Gaza: landschap van zand, stof en kapotte stenen

Duizenden Palestijnen grijpen zaterdag het twaalf uur durende humanitaire bestand aan om te kijken wat er van hun huizen in Gaza is overgebleven. 'Het lijkt wel alsof onze straat door een aardbeving is getroffen.'

In de gevaarlijke straten rond het ziekenhuis van Beit Hanoun stonden de meeste gebouwen vrijdagmiddag nog min of meer overeind. Zaterdagochtend, na een dag van zware Israëlische bombardementen en granaatbeschietingen, staat het ziekenhuis in dit stadje in het noorden van Gaza midden in een zee van puin en zitten de muren vol scheuren en kogelgaten.


De pas nog zo fiere skyline van het stadje is veranderd in een vlakke lijn met hier en daar een uitsteeksel. Van twee minaretten is de bovenkant afgeslagen. Grafstenen liggen in puin. Huizen, kantoren, flatgebouwen en winkels zijn met de grond gelijk gemaakt of staan op instorten.


De bommen die hier het afgelopen etmaal zijn ingeslagen moeten in de hele stad te zien en te horen zijn geweest - doffe dreunen gevolgd door grijze rookwolken aan de hemel.


Wat hier in Beit Hanoun en in andere zwaar getroffen woonwijken in Gaza is gebeurd, vraagt onvermijdelijk om een verklaring, een antwoord op de vraag of het geweld dat het Israëlische leger hier de afgelopen dagen heeft gebruikt proportioneel is of dat de verwoestingen neerkomen op een oorlogsmisdaad.


Maar dat is een vraag voor de komende dagen. Zaterdag, als duizenden Palestijnen het twaalf uur durende humanitaire bestand aangrijpen om te kijken wat er van hun huizen is overgebleven, zijn andere dingen urgenter.


De mensen komen lopend of met de auto aan, tegelijk met brandweerwagens, bulldozers en ambulances van de Rode Halve Maan. Halverwege de middag hebben de reddingswerkers 85 lichamen, veelal in staat van ontbinding, onder het puin vandaan gehaald. Het officiële dodental aan Palestijnse zijde is de duizend gepasseerd.

Gevechtspauze

Het is tekenend voor het onvermogen van de diplomatie dat de gevechtspauze waardoor de Palestijnen voor het eerst in dagen veilig naar hun huizen konden gaan kijken, het enige zichtbare resultaat was van de bemiddelingspoging die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en VN-hoofd Ban Ki-moon afgelopen week hebben ondernomen. Hun voorstel tot een staakt-het-vuren van een week om verdere onderhandelingen mogelijk te maken leek weinig kans van slagen meer te hebben toen het Israëlische leger meldde dat er opnieuw raketten op Israël waren afgevuurd, terwijl Hamas een verlenging van het bestand leek af te wijzen.


Op sommige plekken die we bezoeken zijn hele stratenblokken in één klap in een maanlandschap veranderd, waaruit zo nu en dan de geur van de dood opstijgt. Aan de rand van Beit Hanoun treffen we Mohammad Shaweish aan. Hij zit op een rieten stoel in een roze kamer in een benedenverdieping waarvan de gevel verdwenen is. Vlakbij ligt een zwartgeblakerde elektriciteitsmast nog nasmeulend op de grond. Zijn familie woonde hier op de hoek in vier huizen, die alle vier zwaar beschadigd zijn geraakt bij de luchtaanval die de buitenmuren heeft verwoest.


'We zijn een week geleden gevlucht. Even na achten, toen het bestand inging, zijn we teruggekomen. We zitten zolang in een van de VN-scholen', vertelt hij. Dan klautert hij naar binnen in het huis van een familielid om wat potten en pannen uit de keuken te halen.


'Mijn huis, mijn huis', zegt een andere man terwijl hij met zijn hand tegen zijn hoofd bonkt. Niets lijkt gespaard te zijn gebleven door de withete metaalscherven die door de bommen in het rond zijn geslingerd - elektriciteitskabels niet, achtergelaten auto's niet, ramen en deuren niet.


Waar de Israëlische tanks en bulldozers hebben gereden, lopen rulle sporen dwars door tuinen, parken en akkers heen, met zandhopen op de plekken waar de tanks zijn blijven staan om te schieten.


In de buurt van het ziekenhuis komt een man met een paard tussen het puin vandaan. Er loopt een lange sliert bloed over het achterlijf van het dier, waar het door een scherf is geraakt. Elders zien we ezels en koeien liggen, die vastgebonden waren en niet weg konden komen. Hun karkassen zijn deels verbrand en opgezwollen door gasvorming.


Een paar mannen laten ons het huis zien van de familie Shabat, waar zeven doden vielen toen het door een bom werd verwoest.


Terwijl mensen het puin doorzoeken en zoveel mogelijk spullen naar de wachtende taxi's, vrachtwagens, riksja's en ezelkarren sjouwen, blijven de Israëlische tanks op een afstandje staan. De bemanning houdt zich onzichtbaar. Zodra een tank grommend tot leven komt en van positie verandert, breekt er paniek uit in de drukke straten: auto's proberen tussen de brokstukken achteruit te rijden of om te keren.


Maar tijdens deze twaalf uur durende gevechtspauze bewegen de Israëlische tanks alleen langs de randen van de verwoeste wijken, als groene schimmen in hun eigen stofwolken.


Het is nauwelijks voorstelbaar dat niet iederéén die thuis is gebleven is omgekomen. Toch vinden we een paar overlevenden. 'We hebben een helse nacht gehad. Overal om ons heen werd geschoten', zegt Hanan al-Zaanin, die met vier van haar kinderen voor haar huis staat.


In de Qudsstraat, niet ver van het ziekenhuis, wordt een lichaam uitgegraven en weggedragen. Een strijder, zegt iemand. We rijden door naar de Sikkastraat, vlak bij de Erez-grensovergang. Vaak moeten we omrijden omdat de weg door puin wordt geblokkeerd. Uit ons zijraam zien we de zandwal liggen van de Israëlische grens, vóór ons de betonnen grensmuur. Ook hier treffen we families aan die in de puinhopen van hun huizen naar spullen zoeken.


Zoheir Hamad staat met zijn vrouw Umm Fadi bij een huis waarvan alleen nog de muren overeind staan. Ook de waterpomp ernaast is zwaar beschadigd. Vlakbij staat een beschadigd Israëlisch mijnbestendig voertuig op straat, kromgetrokken en gescheurd door de kracht van een explosie. Terwijl we staan te praten, loopt er een man voorbij met een deken waarin kennelijk een machinegeweer is gewikkeld; hij houdt het bundeltje vast alsof het een baby is.


'We zijn meteen weggegaan toen de oorlog uitbrak', vertelt Zohier. 'Nu zijn we voor het eerst terug.' Umm Fadi vult hem aan: 'We zitten in de VN-school in Jabaliya. We komen kleren halen voor de kinderen. Maar er is niks van over.'


Die woorden horen we deze lange dag voortdurend: 'Er is niks van over.' En het klopt: hele gebieden waar ooit mensen woonden, zijn veranderd in een landschap van zand, stof en kapotte stenen.

Collectieve straf

Hoewel er op sommige plaatsen zichtbaar is gevochten, is het nauwelijks te bevatten dat Israël de omvang van de verwoesting gerechtvaardigd noemt, of het moet zijn dat de verwoesting opzettelijk is aangericht bij wijze van collectieve straf.


Om de internationale kritiek op dit punt voor te zijn, haasten Israëlische politici zich om te ontkennen dat de aanval op Gaza buitenproportioneel is. 'Er is geen bewijs voor dat er nodeloze schade wordt aangericht', zei Ofer Shelah, die namens de middenpartij Yesh Atid in de Knesset zit. Het Israëlische leger vecht volgens hem 'tegen een vijand die zich onder de burgerbevolking verschanst, onder de grond of in de huizen, en dit zijn daar de consequenties van'.


Ondanks het staakt-het-vuren is niet alles bereikbaar. In twee wijken in de buurt van de grens kunnen volgens de Rode Halve Maan geen ambulances komen omdat ze door tanks met waarschuwingsschoten worden bestookt.


Beit Hanoun mag dan grotendeels in puin liggen, in Shejaia, een oostelijke buitenwijk van Gaza-stad die een week lang zwaar onder vuur is genomen, is de ravage nog vele malen groter. De ergste schade is te vinden in drie straten, de Mansourastraat, de Baltajistraat en de Nazazstraat.


In die laatste straat, op een puinvlakte ter grootte van twee voetbalvelden, spreken we drie broers bij de resten van het flatgebouw waar hun familie vier appartementen had. Ernaast gaapt een bomkrater van zes meter diep en tien meter doorsnee.

'Daar stond een huis'

Alaa Helou, een 35-jarige timmerman, wijst in het niets. 'Daar stond een huis met één bovenverdieping. Daar stond er een met twee, en daar een met drie bovenverdiepingen. We wilden naar ons huis komen kijken. We hadden er wel op gerekend dat het beschadigd zou zijn. Maar er is niks van over.'


'We zijn twintig jaar bezig geweest om het mooi te maken', zegt zijn oudere broer. 'Al ons geld hebben we in ons huis gestoken.'


Als er iets nog erger is dan de aanblik van de verwoesting, dan is het wat er op de gezichten in Beit Hanoun en Shejaia te lezen staat. Een man strompelt blind van verdriet weg uit een straat in Shejaia, ondersteund door twee anderen. Vrouwen zitten huilend in het stof.


Voor zijn uitgebrande huis zit Rifaat Suqr, met een verbijsterde uitdrukking op zijn gezicht. 'Het lijkt wel alsof onze straat door een aardbeving is getroffen', zegt hij. 'Een aardbeving.'


Alleen was het geen aardbeving. Het was mensenwerk.


Vertaling: Cecilia Tabak

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden