Gaza oogt normaal, maar is gewond

Het leven in Gaza-Stad komt weer op gang. Maar de betekenis van de Israëlische aanval voor Hamas is nog onduidelijk....

Van onze correspondent Alex Burghoorn

GAZA-STAD Het is wachten op een leeg tafeltje in koffiebar Mazaj. De espressomachine is onafgebroken in bedrijf, terwijl de strak gekapte barman – als was hij in het hippe Beiroet – rap melk schuimt voor de cappuccino’s. Dan staan twee jongedames op, gehoofddoekt in felle kleuren. Hun iced mocchacino’s zijn opgedronken. Door het raam is nog net te zien hoe ze even later keuvelend de Omar Al-Mukhtar-boulevard aflopen.

Het kan zomaar een zaterdagochtend zijn in de kleine middenklassebuurt Rimal, in het centrum van Gaza-Stad. Tenminste, zo oogt het. Agenten van Hamas spreken automobilisten aan die het verkeer blokkeren; bij de telefoonwinkel zoeken jongens een hoesje uit. Maar de ruïnes aan de parkboulevard herinneren eraan dat het een week eerder oorlog was in Gaza-Stad: het Palestijnse parlementsgebouw en het hoofdkwartier van de veiligheidstroepen zijn grotendeels verpulverd onder de Israëlische bombardementen.

‘In zekere zin hebben we de draad weer opgepakt’, zegt Mahmoud Zenedine, de zacht pratende eigenaar van een computerwinkel. ‘Maar van binnen zit in ons een wond. Niemand voelt zich meer veilig sinds de oorlog. Ze bombardeerden overal. We zijn bang.’

En inderdaad, als een paar Israëlische straaljagers zondag over de Gazastrook scheren, glippen voetgangers schielijk winkels binnen. Enkele ministeries en scholen sturen in paniek iedereen naar huis. Toch niet weer een verrassingsaanval, is de gedachte. De herinnering aan het ongekende verrassingsbombardement waarmee de 22-daagse oorlog op 27 december rond het middaguur begon, ligt vers in het geheugen. In enkele minuten vielen tweehonderd doden.

Het islamistische Hamasbestuur verheugt zich bij de aanblik van een gewone Gazaanse dag. Kinderen gaan sinds zaterdag weer naar school, waar ze van Hamasleerkrachten horen dat ‘engelen’ hebben meegevochten tegen Israël. Het verkeer is druk.

‘We letten er goed op dat de prijs van uit Egypte via de tunnels doorgepompte diesel op 2 shekel blijft (40 eurocent)’, zegt agent Mohammed Abu Hasira. En oorlogsslachtoffers krijgen cheques van Hamas: 4.000 euro voor elk van de vijfduizend verwoeste huizen, 2.000 euro voor de twintigduizend beschadigde huizen, 1.000 euro voor de nabestaanden van de ruim 1.300 doden, en 500 euro voor de ruim vijfduizend gewonden. ‘We hebben een tekort aan dollars en shekels, maar van euro’s hebben we nog genoeg’, zegt Ihab al Husain van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

‘We hebben de hele Gazastrook onder controle’, zegt Taher Nunu, de woordvoerder van de regering. ‘Israël of de Palestijnse Autoriteit is dat nooit gelukt. Iedereen weet dat wij de beste voorzieningen bieden, en als ook de grenzen van Gaza eenmaal opengaan, kunnen we er hier echt iets moois van maken.’

Maar de onderhandelingen over die grensovergangen, zondag in Caïro hervat, verlopen nog stroef. Hamas heeft de eisen voor samenwerking met de Palestijnse Autoriteit in Ramallah weer opgeschroefd.

Het is ‘nog te vroeg’ om te bepalen wat de gevolgen van de Gaza-oorlog zijn voor het Hamasbestuur, zegt Issam Younis, directeur van het onafhankelijke Gazaanse mensenrechtencentrum Al Mezan zondag.

‘De stemming onder de bevolking is geen eenvoudige rekensom. Zeker niet na pas een week. Ruwweg 100 duizend Palestijnen zijn dakloos. Hoe gaat Hamas daarmee om? De getroffenen verkeren in shock, de uitwerking laat zich niet gemakkelijk raden. Geld, voedsel en dekens worden uitgedeeld, maar dat zijn tijdelijke maatregelen. Wat als Hamas geen bouwmaterialen kan binnenbrengen, hoe reageren mensen dan?’

De vrijwilligers van het door westerse donoren gesteunde Sharek Jeugdforum zwermen zaterdag uit over Gaza-Stad, om kinderen na schooltijd met muziek en tekenen te vermaken. Boekhouder Mohammed Agha, een twintiger, blijft alleen in de rommelige keuken van het kantoor achter.

‘De oorlog was niet gericht tegen Hamas, zoals Israël zegt. Het was een oorlog tegen ons volk. Ik hoor niet bij Hamas, maar ik weet dat hun welzijnsorganisaties goed zijn georganiseerd en diep in de samenleving wortelen. Sinds de verkiezingszege van 2006 zitten ze in een spagaat tussen politiek en gewapend verzet tegen de Israëlische bezetting. Hoe ze daaruit gaan komen weet ik niet. Maar zonder verzet kunnen we niet. Met alleen praten hebben we over honderd jaar nog geen eigen staat.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden