraagd wat er van onze beschaving over zou zijn als wij Nederlanders zouden zijn teruggetrokken, antwoordde hij: 'Voetballen, want dat blijven ze doen.'

Mijn bezoeken aan de Baliem in 1955 hebben mij ervan overtuigd dat men die mensen met rust diende te laten. Doch ons land wilde weer haantje de voorste zijn, toen het Nieuw-Guinea 'wel even zou organiseren', zoals Gonsalves was bevolen.

Laat Nederland nu maar liever het WK voetballen winnen. Misschien zijn de Papoea's dan toch nog trots op ons.

DEN HAAG

H. J. E. van der Kop

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden