GEACHTE REDACTIE: Laat zien wat er rot is in de wereld!

In haar artikel 'Mislukte beeldenstorm' (Forum, 21 mei) stelt Anet Bleich de vraag hoe het kon gebeuren 'dat de joodse bevolking uit Duitslands bezette buurlanden naar een onbekende, dreigende bestemming werd afgevoerd, zonder dat de niet-joodse medeburgers dat wisten te verhinderen.' Een deel van het antwoord op die vraag, maar...

De Duitse bezetters hadden dat beter door. Daarom is er nooit enig bericht verschenen in de kranten over de deportatie van de joden, laat staan over hun uiteindelijke lot. Maar natuurlijk was er wel iets bekend: de berichtgeving in de voorafgaande jaren over de jodenvervolging in Duitsland liet weinig twijfel bestaan over het gedachtengoed van de nazi's op dit punt.

Dat dit gedachtengoed ook hier in de praktijk werd gebracht, nadat Nederland bezet was, wekte geen verbazing. Het wekte ook weinig weerstand en dat had eveneens een voorgeschiedenis.

In het Nederland van toen was zeker geen sprake van een duidelijk antisemitisme. Joden waren echter wel ánders, en anders = vreemd, daarmee vereenzelvig je je niet, je accepteert het zo lang het je niet hindert.

Dat gebeurde dus wèl toen er duizenden joodse vluchtelingen uit Duitsland kwamen. Midden in de crisisjaren nog meer opvreters erbij: dat kon niet en dus moesten ze maar terug.

Daar schreven de kranten wel over, maar ik denk dat veel mensen het er toch al dan niet heimelijk mee eens waren. Wisten zij veel: concentratiekampen waren een soort werkkampen en die hadden we hier ook, voor werklozen. Je had al genoeg zorgen aan je kop om je druk te maken over wat er over de grens gebeurde. Toen het ook hier zover kwam, ging dat heel geleidelijk, volgens de bekende salami-techniek.

Als scholier heb ik het meegemaakt. Op een gegeven moment verschenen er bordjes 'Voor joden verboden' bij de ingang van parken en openbare gelegenheden. De moeder van een van mijn schoolvriendjes droeg een sjaaltje met een jodenster erop genaaid en daar liepen wel meer mensen mee. Joodse leraren mochten geen les meer geven, joodse kinderen moesten naar een aparte school en dat de Leidse universiteit dicht ging had daar ook iets mee te maken.

Een eindje verder bij ons in de straat woonde een oud dametje. Ik schat dat ze zo'n beetje tachtig jaar was, net zo oud als mijn grootmoeder. Als ik naar school ging, kwam ik langs haar raam, waar ze meestal in haar stoel zat uit te kijken.

In de loop van de tijd was de gewoonte ontstaan dat ik haar groette, ook al kende ik haar alleen omdat we wel eens samen in een winkel hadden gestaan. Ze had een zwart fluwelen bandje om haar hals met een hangertje eraan.

Op een morgen kwam ik haar tegen op straat: ze had een rieten koffer bij zich met een paar leren riemen er omheen, ze ging kennelijk op reis. Ik heb haar gewoon goeiedag gezegd.

's Avonds zag ik dat er op haar deur en over de deurpost een papier was geplakt, met stempels erop. Iets met een hakenkruis in een cirkel. Dat gaf toen even een gevoel van 'oh ja', maar verder niet. Er was geen referentiekader waar je dit in kon plaatsen: de kranten schreven er niet over en wat er verder gebeurde was (toen!) toch volslagen onvoorstelbaar?

Ik betwijfel zelfs of ooit het woord 'gaskamer' in de illegale pers is opgedoken. Ik kan het me niet herinneren en bovendien: het barstte toentertijd van de leugenachtige propaganda, over en weer. Dit soort gruwelverhalen geloofde toch geen mens!

Als student heb ik het, godbetert, op een werkcollege van professor Presser bestaan een inleiding te houden over The wall, het boek van John Hersey over de vernietiging van het ghetto in Warschau. Na afloop zei een joodse medestudent tegen me: 'Dat je dit met droge ogen hebt kunnen vertellen'

Ik geneer me er nu nog voor, maar misschien is het toch ook een beetje, zijdelings, een antwoord op de vraag hoe het allemaal kon gebeuren. Geen verontschuldiging, maar wellicht een stukje verklaring: eerst wist je het niet en later was het niet te geloven. Eerst jaren ná de oorlog is duidelijk geworden wat er gebeurd is in Auschwitz, Treblinka en de andere vernietigingskampen.

Daarom, in godsnaam, schrijf en laat zien, in woord en beeld, ook wat er rot en rauw is in de wereld. Ik denk niet dat een vrije pers veel ellende kan voorkomen, maar ik geloof wel dat het ergste beperkt kan worden. Dat is al gauw de moeite waard.

RUINERWOLD

B.C. van der Valk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden