Gaza heeft medicijnen noch ziekenhuisbedden. Israël blijft schieten

‘Vorig jaar zei ik dat de situatie slechter was dan ooit. Sindsdien is het alleen maar erger geworden.’

Bij demonstraties aan de grens tussen Gaza en Israël zijn de afgelopen weken al tientallen doden en honderden gewonden gevallen. Ziekenhuizen kunnen de toestroom van nieuwe patiënten niet aan en zijn de speelbal van de ruziënde machten: Israël, Hamas en de Palestijnse Autoriteit. 

Gaza - 18-03-2018. De Palestijn Alaa Al-Daly (21) die zijn been verloor door een kogel van het Israëlische leger. Beeld Reuters

De Palestijnse arts Mohamed Abu Selmia staat voor een schier onmogelijke keuze. Moet hij een deel van de toch al schaarse medicijnen in het enige kinderziekenhuis van Gaza afstaan aan andere ziekenhuizen in de kustenclave waar week in, week uit honderden gewonden worden binnengebracht? Het zijn slachtoffers van het Israëlische leger dat het vuur heeft geopend op Palestijnen die in het grensgebied demonstreren. Zeventig jaar na de oprichting van de staat Israël eisen ze, met tienduizenden tegelijk, de terugkeer naar het Palestina dat hun voorouders verloren.

‘We praten over leven en dood’, zegt dr. Abu Selmia, bladerend door een lijst. Daarop staan namen van meer dan dertig kinderen die hij niet kan helpen. Ze moeten behandeld worden in ziekenhuizen buiten Gaza - in Israël of op de bezette Westelijke Jordaanoever. Daarvoor is de toestemming nodig van Israël, dat de Gazastrook afgegrendeld heeft, en de Palestijnse Autoriteit (PA), die onder leiding van president Mahmoud Abbas op de Westoever zetelt. Toestemming wordt niet, of tergend traag, verleend. Gaza is het domein van Hamas, de fundamentalistische beweging die binnen tien jaar in drie oorlogen met Israël verwikkeld raakte, en niet bereid is de macht met de PA te delen.

Patiënten zijn het kind van de rekening. ‘Dit meisje’, zegt Abu Selmia – hij toont op zijn telefoon een foto van een peuter op de intensive care –‘moet zo snel mogelijk ergens anders behandeld worden’. Of het lukt, betwijfelt hij. De directeur van het Al Rantisi- ziekenhuis voelt zich een speelbal van politieke machten. ‘Israël, Abbas en Hamas zijn allemaal schuldig. We proberen hier mensenlevens te redden, we willen buiten hun politieke problemen blijven’.

Samen op een heuveltje

Of hij wil of niet, de arts ontkomt er onder druk van Hamas niet aan medicijnen en apparatuur te delen met het grootste ziekenhuis van Gaza, Al Shifa. Daar hebben artsen het vooral druk met het behandelen van schotwonden. De 44-jarige Mohammed Mazen Al Daly werd afgelopen vrijdag in het grensgebied tussen Israël en Gaza geraakt door een kogel, tijdens de demonstraties die vandaag hun vierde week ingaan. In een bed naast hem ligt zijn 8-jarige zoontje te slapen, naast een knuffel op het hoofdkussen. ‘We zaten samen op een heuveltje, een paar honderd meter van de grens, te kijken naar de demonstraties. Plotseling werd ik in mijn hand geschoten. De kogel raakte ook mijn zoon, in zijn been.’

Het voorval staat in schril contrast met uitspraken van de Israëlische legerleiding: militairen hebben het slechts gemunt op de ‘aanstichters’ van rellen, waartoe het verbranden van autobanden en het gooien van stenen wordt gerekend. ‘We hebben er geen belang bij vrouwen en kinderen letsel toe te brengen, zij zijn onze vijand niet.’

Al Daly verloor een duim, zijn zoontje raakt mogelijk een been kwijt. Een buurman laat een foto zien van een enorm gat in het been van het kind. ‘Het was niet zomaar een kogel, maar eentje die bedoeld was om een grote wond te veroorzaken’, zegt Abed Anabi Rantisi (57). Ook hij was bij de demonstratie aanwezig. Vrijdag gaat hij weer, zegt hij beslist. ‘We protesteren vreedzaam tegen het zionisme, de bezetting, de diefstal van ons land. De hele wereld moet weten wat ons aangedaan is sinds 1948.’ Zijn familie verloor toen haar bezittingen in de buurt van Jaffa, ten zuiden van Tel Aviv. Vanuit het ziekbed valt Al Daly hem bij. Ook zijn familie werd verdreven, uit een dorp nabij de latere Israëlische havenstad Ashkelon. En ja, hij gaat vandaag weer demonstreren met een of meer van zijn kinderen (hij heeft er dertien).

Kinderen blootstellen aan het leger

Onbegrijpelijk om je kinderen bloot te stellen ‘aan de misdaden van het Israëlische leger’, zegt Izz Abu Shanab, vader van drie dochters. Hij is een van de meer dan tien Palestijnse journalisten die tijdens de demonstraties werden beschoten; een van hen kwam om het leven. De zwaarlijvige Shanab (33), geraakt in het linkerbeen, beweegt zich in een looprek langzaam door zijn woning. Hij heeft moeite met ademhalen en doet zijn verhaal met lange tussenpozen. Volgens hem heeft het Israëlische leger doelbewust journalisten onder vuur genomen. Ze waren immers herkenbaar aan grote witte letters PRESS op hun scherfwerend vest. Shanab, oprichter van de lokale nieuwssite Sky Press, verwacht dat hij zeker een jaar niet kan werken en het zonder inkomsten moet stellen.

De behandeling in het Shifa-ziekenhuis noemt hij slecht: ‘Er is geen moderne apparatuur. Voor pijnstillers en antibiotica betaalde ik zelf, anders kreeg ik die spullen niet.’ Al snel moest hij plaats te maken voor anderen, want er is een nijpend tekort aan bedden.

Het ministerie van Gezondheid in Gaza telt, naast 33 doden, meer dan 4.200 gewonden sinds de massale protesten eind maart begonnen. Afgelopen vrijdag raakten bijna vierhonderd mensen gewond door kogels, zo’n tweehonderd moesten behandeld worden wegens het inademen van een venijnig soort traangas. Onder de getroffenen bevindt zich ook medisch personeel, dat met ambulances in het grensgebied aanwezig was om eerste hulp te bieden en gewonden snel af te voeren.

De Wereldgezondheidsorganisatie WHO spreekt over een noodsituatie. Meer dan zeventig ‘essentiële medicijnen zijn onmiddellijk nodig’, en het onbreekt zelfs aan simpele middelen als verband en injectiespuiten.

Binnen bereik van de scherpschutters

De 25-jarige Abd El Fath Owda is in het Shifa-ziekenhuis voorlopig nog aan bed gekluisterd. Terwijl hij het v-teken (van victorie) uitbrengt, zegt hij: ‘Als ik kon lopen, zou ik meteen weer meedoen’. Een kogel trof hem afgelopen vrijdag vlak boven de knie. Hij heeft naar eigen zeggen geen stenen gegooid, autobanden of Israëlische vlaggen in brand gestoken, geprobeerd het hekwerk aan de grens te vernielen, of iets anders gedaan dat de toorn van de Israeliërs had kunnen wekken. ‘Ik had de pech dat ik binnen het bereik van de scherpschutters stond.’ Hij heeft drie operaties achter de rug, en wacht op een vierde.

De krukken naast zijn bed zijn van een leeftijdgenoot die hem dagelijks gezelschap houdt. De vriend raakte gewond tijdens rellen die in december uitbraken, nadat de Amerikaanse president Donald Trump besloot Jeruzalem te erkennen als hoofdstad van Israël. Hetgeen hem er niet van weerhoudt mee te doen aan de demonstraties, die op 15 mei het hoogtepunt moeten bereiken: daags nadat Israël het zeventigjarig bestaan heeft gevierd, door Palestijnen betreurd als de nakba (catastrofe).

Directeur Abu Selmia van het kinderziekenhuis neemt ook anno 2018 zonder aarzelen het woord catastrofe in de mond. Bijna een jaar geleden, toen de Volkskrant hem belde, waarschuwde hij dat patiëntjes zouden sterven omdat apparatuur niet functioneerde, bij gebrek aan elektriciteit. Zijn voorspelling is uitgekomen: zes kinderen stierven. Het stroomtekort bestaat nog steeds, als gevolg van een geschil tussen Hamas en president Abbas, die de leveranties van brandstof heeft beperkt. ‘Vorig jaar zei ik dat de situatie slechter was dan ooit. Sindsdien is het alleen maar erger geworden.’  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.