GEACHTE REDACTIE: Bespaar ons terreur van ereplatform

Liesbeth Wytzes pleit in haar artikel over de jaarlijkse sportdag voor de basisschool (Forum, 12 juli) voor de herinvoering van het ereplatform....

Wij, echtpaar, beide geboren in de jaren zestig, waren kinderen van de lagere school in de jaren zeventig. Wat Wyztes omschrijft als de geest van die tijd, waarin Zen-achtige wijsheid de grondslag zou zijn van het karakter van de sportdag en waarbij het verschil tussen winnaar en verliezer onder het kleed werd geveegd, is voor ons absoluut onherkenbaar.

Wij hebben meerdere malen gestreden voor het Schooldiploma Lichamelijke Geoefendheid. Dat hiervoor een prestatie moest worden neergezet, staat ons beiden nog zeer goed voor de geest. Aan het begin van de dag stond het ereplatform al klaar in de buurt van de emmers met ranja.

Waar een van ons er een jaar lang naar toe leefde omdat ze wist dat ze tot de besten zou behoren, zag de ander de bui al weer hangen. Waar de één een jaar lang triomf oogstte van de overwinning, moest de ander het doen met een diploma zonder prestatiezegel, omdat zijn prestaties niet eens voor de A-categorie in aanmerking kwamen.

En reken maar dat beide (non-)prestaties met behulp van de microfoon door de hoofdmeester werden omgeroepen. De één kon weer een jaar lang met haar prestaties zegevieren, de ander werd diepverdrietig lopend aan de hand van zijn moeder, gerustgesteld met de relativerende woorden dat hij andere kwaliteiten had.

Vanuit deze totaal verschillende ervaringen pleiten wij beiden voor dezelfde aanpak van de sportdag. Laat de nadruk komen te liggen op de eigenlijke prestatie. De hoogste trede van het ereplatform zou gereserveerd moeten worden voor de leerling die zijn persoonlijk record met de meeste punten heeft overtroffen.

ZWOLLE André Harsevoort

Grietje de Roos

Een watje

Omdat onze zoon nog te jong is, heb ik nog geen 'sportdag' uit eigen ervaring meegemaakt. Het zou me dan ook niet verbazen als, zoals Liesbeth Wytzes stelt, schoolsportdagen rommelig en knullig kunnen zijn.

Wat ik echter bestrijd, is dat het voor kinderen 'een hel' is omdat ze willen winnen en hun 'natuurlijke competitiedrang' niet kunnen uitleven. Dit als gevolg van een restant van de zeventiger jaren-mentaliteit van veel ouders, die menen dat het gaat om de lol en dat er geen winnaars en verliezers mogen zijn.

Volgens mij verwart de schrijfster de behoefte van kinderen om beloond te worden met de behoefte om te willen winnen. Bij de eerste gaat het inderdaad om een natuurlijke behoefte, bij de tweede om aangeleerd gedrag.

Het is triest om te lezen dat Wytzes kinderen al wil leren dat het leven 'een wedstrijd (is) waarin verliezers en winnaars zijn'. Dat is nou juist de mentaliteit waardoor onze maatschappij verrot raakt: het gaat niet om het spel maar om de knikkers. Iedereen wil, nee móét winnen en wie niet hard genoeg schreeuwt en trapt, is een verliezer en een watje.

Ik hoop dat m'n zoontje nog vaak de 'hel' van een knullige sportdag mag beleven.

ZOETERMEER Michel Havenith

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden